null Beeld

ColumnSylvain Ephimenco

Fantoompijn, het lijkt alsof ik Bello achter me hoor piepen

Ik keek zaterdag naar de foto’s van Fedde, Calypso, Jack, Bacio en Nera, de vijf honden die het stuk van Andrea Bosman illustreerden in Tijdgeest. Als een luchtbel die uit de diepte van de oceaan zich een weg omhoog baant, barstte het woord in mijn hoofd: fantoompijn.

Ik hoorde het voor het eerste, langgeleden, uit de mond van ­kunstenaar Rob Scholte. Hij sprak op die dag de pers toe, opgewekt en fel, zijn twee stompen rustend op de tafel waarop hij zat: “Ik heb af en toe verschrikkelijke fantoompijnen. Ik voel mijn benen alsof ze er nog zijn, alsof ze hier ­onder de tafel hangen.” Ik wist toen niet dat geamputeerde ledenmaten een pijnsensatie kunnen geven alsof ze nog aan je lichaam vastzitten.

Op 24 november 1994 waren Scholte en zijn vriendin in hun blauwe BMW gestapt. Hij was amper weggereden, toen een handgranaat onder zijn auto ontplofte. Deze nooit opgehelderde aanslag kostte hem zijn beide benen.

Ik beschik nog over al mijn ledenmaten, maar voel me alsof er iets is geamputeerd. Het gebeurde op 15 april rond 19 uur door een ultieme injectie in zijn hartje. Zijn kleine hoofd rustte op dat moment in mijn handpalm. Bello was na 16 jaar doof en blind geworden, kon zich niet meer verplaatsen en at en dronk al twee dagen niet meer. Ik heb de mini Yorkshire op zijn favoriete kussen gelegd en hem naar de auto gedragen.

Ik was verbaasd toen hij buiten, door een laatste krachtinspanning, zijn hoofdje oprichtte en in het rond keek. Alsof hij iets had gezien dat voor mij verborgen bleef. De volgende dag begon de fantoompijn. Geen echt zeer, maar iets dat je hartritme heel even verstoort en je hoofd kort in de war brengt.

Het leek of Bello in al die jaren zijn aanwezigheid in iedere hoek van het huis had geprent en dat die ­afdrukken nu weer tot leven kwamen. Soms voel ik hem onder de ­tafel tegen mijn been kwispelen als we eten of hoor ik hem achter me piepen, daar waar zijn mandje lag. Een wolk die buiten langs het raam glijdt en binnen een schaduw werpt en hij is het die langs de muur huppelt. Maar na die twee of drie versnelde tikjes in je borstkast openbaart zich alleen de leegte met een scheutje fantoompijn dat wegtrekt.

Ik kreeg kort na de dood van Bello contact met Eric via de sociale ­media. Veertig jaar niet meer gezien, die oude makker van de jeugdhandbalploeg. Hij vertelde me hoe zijn hond, ‘zijn enige maatje’, een infarct kreeg na het jagen op een snellere kat. Hij trachtte hem tevergeefs te reanimeren.

Uiteindelijk ­begroef hij hem met een houweel, daar waar hij gestorven was: “Ik groef tot de nacht viel. Mijn handen waren bloederig en mijn ogen liepen al uren vol. Ik plantte daar later een boom voor mijn maatje. Ik heb nooit de moed gehad om er nog een te ­nemen, uit angst voor het herbeleven van deze beproeving waarvan ik nooit hersteld ben. Telkens als ik ­erover praat, zoals nu, springen me de tranen in de ogen.”

Fantoompijn kan hardnekkig zijn. Nu, na twee maanden, weet ik nog steeds niet, net als Eric, of ik het weer aankan.

Drie keer per week werpt columnist Sylvain Ephimenco zijn blik op de actualiteit. Lees zijn columns hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden