Column

Euthanasie vergt sympathie bij patiënt en arts

Beeld Trouw

Over het persoonlijke in hulpverlening raak je niet gauw uitgepraat. Ik bedoel de gevoelens die de hulpverlener en hulpvrager koesteren voor elkaar. Elke hulpverlener weet dat het onjuist is om een patiënt voor te trekken en toch heeft elke hulpverlener weleens een patiënt die je op een andere manier vertedert dan al die andere.

Nee, we doen nu even niet die ultieme vertedering waardoor alle grenzen wegvallen waarna hulpvrager en hulpgever onontwarbaar ineenvloeien om samen op te gaan in een verliefdheid en het bijbehorende trapezewerk boven de afgrond van een professionele en maatschappelijke ramp.

Nee, ik bedoel vertedering in de zin van ‘het is zo’n schattig mannetje, hij doet me aan mijn vader denken’. Soms ga je liever naar mevrouw Jansen toe dan naar meneer Pietersen. Omdat Jansen grappig is en ook van Elsschot houdt. Of omdat Jansen zo verdrietig is en dat verdriet dicht bij jouw verdriet komt om iets vergelijkbaars. Ook doet ze zorgend naar jou toe. Als je naast haar zit, pakt ze een pluisje van je mouw af met het vermaan: “Je moet je wel een beetje aankleden, hoor.” Maar eigenlijk begon het al bij de kennismaking. Ik stond aan het voeteneind van haar bed en ze keek me ‘vorsend’ aan, zoals dat heet, alsof ze wilde zeggen: “En wie ben jij helemaal?” Toen ik enigszins bedremmeld zei dat ik de dokter was antwoordde ze: “Nou ja, iemand moet het doen”.

Klagen

Dat ging anders bij meneer Pietersen. Die narrig vraagt: “En wat voor dokter bent u dan?” Waarop ik niet durf te antwoorden: “Een middenmoter, altijd geweest eigenlijk.” Want Pietersen houdt niet van een geintje. Vervolgens vraagt hij kribbig of ik specialistische kennis bezit over de aard van zijn zeer uitzonderlijke ziektebeeld. Als ik ‘ja’ zeg, lieg ik en hang ik. Maar als ik ‘nee’ zeg, hang ik ook. De meeste mensen klagen graag, maar Pietersen slaat alles op dit gebied. Het matras, de nachtzuster, de medicatietijden, de shampoo, de wifi, de postoel en natuurlijk het eten en daar is het tijdstip van mijn bezoek. Het deugt allemaal van geen kant.

Nu maakt het verschil tussen mevrouw Jansen en meneer Pietersen voor de meeste medische handelingen niks uit. De hogebloeddrukpil of de maagzuurremmer zal bij de een wat stroever ontvangen worden dan bij de ander, maar het dokteren blijft haalbaar. En bij ingrepen onder narcose is er al helemaal geen probleem want dan kunnen ze toch niet terugpraten. Eenmaal chirurgisch aangekomen bij het anatomische probleem daarbinnen maakt het niets uit in welke persoonlijkheid je staat te opereren, want de grappige Jansen of de zure Pietersen kom je niet tegen in haar blindedarm of zijn kransslagaderen.

Euthanasie

Bij euthanasie ligt dat heel anders, en het is niet voor niks dat het niet bij het gewone repertoire hoort van de arts. Dat wil zeggen dat je mag weigeren om het te doen. Helemaal begrijpen doe ik het niet, maar bij euthanasie moet er over en weer een gevoel van sympathie zijn, anders lukt het niet. Uiteindelijk zal het u een zorg zijn of u door een barse chirurg of door een aardige wordt geopereerd. Als iedereen over die barse zegt dat hij technisch zo geweldig is, dan zitten we goed bij hem. Nou geloof ik wel dat een aardige dokter in veel situaties een enorm verschil uitmaakt. Onbegrepen hoofdpijn, duizeligheid, oorsuizen, gewrichtsklachten, vermoeidheid, angst, stress enzovoorts enzovoorts dat zijn klachten waarbij vriendelijke aandacht veel betekent. En bij de Jansens is dat makkelijker dan bij de Pietersens.

Maar bij euthanasie is het hele initiatief gedoemd als er geen spoor is van een zekere kameraadschap, een wederzijds ervaren gevoel van begrip. Dat toont zich in de vraag die je bijna altijd hoort van mensen die om euthanasie vragen: hoe is het voor u, dokter, redt u het een beetje, vindt u het moeilijk? Uit zo’n vraag blijkt wel hoezeer je samen bezig bent.

Ter vergelijking: na de operatie vraag je niet aan je arts: “En, was u zenuwachtig?” Een eerlijk antwoord wil je dan beslist niet. “Nou, halverwege dacht ik wel even: ‘Waar ben ik aan begonnen?’, maar uiteindelijk viel het niet echt tegen.”

Lees ook:

Meer columns van Bert Keizer

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden