Eurlings en Boef: Het jaar van de revolte begint met een week van open deuren

Camiel Eurlings (l) en Rapper Boef Beeld ANP/Trouw

Als het nieuwsaanbod van deze week model staat voor heel 2018, dan wordt dit het jaar van de open deuren. Massaal viel Nederland over een grofgebekte rapper heen, alsof niemand ooit had geluisterd naar wat rappers als sinds jaar en dag rappen. 

Washington was in rep en roer over de ontdekking dat Donald Trump een volstrekte idioot is – en de rest van de wereld repte mee alsof het groot nieuws betrof. En opnieuw in Nederland bewees een eensgezind volksgericht wat het vermag door een persoon met losse handjes ongeschikt te verklaren voor welke openbare functie ook. De macht van zo’n schervengericht is de open deur, niet de functie.

Of die ongeschiktheid ook geldt voor het Amerikaanse presidentschap weet ik niet. Donald Trump is er nooit door gehinderd, maar opmerkelijk genoeg verliezend presidentskandidate Hillary Clinton ook niet. Dat zij tijdens de Lewinsky-affaire haar man Bill het gezicht openkrabde met – volgens insiders – blijvende littekens tot gevolg, is al jaren geen geheim. Daar zal zij best haar redenen voor gehad hebben – maar bij Eurlings vinden we dat een pover excuus.

Zoals de ombudsman van NRC naar aanleiding van de kwestie-Eurlings terecht schreef: ‘In tijden van #MeToo gelden andere eisen aan excuses over geweld tegen vrouwen’ – maar omgekeerd geldt dat dus niet. Als afsluiting van de week liet Trouw de discussie over datzelfde #MeToo drieëneenhalve pagina lang nog eens over de borreltafel klotsen, elke hoop smorend dat er – afgaand op die eerste week – van de komende twaalf maanden nog íets origineels te verwachten valt.

Vijftig jaar na mei '68

En dat terwijl 2018 het jaar van de revolte zou moeten worden. Of beter gezegd: van de herdenking daarvan. Vijftig jaar geleden zette de Parijse studentenrevolutie van ‘mei '68’ alles op zijn kop en sindsdien is niets meer wat het was. Althans, dat wil de hardnekkige mythe waaraan die wondermaand sindsdien verbonden is. De verbeelding moest aan de macht, maar zoals James Kennedy in deze krant opmerkte, dat had bij nader inzien weinig om het lijf. ‘De vakbonden waren snel gesust en de Franse kiezers zorgden voor een rechtse monsterzege in juni 1968.’

Was de meirevolutie van dat jaar wel een echte revolutie? Volgens de uit Rusland gevluchte politiek filosoof Alexandre Kojève in ieder geval niet. Zolang er geen doden vielen kon je een omwenteling niet serieus nemen en die waren er in mei ’68 nauwelijks. De Franse minister Pierre Viansson-Ponté had de ‘événements’ al een paar maanden eerder ontluisterd. ‘La France s’ennuie,’ had hij op 15 maart van dat jaar geconstateerd en de mei-revolte bij voorbaat teruggebracht tot het kattenkwaad van zich vervelende kinderen. Niet verwonderlijk dat ‘verbeelding’ er dan het belangrijkste strijdpunt van wordt.

Zijn ideeën ooit van doorslaggevend belang wanneer het om echte grotemensenrevoluties gaat? Achteraf, wanneer de intellectuelen ermee weglopen, lijkt dat wel zo. Maar in deze krant wees Rob de Wijk er al op dat de huidige opstand in Iran minder te maken heeft met verlangen naar vrijheid dan naar betaalbare voedselprijzen, zoals ook die in de Arabische wereld ‘ordinaire broodoproeren’ waren. En alle hooggestemde verlangens van de ‘Derde Stand’ ten spijt, was het met de Franse Revolutie, de moeder aller opstanden, niet anders. Even legendarisch als, helaas, apocrief zijn de woorden van vorstin Marie-Antoinette: ‘Heeft het volk geen brood? Waarom eten ze dan geen taart?’

Seksueel volksgericht

In mei ’68 had het volk geen honger en was haar verbeelding al lang blij met een iets betere cao. De studenten hongerden wel, maar niet naar brood. De hele opstand begon met de eis van vrije toegang tot studentenflats, vooral van jongens tot die van de meisjes. De verbeelding ervan was in de eerste plaats hitsig van aard. En als de ‘gebeurtenissen’ íets hebben voortgebracht, dan was het een seksuele promiscuïteit over het verplichte karakter waarvan alleen bedompte kleinburgers als ikzelf zich soms geschokt durfden tonen.

Want zoals alle revoluties kwam ‘mei ’68’ voornamelijk ten goede aan het soort goedgebekte roofdieren dat zijn seksuele kansen schoon zag. ‘Een vrouw die bij de eerste oproep tot free love haar benen niet wijd deed, kon snel gekwalificeerd worden als reactionair, antirevolutionair, pro-systeem en een lang en stompzinnig et cetera,’ schrijft de Venezolaanse romancier Rodrigo Blanco Calderón in zijn roman ‘The Night’. Zoals op politiek en economisch gebied al snel duidelijk werd, zou ‘mei '68’ van de weeromstuit een terugslag voorbereiden waarvan het zelfs de ‘preutse’ jaren 50 pips om de neus zou zijn geworden.

Daarmee zijn we terug aan de borreltafel en achter de vitragegordijnen waar slutshaming en verkrachtingsroddels elkaar inmiddels in evenwicht houden als instrumenten van seksueel volksgericht. Het lukt de geschiedenis maar niet zich enigszins gelijkmatig te ontplooien; ze wankelt van extreem naar extreem. Erotisch bevrijd, zoals ‘mei '68’ dacht te beloven, zijn we al lang niet meer. Hoogstens zijn, zoals het oude liedje luidt, ‘die Gedanken frei’, maar zelfs dat dreigt niet lang meer te duren. We leven in reactionaire tijden en zullen de beker moeten uitdrinken tot onze herinneringen aan toe. Want een revolutie herdenken is misschien wel het meest behoudzuchtige wat de verbeelding kan opbrengen.

Ger Groot doceert filosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Voor Trouw bekijkt hij de actualiteit door een filosofische bril. Lees hier meer bijdragen van Ger Groot.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden