column

‘Er wordt regelmatig geroepen om zijn ontslag, wat wij opvatten als een goed teken’

Beeld Trouw

In de hoeveelheid beschouwingen, getuigenissen, beschuldigingen, karikaturen en soms oproepen tot moord die ik dit weekeinde over Thierry Baudet beroepsmatig moest verwerken, is er een die me lang bezighield. 

Tegen een medescholier of -student zei de jeugdige Baudet dat hij later premier zou of wilde worden. Ik dacht ogenblikkelijk aan de overleden Franse president François Mitterrand. Toen deze de leeftijd van veertien jaar had bereikt, zei hij tegen zijn ouders: “Ik zal later koning of paus worden.”

Het blijft een mysterie hoe sommigen onder ons, vrij vroeg in hun leven, door een onverwoestbare gedrevenheid worden bevangen. Deze tomeloze ambitie om boven anderen uit te torenen, om de eerste te willen zijn, kun je wellicht als een oerkracht zien. Maar misschien ook als een aandoening die je leven kan verwoesten. Een obsessionele dynamiek die, mits niet gerealiseerd, in een moeras van frustraties en bitterheid kan verzanden. De vraag werd me vaak als kind gesteld en leidde steevast tot maagkrampen: wat wil je later worden? 

Jongetjes met een normale testosteronspiegel horen gedecideerd naar de hemel te wijzen: jachtpiloot! Maar ik wist het niet en schaamde me ervoor. Ik liet anderen voor mij beslissen: advocaat! (mijn oma), priester! (moederlief). Mijn vader hoopte voor zijn zoon op een keurig ambtelijk traject met een goed pensioen aan het einde. 

Krabbelaar

Toen ik op mijn vijftiende apetrots met een perskaart van het regionale dagblad thuiskwam, werd de ontvangst lauw: krabbelaar in rokerige redactiezalen gaat het dus worden. Misschien dat ik, net als Baudet en Mitterrand, ergens heel stiekem hoopte op een eerste plek. Maar dan heb ik wel tot mijn vijftigste moeten wachten. Twaalf jaar geleden in het Italiaanse Riccione mocht ik de hoogste trede van het podium beklimmen: bij de masters atletiek werd ik wereldkampioen werpvijfkamp. Achter mij, uit Griekenland tot aan uit de VS, lagen 26 verslagen kandidaten voor de titel. 

Wat hier nu van overblijft? Herinneringen die steeds vager worden en, tegen de vergetelheid, een ingelijste foto en medaille naast mijn bureau.

Vorige maand besloot het blad HP/De Tijd uit de duizenden columnisten die Nederland onveilig maken, de twintig beste te selecteren. Het blad noemde deze selectie ‘de crème de la crème’ van het vaderlandse columnistendom. Nee, het werd geen podiumplaats. Ik vond mezelf op de zeventiende plek terug. “Au suivant!” zong Jacques Brel. Het belangrijkste kenmerk van nummertje zeventien stond in grote letters geschreven, vlak onder mijn getekende portret: ‘Er wordt regelmatig geroepen om zijn ontslag, wat wij opvatten als een goed teken’. 

Nu kan ik me altijd tevredenstellen met het feit dat ik, mousserend van trots, als enige Trouw-columnist de crème de la crème heb bereikt. Want wie zal je in het zonnetje zetten als je het niet zelf doet? Maar geholpen door de hierboven geciteerde omschrijving van HP/De Tijd en met de kennis van nu, laat ik het veertienjarige jongetje dat ik ooit was kordaat en resoluut blèren: “Ik wil later rebel worden!”

Drie keer per week werpt columnist Sylvain Ephimenco zijn blik op de actualiteit. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden