null Beeld

ColumnStevo Akkerman

Er wordt iets gevierd in Nederland, en het is meer dan sneeuw

Zondagochtend. Ik doe de schoenen aan die me een paar zomers geleden naar Santiago de Compostela brachten en combineer die met mijn Russische muts, voorzien van oorflappen. Tijd voor een kleine winterpelgrimage in mijn eigen stad, die ik niet eerder zo besneeuwd zag. In het park aan het uiteinde van mijn straat verschijnen al volop strepen in het wit; sleeën gaan kriskras over het veld, voortgetrokken door ouders die zich gewillig laten aansporen door hun kinderen. Er wordt iets gevierd en het is meer dan sneeuw, het is een bevrijding – hoe tijdelijk ook – van de deken die al te lang over onze levens ligt. Ik wil een flink eind lopen en de stad goed zien; ik moet onthouden hoe het was, die winter van 2021.

Ik volg de brede straat die naar het centrum voert, en vervolgens naar de rivier. Er is geen verkeer en alle geluid is tot zwijgen gebracht door de sneeuw. Een man met een scootmobiel komt even vast te zitten, maar hij weet zich los te wrikken en stuitert zonder op of om te kijken het kruispunt over.

De stilte van een besneeuwd verleden

Ik denk aan de Oost-Europese sneeuw – iedereen zal zijn eigen sneeuw hebben, dit is de mijne. De keer dat we in Roemenië, nog in de ijstijd van Ceausescu, opeens een man op ski’s naast ons autoraampje zagen. Kort daarop raakten we in een slip en vlogen tussen twee bomen door het witte weiland in; het halve dorp kwam helpen om ons weer de weg op te trekken. De eerste winter in standplaats Praag, waar de bruinkoollucht je de adem benam, en toch hield ik ervan. De kou van Kosice, in het oosten van Slowakije, waar mijn begeleider op een begraafplaats zijn jas uittrok om de Joodse ketting te laten zien hij droeg – een erfstuk van zijn moeder, die haar hele leven gezwegen had over haar afkomst. De stilte van een besneeuwd verleden.

Als ik de Erasmusbrug overga, begint het te waaien, de lucht verliest alle kleur en de Maas lijkt grijs of zelfs roestbruin. Aan de overkant vormt opvliegend stuifsneeuw een sluier – ik moet er doorheen om richting Willemsbrug te gaan. Voor me lopen vijf jongens van een jaar of tien met twee sleeën, ik hoor de verwachting in hun stemmen, ze gaan een geweldige heuvel opzoeken en dan loeihard naar beneden, let maar op. Kun je tegelijkertijd heimwee hebben naar je eigen jeugd en naar die van je kinderen? Ja, dat kan.

Ik voel de kou mijn benen in trekken

Zaterdag, aan de vooravond van de sneeuw, zette Ester Naomi Perquin haar gedicht ‘Winter’ op Twitter. In de eerste zin spreekt de ik-persoon de wens uit dat het ‘na deze winter nog eens winter zal zijn’, en de laatste regels luiden als volgt:

Niets erger dan dat woekerend gemak/ waarmee de lente aan het groeien slaat./ Daaronder houdt het ijs een zoontje stil.
Voor al dat leven maakt hij geen verschil./ Er is geen zonlicht dat hem bovenbrengt
Geen voorjaar dat hem kennen wil.

Met die woorden in mijn hoofd loop ik via het verweesde station naar huis. ‘Wat voorjaar was werd winter’, schreef ik eens over een verloren kind. Ik voel de kou mijn benen in trekken.

Drie keer per week schrijft Stevo Akkerman een column waarin hij de ‘keiharde nuance’ en het ‘onverbiddelijke enerzijds-anderzijds’ preekt. Lees ze hier terug. Abonneer je op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden