null Beeld
Beeld

ColumnHans Goslinga

Er valt iets te zeggen voor nieuwe verkiezingen

Er valt iets te zeggen voor ontbinding van de zojuist aangetreden Tweede Kamer en nieuwe verkiezingen. Dat is drastisch, maar niet onlogisch nu zich nieuwe belastende informatie heeft aangediend over de toeslagenaffaire die de kiezers bij de stembusgang half maart nog niet kenden. Dat is niet alles. Ook pas na de verkiezingen open­baarden zich tussen de oude coalitiepartijen spanningen, die zich begin april ontlaadden in een ongekende motie van afkeuring van D66 en CDA tegen VVD-fractieleider Rutte. De vraag is dus meer dan legitiem of de nieuwe Tweede Kamer nog wel een zuivere afspiegeling is van de opvattingen van de kiezers.

Deze vraag krijgt nog meer relevantie nu de inzet van de kabinetsformatie herstel van vertrouwen is, niet alleen tussen politici onderling, maar ook en urgenter van burgers in de overheid. Hoe kan informateur Tjeenk Willink aan dat herstel werken als er uit de Hofvijver steeds weer nieuwe ongerechtigheden worden opgevist die het wantrouwen versterken?

In mijn vorige column trok ik een vergelijking met de politieke situatie na de val van het eerste kabinet-Colijn in 1925. De oorzaak daarvan lag in onenigheid over voortzetting van de diplomatieke post in Vaticaanstad, maar op politiek niveau gaven de weerstanden tegen het leiderschap van Colijn de doorslag en het streven van de oppositie het pact van christelijke partijen te doorbreken.

Groeiende weerstand

Die doorbraak bleef nog even uit. Het lukte de oude coalitie wel zich van de ambitieuze, maar door zijn harde bezuinigingen en fietsbelasting omstreden Colijn te ontdoen en in te wisselen voor de minder uitgesproken De Geer. Hij was niet de eerste premier die in een formatie een kopje kleiner werd gemaakt en ook niet de laatste. Het is dus zaak ook vanuit het perspectief van groeiende weerstand tegen Rutte naar deze formatie te kijken.

Het andere perspectief, een doorbraak naar nieuwe verhoudingen, biedt minder helderheid. De VVD is de grootste partij en het speelveld is door de buitenspelpositie van de populisten beperkt. Voor zover dit perspectief een nieuwe, open bestuursstijl omvat en een lossere verhouding tussen kabinet en Tweede Kamer, moeten de potentiële regeringspartijen in het midden zich dus als het ware opnieuw uitvinden. Dat geldt in de eerste plaats de VVD, die vanaf 1994 vrijwel doorlopend heeft meegeregeerd.

De liberalen hebben heel lang, in de geest van Thorbecke en Oud, dualisme tussen regering en Kamer gepropageerd. Maar eenmaal als grootste partij aan de macht en met een eigen man in het Torentje transformeerden zij tot doorgefourneerde monisten. Het CDA en de PvdA hadden dat al eerder laten zien: de wil tot machtsbehoud brengt een tomeloze drang mee tot het beheersen der dingen, het disciplineren van de eigen rangen en het smoren van tegenmacht. Hoor dus ook met gezonde scepsis de huidige profeten van de tegenmacht aan.

Machtsverschijnsel blijft

De staatsrechtsgeleerde A.M. Donner zag het zo: ‘Je kunt in een democratie wel de verhoudingen veranderen, maar niet de mensen. Het machtsverschijnsel blijft altijd levensgroot aanwezig.’ Rutte verschilt in dit opzicht niet wezenlijk van zijn voorgangers Balkenende, Kok en Lubbers. Alleen al daarom zou het democratisch wijs en politiek opklarend zijn als hij zou verklaren niet voor een volgende termijn als premier beschikbaar te zijn. Die stap zou de formatie weer ­voluit op gang kunnen brengen, omdat het in de huidige politieke toestand meer op daden dan op woorden aan komt.

Colijn reageerde destijds verbitterd op zijn verlies, dat hij zag als de uitkomst van gewroet tegen zijn leiderschap. Daar kwam nog bij dat hij weinig waardering had voor De Geer, die ter voorkoming van een nieuwe mislukking in de slepende formatie zijn kabinet in het diepste geheim had samengesteld. Colijn kwam daar pas achter toen het al te laat was. Niettemin zou hij in 1933 een herkansing krijgen en het land nog zes jaar als premier leiden. Mocht Rutte een stap terug doen, dan kan hij daaruit hoop putten alsnog het record van premier met de meest vlieguren te breken. Colijn was na de val van zijn eerste kabinet 56, Rutte is nu pas 54.

Na de crisis in zijn eerste kabinet door de aftocht van de PVV in 2012 nam hij het initiatief tot nieuwe verkiezingen. Dat was onnodig, omdat er best andere coalities mogelijk waren. Maar het parlement volgde Rutte gedwee. Van een laatste redmiddel transformeerde ontbinding van de Kamer op dat moment tot een politiek instrument in handen van de zittende macht, die electoraal voordeel rook. Wil de nieuwe Kamer haar zelfstandige positie onderstrepen en, samen met het lid Rutte, iets zichtbaar maken van een nieuwe stijl van besturen, dan is de uitdaging helder: voorkomen dat de formatie gaat slepen en, als treurig bewijs van onmacht, nieuwe verkiezingen noodzakelijk maakt.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden