Vraag van Monic

Er is wel degelijk een toekomst voor de boer

Een biologische varkenshouderij. Boer Frank van Wagenberg uit Esch won ooit de trofee van Wakker Dier voor 'de mooiste modderpoel' Beeld ANP

Denkt u dat er toekomst is voor boeren in Nederland, luidde onlangs de vraag van Monic Slingerland, chef van de opinieredactie van Trouw. Jawel, is de teneur van de antwoorden, maar het vraagt wel aanpassingen, zowel van de boer als van de consument.

Niet alleen de boer

De tijd van nu vraagt aanpassingen van boeren aan de ontwikkelingen in de samenleving rondom klimaat, voedsel en landschap. Ik ben zo'n boerin in transitie. Mijn man en ik runnen een melkveebedrijf in Haaksbergen. Na jaren te zijn meegegaan in de stroom van groei, kiezen we nu voor een andersoortige groei, in verbondenheid met onze omgeving. Als import-boerin is mijn wens dat we samen met de samenleving deze transitie laten slagen. Het is namelijk niet alleen een transitie van de boer maar ook van de consument. Het vraagt van ons allemaal aanpassingen. Als we die samen maken dan zijn er over dertig jaar tevreden boeren, burgers en consumenten in Nederland.
Heleen Lansink-Marissen Haaksbergen

Liefst biologisch

De situaties die Monic Slingerland beschrijft hebben vooral betrekking op veeboeren. Omdat de productie van vlees en zuivel een enorme bijdrage levert aan de klimaatverandering is het onontkoombaar dat die productie omlaag gaat. Ik heb een warm hart voor boeren: een van de belangrijkste maar tegelijk meest miskende groepen in onze samenleving. Als de productie omlaag gaat - en dat móet - zullen velen hun geliefde beroep moeten opgeven. Dat is treurig, maar onvermijdelijk. De 'vrijgekomen' grond (een akelig woord in dit verband) is er dan voor akker- en tuinbouw; die zullen des te meer nodig zijn. Liefst biologisch natuurlijk.
Jos Koning Nijmegen

Minder kritiek

In vroegere tijden had elke boer een gemengd bedrijf: veeteelt, akkerbouw, pluimvee en varkens. Op die manier spreidde men het risico. Ging het slecht met de ene tak dan werd dat gecompenseerd door de opbrengsten uit de andere tak. Wil de boer in de toekomst voldoende inkomen verwerven, dan kan hij het beste omschakelen naar een moderne versie op het gemengde bedrijf. Hij kan gebruik maken van de volgende vier takken: (biologische) landbouw, (opwekken van) energie, toerisme en zorg. Op zo'n boerenbedrijf zal veel minder kritiek komen dan op de grote gespecialiseerde bedrijven die we nu hebben met alle problemen van dien. 
Jan Lenselink Ruurlo

Aan opvolgers geen gebrek

Zeker is er een toekomst voor de boer. De vraag is alleen voor welke boer?

Ik denk dat boeren in Nederland die voor de 'bulk' produceren steeds meer moeite hebben overeind te blijven en dat boeren die in samenwerking met de natuur boeren, over veertig jaar nog een rendabele onderneming runnen.
Volgens mij kan alleen een vruchtbare en levende bodem, in de letterlijke zin van het woord, het boerenbedrijf 'levensvatbaar' maken en houden. Als we daar iedere dag opnieuw in investeren ontstaat er geen hetze tegen, maar een waardering voor de boer vanuit de hele samenleving. De economie wordt dan volgend en niet bepalend. Ik heb ervaren, met dertig jaar biologisch dynamisch boer zijn, dat deze manier van boeren rendeert voor ons allemaal.
Aan jonge opvolgers dan ook geen gebrek.
Jos Jeuken Swifterbant

Positiever kijken

Wij, leerlingen Veehouderij van het Wellantcollege in Houten, zien zeker wel toekomst als jonge boeren. Het is alleen wel lastig als je wilt beginnen. Als boeren stoppen kun je bijna geen bedrijf overnemen omdat grote boeren dan kopen. Daarom zijn subsidies voor jonge boeren belangrijk, anders blijven er niet veel boeren meer over.
Het is geen makkelijke tijd voor boeren, er zijn steeds weer veranderingen en wetten waaraan je je moet aanpassen. En die veranderingen kosten de boer vaak ook veel geld. Maar je zult wel moeten.
Mensen zouden wat positiever naar boeren moeten kijken, er komen steeds meer mensen dus er is ook steeds meer voedsel nodig; maar de prijs zou eerlijker moeten zijn, dan zouden er ook meer kleinschalige bedrijven mogelijk zijn. 
Leerlingen Veehouderij niveau 2 Wellant College Houten

Radicale ommekeer nodig

De Nederlandse landbouw is doodziek. In de ijver om voor de wereldmarkt te produceren is mijns inziens een doodlopende weg ingeslagen. Grote boeren concurreren kleinere dood, de bodem raakt uitgeput door teveel bewerkingen en eenzijdige bemesting. Het landschap wordt uitgekleed omdat elke vierkante meter telt, het milieu vervuilt en voor planten en dieren is geen plek meer. Dit alles gestut door een complex stelsel van regels en subsidies dat (onbedoeld!) ook ongewenst gedrag beloont.
Er is een radicale ommekeer nodig. Hoe? Door te kiezen voor lokale markteconomie en kwaliteit in plaats van kwantiteit. Met een gesloten, grondgebonden kringloop wordt ons leefmilieu gespaard.
Door de waarde van milieu, landschap en natuur mee te berekenen in de kostprijs blijven deze mooi en gezond. En ja, landbouwproducten worden hierdoor duurder voor de consument. Maar door het subsidie- en het belastingstelstel zodanig om te buigen dat gewenst gedrag wordt beloond, wordt dit effect verzacht.
Sytske Rintjema Jonkerslân

Elke groep de ruimte

In mijn ogen is er in Nederland ruimte voor veel categorieën ondernemers, dus ook voor agrariërs! Echter, dit vraagt met de huidige druk op het grondgebruik wel om duidelijkheid en kaders.
Zonder deze duidelijkheid is er overal in Nederland druk op het grondgebruik. Met als gevolg dat er jaarlijks nieuwe regels bijkomen om aan de belangen van veel groeperingen, zoals organisaties op het gebied van natuur en milieu, dierenwelzijn et cetera tegemoet te komen.
Er is behoefte aan een betrouwbare overheid met een langetermijnvisie, die centraal geregisseerd en uitgedragen wordt. Dus geen provinciaal, lokaal en jaarlijks aangepast natuurbeleid met onduidelijke kaders en wisselende spelregels, maar helderheid over het doel, het grondgebruik en de grondindeling.
Agrariërs zijn ondernemers. Laat ze dat dan ook zijn, in een aangewezen en geschikt gebied van Nederland. Bestem een ander deel voor recreatie, weer een ander deel voor industrie, kantoren, wonen, parken (met uittredende agrariërs als parkwachter?) enzovoorts.
Dit geeft elke groep de ruimte om hun activiteiten binnen de kaders, met behulp van de technologische vooruitgang, te optimaliseren. Zo zijn we in staat te excelleren en blijven we behoren tot de best presterende agrariërs ter wereld.
Evert van de Streek Alphen ad Rijn

Stadspark Nederland

Natuurlijk zijn er over 30 jaar nog boeren in stadspark Nederland. Na WO II spraken we af om voldoende voedsel te maken, van uitstekende kwaliteit en betaalbaar, want we wilden nooit meer honger. Dat doel hebben we gerealiseerd.
Maar we zien steeds beter dat het huidige systeem ook nadelige kanten heeft. Ook boeren zien dat en nemen initiatieven om meer integraal duurzaam te produceren. Dat gaat de samenleving niet snel genoeg. Dus is het nu chaos, wat kenmerkend is voor een transitieproces. Als je door alle dagelijkse berichten over deze chaos heen kijkt, zie je dat langzamerhand duurzamere voedselproductiesysteem ontstaan, langs vele wegen, die overigens nog lang zijn.
We realiseren ons steeds meer dat voedsel uit de regio duurzamer is, en dat ons voedsel te goedkoop is. Meer en betere relaties tussen boeren en burgers helpen dit te verbeteren. Daarom is er voor zowel burgers als boeren plaats in stadspark Nederland.
Maarten Vrolijk Dronten

Bekijk ook het dossier met alle vragen van Monic Slingerland

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden