Er is geen alternatief voor de EU

opinie

Henk van Klaveren en medewerker Liberal Democrats in het Britse parlement

David Cameron in het Lagerhuis in Londen. © REUTERS

Eurosceptici in Engeland en Nederland willen 'weg uit Europa'. Hun alternatieven klinken een stuk mooier dan ze zijn.

 
'Yeah but, no but, yeah but', zo laat Camerons houding zich typeren

Britse conservatieve Lagerhuisleden kijken bijna handenwrijvend naar de eurocrisis: zie je wel, Europa is gedoemd om te mislukken!

Zij willen dat de Britse regering als een soort gijzelnemer dwars gaat liggen: alleen instemmen met oplossingen voor de eurocrisis als Groot-Brittannië bepaalde bevoegdheden terugkrijgt. Zo zouden zij niet meer mee willen doen met samenwerking op het gebied van justitie. Als dat niet haalbaar is, moet Groot-Brittannië er gewoon uitstappen. Dat deze onderhandelingsstrategie volledig losstaat van wat praktisch mogelijk is, maakt deze schuimbekkende anti-Europeanen niet uit.

Niet alleen de Britse eurosceptische conservatieven willen weg uit 'Europa'. Ook de PVV in Nederland wil er nu uit.

Hete adem
Net als in Nederland premier Rutte dat voelt, voelt ook de Britse premier David Cameron de hete adem van de eurosceptici. Cameron schreef daarom in de Sunday Telegraph dat hij een referendum over het EU-lidmaatschap overweegt - als de tijd rijp is. Zo stelt hij de conservatieve backbenchers gerust. Zelf blijft hij liever in de EU, mits die hervormingen doorvoert. Tegelijkertijd roept Cameron ook al maanden dat de eurozone verregaande stappen moet nemen richting een fiscale unie - natuurlijk zonder Groot-Brittannië.

Om Camerons gedraai te beschrijven werd in de Britse pers Vicky Pollard uit de comedy 'Little Britain' al aangehaald: "yeah but, no but, yeah but".

Wat de eurosceptici betreft: wat willen zij dán in plaats van EU-lidmaatschap? Het is hier in Groot-Brittannië vooral een emotionele kwestie: "Wij moeten niet door anderen bestuurd worden" en "We kunnen het zelf gewoon beter". Daarvoor wordt dan bewijs aangevoerd, bijvoorbeeld dat Brussel te ver doorschiet met de regelgeving, vooral op het gebied van sociale en binnenlandse zaken. Men wijst ook op een gebrek aan democratische besluitvorming. Ter linkerzijde vindt men de EU een neoliberaal bolwerk, dat sociale verworvenheden ondermijnt.

De Britse eurosceptici willen wél graag vrije toegang tot de Europese gemeenschappelijke markt behouden. Immers, de Britse handel is voor de helft afhankelijk van andere EU-landen. De EU is dus cruciaal voor de Britse economie.

Europese Economische Ruimte
Sommigen denken dat vrije toegang gerealiseerd kan worden door net als bijvoorbeeld Noorwegen lid te worden van de Europese Economische Ruimte, anderen vinden dat een douane-unie zoals tussen de EU en Turkije voldoende is. Weer anderen willen een eigen vrijhandelsverdrag, zoals Zwitserland dat heeft. Alle voorstellen komen neer op iets als 'wel vrijhandel, maar geen regels'.

Dat dit tot een oplossing leidt, is wishful thinking. Zo voert Noorwegen driekwart van alle Europese regelgeving gewoon in, inclusief de in Groot-Brittannië veel gelaakte regel dat een werkweek maximaal 48 uur mag tellen. Dit terwijl de Noren geen inspraak hebben in de manier waarop die regelgeving tot stand komt. Terwijl buurland Zweden mee onderhandelt over een nieuwe richtlijn, wachten de Noren op de e-mail uit Brussel over wat ze moeten doen. Is dat dan ideaal?

Zwakke positie
Ook de Turkse douane-unie is de oplossing niet. Turkije moet douanekosten betalen voor alles wat buiten de afspraken valt. Om dat substantieel anders uit te onderhandelen, moet je van goeden huize komen: de Britten zouden zich in een zwakke positie tegenover het Fort Europa bevinden, gezien het belang van hun handel met de EU.

De alternatieven lijken dus niet uitvoerbaar en bieden geen oplossing. Dat geldt net zo goed voor een klein land als Nederland, dat altijd sterk afhankelijk is geweest van een open economie en 'wat de buren doen'.

Al die abstracte debatten over wel of geen EU-lidmaatschap en alternatieven creëren geen banen in tijden van crisis en vergroten het vertrouwen van consumenten en bedrijven niet. Maar wat kan er dan wel? Terecht merkt Cameron op dat de eurozone niet onder integratie op economisch gebied uit kan. De EU-landen móeten samen optrekken.

Hoe regeringen tegelijkertijd het politieke vertrouwen kunnen herstellen, daar horen we weinig over. Toch moet dat debat wel gevoerd worden. Het is daarbij belangrijk creatief maar ook pragmatisch te zijn.

De EU is er nu eenmaal en zal zich ook zonder de Britten of de Nederlanders doorontwikkelen. De vraag voor iedereen is: staan we liever aan de zijlijn of geven we er de voorkeur aan een krachtige stem te hebben aan tafel? Want daar worden de besluiten genomen die ons raken.

Lees verder na de advertentie

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie