null Beeld Trouw
Beeld Trouw

ColumnBert Keizer

Er bestaat een taalkundige verklaring voor vage psychiatrische diagnostiek

In het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde schreef Christiaan Vinkers, psychiater, een artikel over burn-out als ‘een ongrijpbaar fenomeen’. Er zijn allerlei definities, er is geen betrouwbaar diagnostisch interview, er is een grote overlap met depressie, er zijn geen bewezen effectieve behandelingen enz.

Psychiatrische diagnostiek is soms ontmoedigend warrig. Het is niet uitzonderlijk dat opeenvolgende psychiaters één en dezelfde patiënt beschrijven als depressief – fobisch – schizo-affectief – autistisch en borderliner. Het wordt nog hopelozer als je bedenkt dat de internationaal gebruikte en gehate DSM-indeling van psychische ziekten tot stand komt in een corrupte atmosfeer. Corrupt in de simpelste betekenis van het woord: mensen die pillen willen verkopen zorgen ervoor dat er ziektes in komen te staan waartegen hun pillen zouden helpen. Ik geloof graag dat u dat niet gelooft, maar er is geen cynischer bedrijfstak dan Big Pharma.

Er is naast het ondermijnende gedoe van de pill-pushers een diepere oorzaak voor diagnostische problemen in het geestelijke domein. Wij beschrijven onze geestelijke wereld vaak in termen ontleend aan de stoffelijke wereld. Een ravijn kan diep zijn, een rotsblok zwaar, zonlicht fel en de aardbodem gelaagd. Zo kan een gevoel diep zitten, je dag zwaar wegen, je haat fel zijn en je afkeer uit vele lagen bestaan.

Hugo de Jonge een hopeloos keffertje, Wopke Hoekstra een sullige labrador

Termen uit de stoffelijke wereld steken over, nu als metafoor, naar de geestelijke wereld. Denk aan duister, hoog, licht, gespannen, verward (kluwen touw), helder, vaag (mist) enz. Allemaal woorden die in de twee domeinen van de stoffelijke en de geestelijke wereld hun plaats hebben.

Ik begrijp niet goed hoe we een metafoor begrijpen. Iemand kijkt naar de katholieke kerk en zegt: er zitten heel wat rotte appels in die mand. Zijn buurvrouw weet het nog beter: die hele mand is zo rot als een mispel. En er is nergens een appel, een mispel of een mand te zien. Hoe werkt dat, dat je een A beschrijft als een B en dat daardoor iets duidelijk wordt? Hugo de Jonge een hopeloos keffertje, Wopke Hoekstra een sullige labrador, Grapperhaus een nijvere boxer en Rutte zo glad als een paling in een emmer snot.

Dat we ooit zijn gaan praten was op zich al een revolutie, maar binnen de taal hebben we later ook nog eens een andere oversteek gewaagd. We begonnen, denken we, met eenvoudige uitingen: ‘Ga je mee – kom gauw – kijk uit – slang daar – morgen brengen – hond ziek – kind weg’ enz. Maar wat er precies gebeurde toen een vrouw niet over een berg maar over een taak zei: ‘Ik zie er erg tegen op’ weten we niet goed. Mijn linguïstieke kennis is nul, maar ik denk dat taalkundigen hier wel iets te melden hebben.

Arie ‘zit tussen twee uitdagingen in’

Hoe dat ook zij, er is één aspect dat verloren gaat bij die oversteek van stoffelijk naar geestelijk en dat is nauwkeurigheid. In het stoffelijke kun je zeggen dat de auto recht tegenover Kerkstraat nummer zeven staat, duizend kilo weegt en tienduizend euro waard is. In het geestelijke wordt dat: Arie zit ‘tussen twee uitdagingen in’, is geen groot brein, en mij wat minder dierbaar dan Trudy.

Nu kun je rond die auto veel nauwkeuriger worden door locatie, gewicht en marktwaarde preciezer te bepalen. Dat gaat niet met Arie en de afstand waarop hij zich bevindt ten opzichte van die uitdagingen. Al even moeilijk is de aanduiding ‘geen groot brein’ Hoe groot is zijn brein dan? Als ik zeg ‘iets meer dan een kilo’ dan wekt dat bevreemding. En hoeveel minder dierbaar dan Trudy? Precies een meter minder, klinkt onzinnig. Maar dit kan wel: ik heb nou eenmaal meer met Trudy.

Verlies van nauwkeurigheid

Alle uitdrukkingen uit het stoffelijk domein (meer – minder – snel – traag – diep) verliezen bij de oversteek naar het geestelijke nou net dat aspect van nauwkeurigheid waar wetenschap zich op zou willen baseren. Dat verklaart de vaagheid van psychiatrische diagnostiek. Het gaat daarbij niet om een slordigheid die we te boven moeten komen. Een niersteen is iets heel anders dan die steen die zwaar op je maag ligt. Een zware last kan van beton zijn of de gedaante van een pestend klasgenootje aannemen. Deze twee vormen van last behoeven allebei hun eigen wetenschappelijke benadering. Het frustrerende is dat die benaderingen wel een beetje overlappen, maar lang niet helemaal.

Bert Keizer is filosoof en arts bij het Expertisecentrum Euthanasie. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden