column

Eind 2017: we kunnen nog alle kanten op

Beeld Trouw

Iedereen die te gast is in het mooie radioprogramma Kunststof, waar men de eigenaardige gewoonte heeft mensen uit te laten praten, wordt verzocht aan het einde van de uitzending met viltstift een spreuk op een tegeltje te schrijven. 

Ik was er begin deze week en had het volgende bedacht: ‘Eind 2017: we kunnen nog alle kanten op’. Daar zat natuurlijk een element van wensdenken in, en zo hoort ook het op tegeltjes. Maar ik bedoelde er wel degelijk mee dat de toekomst altijd open ligt, ook aan het einde van het jaar, ook in een tijd waarin de woorden ‘ondergang’ en ‘afgrond’ met een verdachte gretigheid worden gebezigd. “Tijd is hoop”, zei de filosoof Ernst Bloch, en dat is wat ik voor ogen had.

Wonderlijk, opeens dook zijn naam op verschillende plekken op. Stephan Sanders verbond Blochs denken in deze krant aan Kerst en Joke Hermsen hield bij omroep Human een betoog waarin ze Blochs ‘principe van de hoop’ koppelde aan het werk van Hannah Arendt – twee Joodse filosofen, beiden naar New York gevlucht vanuit nazi-Duitsland, en beiden zoekend naar de mogelijkheid van opnieuw beginnen. Voor mensen persoonlijk en voor samenlevingen. Arendt koos daarvoor de term ‘geboortelijkheid’; de capaciteit van de mens, ik vat het maar even heel losjes samen, om niet alleen iemand te zijn, maar ook iemand te worden. Dat is een onophoudelijk proces, zo lang het leven duurt – een permanent geboortefeest, om het kerstig uit te drukken. Of nog christelijker: een voortdurende wedergeboorte.

Bij lezingen over mijn boek ‘Het klopt wel, maar het deugt niet’ komt vanuit de zaal steevast de vraag waar we uiteindelijk op afstevenen, of de zaken nog ten goede gekeerd kunnen worden voor de planeet en de mens. Dat is een intimiderend grote kwestie, waar ik altijd wat ongemakkelijk van word; als de toekomst open ligt, dan is ook het zwartste scenario niet ondenkbaar. Maar ik zal nooit zeggen dat we onherroepelijk te pletter zullen slaan. 

Joris Luyendijk beschrijft het angstbeeld van onze maatschappij als een vliegtuig met een onbemande cockpit, maar ik geloof dat zolang er mensen zijn, er kan worden bijgestuurd. We moeten ‘opnieuw leren hopen’, zegt Bloch, en dat kan alleen door de toekomst te zien als een land dat weliswaar niet volslagen braak ligt (het verleden laat zijn sporen na), maar toch nog lang niet af is: “Wees realistisch, denk het onmogelijke”.

Dat klinkt misschien naïef, maar dat was Bloch allerminst, net zomin als Arendt. Het ging hem erom richting te geven aan het denken; wie zich dagdromend een voorstelling durft te maken van de toekomst, weet bij het ontwaken welke kant hij op wil en kan beginnen stappen te zetten. “We hebben verhalen nodig over hoe het anders en beter kan”, zei Joke Hermsen. Ze wees op de waarde van de utopie, niet als ideologische blauwdruk, waar de werkelijkheid dan met geweld aan moet voldoen, maar in letterlijke zin: als ‘nog niet bekende plek’, een reisdoel om voor in beweging te komen.

Ik ga er even tussenuit en wens u goede dagen.

Lees hier meer columns van Stevo Akkerman.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden