OpinieRecht

‘Eenvoudige’ Omgevingswet moet een zegen zijn voor burgers maar wordt een juridische jungle

In de nieuwe Omgevingswet weet niemand de weg, menen juristen Jan van der Grinten (Kennedy Van der Laan) en Tijn Kortmann (Stibbe). Laat de senaat er een stokje voor steken.

De Eerste Kamer stemt vandaag over de invoering van de Omgevingswet. Regels over onder andere het milieu, de ruimtelijke ordening en het aanvragen van vergunningen – nu nog een overzichtelijk landschap – worden samengevoegd tot een juridische brij waarin niemand de weg nog weet.

Het kabinet wil het omgevingsrecht eenvoudiger maken door bestaande regelingen te bundelen. Inderdaad, op het eerste gezicht lijkt het nuttig om van 26 wetten en aanvullende regelingen één compacte en toegankelijke nieuwe wet te maken. Maar schijn bedriegt.

Geheel onduidelijk is voor welk probleem de Omgevingswet een oplossing biedt. Wel staat vast dat de kosten de pan uit gaan rijzen en dat het Rijk daarvoor geen compensatie biedt. Ook zeker is dat de burger, voor wie de wet een juridische chaos betekent, het kind van de rekening is.

De burger zou meer zeggenschap over de leefomgeving krijgen

Een belangrijke doelstelling van de Omgevingswet is om die burger meer zeggenschap over de eigen leefomgeving te geven, onder andere door het gemakkelijker te maken zelf de weg in het omgevingsrecht te vinden. Dat is echter een illusie. Een vergunning voor bijvoorbeeld een hotel-restaurant zal in de toekomst precies dezelfde beoordeling vragen als in de huidige situatie.

Bundeling van regels aan de hand waarvan de beoordeling plaatsvindt, maakt dat zeker niet eenvoudiger. Probeer bovendien maar eens uit te zoeken welk orgaan beslist op de aanvraag voor zo’n vergunning. Dat kost in het doolhof van de Omgevingswet veel moeite.

Voorstanders voeren aan dat de nieuwe wet het mogelijk maakt om (bouw)projecten sneller te laten starten. Maar dat is niet het geval. De Omgevingswet biedt geen enkele garantie voor een snellere totstandkoming van een project, om de simpele reden dat ­ieder project ook onder de Omgevingswet moet voldoen aan tal van wettelijke eisen. Ook op dat punt is er dus, voor burger of onderneming, geen sprake van een verbetering.

De realiteit is dat bestaande wet- en regelgeving nu juist een overzichtelijk landschap vormen, waarin professionals – ambtenaren, advocaten, architecten, bedrijfsjuristen – uitstekend hun weg kunnen vinden. Zij hebben ieder op hun eigen gebied te maken met een beperkt onderdeel van het omgevingsrecht en komen doorgaans slechts sporadisch met aanpalende onderdelen in aanraking. De huidige sectorale indeling zorgt voor een helder overzicht en eenvoudige toepasbaarheid die de nieuwe Omgevingswet alleen al door zijn vorm moet ontberen.

Gebrek aan belangstelling voor de gevolgen op decentraal niveau

De poging om tot een nieuwe Omgevingswet te komen toont een pijnlijke discrepantie tussen ambitie en realiteitszin op centraal overheidsniveau en gebrek aan belangstelling voor de gevolgen op decentraal niveau. In Den Haag lijkt de vraag niet of onvoldoende gesteld hoe op gemeentelijk of provinciaal niveau moet worden omgegaan met deze ingrijpende wijziging.

 Zeker na grote problemen met omvangrijke decentralisaties in de zorg moet hoe dan ook worden voorkomen dat Nederlandse gemeenten wederom worden geconfronteerd met een project dat hen met enorme kosten en complexe taken, onder meer op het gebied van IT, opzadelt en waarvan de gevolgen niet goed zijn te overzien. De Omgevingswet dreigt een enorme chaos te veroorzaken in dit voor burgers, overheden en bedrijven zo belangrijke rechtsgebied.

Laten we vooropstellen dat er ruimte is voor verbetering van het huidige stelsel, maar dat vraagt niet om een totale transformatie. De nieuwe Omgevingswet dreigt een kostbaar juridisch oerwoud te worden, waarvan met name één beroepsgroep de vruchten gaat plukken: de advocatuur. Dat kan nooit de intentie van de wetgever zijn. Het is van harte te hopen dat de Eerste Kamer dit dreigende fiasco voorkomt.

 Lees ook:

‘Geef het Nederlandse landschap meer aandacht’

Het landschap verpietert door windmolens, zonnepanelen en stikstof. We moeten meer doen om het buitengebied mooi te houden, aldus een advies.

Is dit het landschap dat we willen?

Nederland verdoost, versnippert, verglinstert en verwaait. Dat moet anders, vindt het Planbureau voor de Leefomgeving. Het landschap moet leidend worden in het beleid.

Bijscholing voor nieuwe Statenleden is noodzaak

Vanwege de politieke omwenteling op links en rechts wordt donderdag een recordaantal nieuwe leden voor de Provinciale Staten beëdigd. Hun kennis is vaak zo onder de maat dat provincies aan bijscholing doen.

Henk (78) en Willy (73) willen wel voor hun eigen seniorenwoning zorgen, maar de gemeente zegt nee

Henk en Willy Houwers uit Doetinchem doen precies wat de commissie van Wouter Bos voorstelt. Ze regelen zelf hun ‘oude dag’ door een huisje bij hun dochter in de tuin te bouwen. Maar de gemeente wil er niets van weten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden