De vraag van Monic Slingerland

Eens een vmbo’er, altijd een vmbo’er?

Vmbo’ers worden niet zo geboren, ze worden zo gemaakt. Een pittige stelling, in de onderwijsrubriek ‘Voor de klas’ van Erik Ex (Verdieping, 23 oktober). Door vroege selectie zouden leerlingen in Nederland al snel in een categorie terechtkomen waarin ze vast blijven zitten. Mij zette die stelling meteen aan het denken: is dat wel zo? En zijn we daar dan trots op?

Ouders van kinderen in groep 8 zijn er natuurlijk al mee bezig. Met de vraag naar welke school voor het voortgezet onderwijs hun kind volgend jaar gaat. En ja, daar hangt veel van af, het lijkt wel alsof die keuze nu al bepalend is voor hun verdere levensloop.

Stel je voor, je bent elf jaar en nu al wordt bepaald hoe je handen eruit zullen zien over pakweg veertig jaar: eeltig of glad. En ook hoeveel je gaat verdienen, in wat beroepsgroep je terechtkomt.

Voor Trouw snuffelde ik als verslaggever een jaar lang op twee scholen, om daar wekelijks stukjes over te schrijven. Afwisselend was ik op de afdeling vmbo-beroepsgericht van het Casparus College in Weesp en op de andere locatie, de afdeling vwo, havo en vmbo-theoretisch. Het verschil was immens, al in de brugklas.

‘Ik-ben-te-dom’-houding’

Het grootste contrast zat hem in de zelfverzekerdheid en het zelfvertrouwen van de leerlingen in beide brugklassen. Sommige vmbo-beroepsgerichte brugklassers hadden een jaar nodig om hun ‘ik-ben-te-dom’-houding af te leggen en rustig dat leerboek open te slaan. Niet alle vmbo-brugklassers natuurlijk, zoals ook niet alle vwo-brugklassers zich stortten op de Latijnse grammatica, maar in grote lijnen was er een merkbaar verschil. Dat gold ook voor het jaarlijkse dagje uit. Sommige vmbo’ers hadden geen fiets, die moest voor hen geregeld worden. En op die school zorgde de conciërge er ook voor dat wie zonder ontbijt op school was gekomen, toch een broodje en wat te drinken kreeg.

Het verschil tussen beide afdelingen was zo groot dat de school zich splitste, tot ieders tevredenheid.

Nu is de doorstroming van vmbo-leerlingen na hun laatste schooljaar al langer een probleem. Veel scholen hanteren toelatingseisen, zoals een extra examenvak, een gemiddeld eindcijfer van 6,7, en een advies over werkhouding. Naar het mbo, dat is juist de bedoeling, maar er zijn best wat opleidingen die aanvullende eisen stellen. En wil de doorzetter na het mbo door naar het hbo, dan zijn er nog grotere hindernissen. Wetgeving moet dit repareren.

In mijn omgeving zie ik nogal wat laatbloeiers. Vooral jongens. Ongeconcentreerd op hun veertiende, vijftiende. Lang leve de lol. Ze zijn vooral heel goed in iets waar sommige oudere mensen heel dure cursussen voor volgen: leven in het moment. Niet verder vooruitkijken dan de dag van morgen. En dan, op een onbewaakt moment, komen ze bij zinnen. Ze herpakken zich en richten zich op hun opleiding. En blijken dan soms over opvallend veel doorzettingsvermogen te beschikken, om na jaren en jaren, op een plek te komen waar hun talent tot bloei komt.

Voor zulke laatbloeiers zou het beter zijn om pas op hun vijftiende of zestiende voor een schooltype te hoeven kiezen en tot die tijd mee te hobbelen.

Wat is uw ervaring: vroeg selecteren op school, of juist iedereen lang bij elkaar laten zitten?

Stuur uw reactie van circa 150 woorden uiterlijk dinsdag 12 uur naar lezers@trouw.nl, voorzien van naam en adres. Een keuze uit de antwoorden verschijnt woensdag.

Monic Slingerland is chef opinie van Trouw. Elk weekend stelt ze een vraag aan de lezers, op woensdag verschijnt een selectie van de antwoorden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden