Opinie Levenseinde

Een wilsverklaring voor euthanasie bij dementie is vaak juist een bittere noodzaak

Dementie is een verraderlijk proces. De mogelijkheden die Ton Vink ziet om zichzelf en naasten de gang naar dementie te besparen, zijn daarom voor veel mensen irreeël, aldus Hans van Dam, docent en consulent hersenaandoeningen en levenseindevragen.

Filosoof en ervaren levenseindeconsulent Ton Vink schreef in deze krant een ­behartenswaardig artikel over de mogelijkheden om zichzelf en naasten de gang door de ­dementie te besparen (Opinie, 24 augustus). Helaas mist hij enkele kernelementen van dementie en schetst zo voor een aantal mensen ­irreële mogelijkheden. Daarom enkele kritische kanttekeningen.

Vink bepleit een kraakheldere wilsverklaring, maar stelt tegelijk dat die niets regelt of garandeert. Dat klopt, maar dat geldt ook voor een mondeling verzoek. Wie artsenhulp vraagt, is altijd ­afhankelijk van het oordeel van de arts. Dat is een fundamentele onzekerheid die, daar heeft Vink gelijk, alleen te ontwijken is als iemand zelf het dodelijk middel tijdig bemachtigt en neemt.

‘Sterf maar’

Vink bepleit dit tijdig zelf beslissen en uitstappen. Hij ziet de hoge prijs: afsnijden van enkele jaren leven. Daar doet hij niet makkelijk over, maar hij ziet geen andere weg. Dat staat te bezien. Het kan ook dat we elkaar die jaren wél gunnen en stervenshulp verlenen op het moment dat de ziekte iemand zo ver heeft uitgebeend dat de ervaring nog tijd van leven te hebben verdwijnt. Dan hoeven we, wat cru gezegd, niet meer tegen iemand te zeggen ‘sterf maar’, ook al is je zelfervaring nog zoals je die had en ervaar je nog voldoende ­leven en welzijn. De weg hierheen is die van normalisering van het zelfgewilde sterven. Van het zelf ter hand ­nemen daarvan als dat maar enigszins kan (wat ook nog bepaald geen staande praktijk is, hier snijdt het pleidooi van Vink ook hout) en assistentie daarbij als ziekte dit laatste verhindert.

Vink gaat uit van de mythe dat alle mensen met dementie inzicht hebben in hun ziekteproces. Maar een fors deel (tientallen procenten) heeft dat niet, vooral vaak niet bij de ziekte van Alzheimer. Velen zakken in de dementie zonder dat door te hebben, precies dat is het gemene van deze ziekte. Dan is zelf afwegen en bepalen vanaf het ­begin van de ziekte fictie. En moeten die mensen dan het nakijken hebben? Me dunkt...

Voor duizenden mensen geldt dat vanwege de aard van de hersenafbraak de wilsverklaring wel zin heeft en het is zaak dat we inwilliging zonder gedraai regelen. Anders, ook in de redenering van Vink, ontstaat de vreemde situatie dat iemand nog een bepaalde mate van gezondheid moet hebben (goed zelfinzicht) om te kunnen sterven.

Vink schrijft dat er mensen zijn die het wel laten aankomen op wilsonbekwaamheid. Zoals hierboven uiteengezet, laten veel mensen dat niet gebeuren, het gebeurt hen.

Een bewijs van liefde

Vink wil niet dat we naasten met grote verantwoordelijkheid opzadelen. Maar er zijn naasten die dat wel aankunnen. De nuance luistert hier nauw: zowel niet als wel aankunnen kan een bewijs van liefde zijn.

Ten slotte de clausule die de dokter machtigt om voorafgaand aan de injectie een verdovend middel door yoghurt te doen. Vink schrijft dat iemand dan blijkbaar niet meer in staat wil zijn tot het laatste restje zelfbeschikking en ­eigen verantwoordelijkheid. Hij zit er ver naast.

In die fase is het allang geen kwestie van niet willen, maar van niet meer kunnen. Zelfbeschikking is allang verbrokkeld. De machtiging is om, waar ­iemand alles uit handen is gevallen, de euthanasie waardig te laten verlopen.

Conclusie: wie bij dementie nog enige tijd zelfinzicht houdt, kan zelf beslissen en de middelen nemen. Voor wie door gemeen beloop van dementie deze kans niet heeft gehad of plotseling niet meer heeft, is de wilsverklaring bittere noodzaak.

Lees ook:

Blijf zelf beschikken, beslis op tijd over euthanasie

Niet een heldere wilsverklaring, maar een tijdig besluit in overleg met naasten is de beste aanpak om nare situaties rond euthanasie bij gevorderde ­dementie te voorkomen, schrijft filosoof Ton Vink. Hij werkte ruim twintig jaar als consulent voor vragen rond het levenseinde.

Er is in Nederland, ten onrechte, niet zoveel aandacht voor palliatieve zorg

Dat dementie niet te genezen is, dat heeft Alzheimer Nederland altijd breed erkend en uitgedragen. Door de focus in het publieke debat op genezing en ook op euthanasie is er te weinig aandacht voor palliatieve zorg, schrijft Marc Wortmann, oud-directeur van Stichting Alzheimer Nederland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden