CommentaarVoltooid leven

Een wet voor het zelfgekozen levenseinde met als label ‘voltooid leven’ is een stap te ver

Levenslust is niet iedereen gegeven, zeker niet elke dag. Dat blijkt in ieder geval uit het belangrijke onderzoek dat Els van Wijngaarden van de Universiteit voor Humanistiek heeft gehouden onder 21.000 Nederlanders van 55 jaar en ouder. In opdracht van het kabinet inventariseerde Van Wijngaarden hoe het zit met de gehechtheid aan het leven onder 55-plussers in het kader van het debat over voltooid leven. D66 wil een wettelijke voorziening treffen voor ouderen die niet meer willen blijven leven, maar niet ernstig ziek zijn. Het is volgens D66 een groeiende groep ouderen die zelf over zijn levenseinde wil beschikken.

In haar onderzoek heeft Van Wijngaarden helderder in kaart gebracht over wie dit nu gaat. Iets minder dan 0,2 procent van de ondervraagde 55-plussers wenst een actieve beëindiging van het leven. Maar niet constant. Levenslust en doodsdrift wisselen elkaar af bij een deel van die 0,2 procent. Wat daarom vooral opvalt – en dat zegt de onderzoekster zelf ook – is dat het beeld complexer wordt naarmate er meer mensen in beeld komen van de doelgroep. Het gaat niet alleen om 75-plussers, maar zeker ook over mensen tussen 55 en 75. En ook opvallend: de helft van de mensen met een doodswens komt uit de lagere klasse. Financiële problemen spelen een grotere rol dan eerder gedacht. En de gehechtheid aan het leven hangt af van het seizoen en van stemmingen en luimen. Sommige ondervraagden zeiden hun hele leven al weinig gehecht te zijn aan het bestaan. Dat geeft aan dat iets doen aan eenzaamheid geen wondermiddel is dat levenslust voedt.

De uitkomsten van het onderzoek zijn van groot belang. Ze geven ook aan hoe waardevol en noodzakelijk het is om in de samenleving een gesprek te voeren over voltooid leven. Dat gesprek kan zorgen verkleinen van ouderen die aan het leven zijn gehecht, maar zich afvragen of zij nog wel welkom zijn in de samenleving die hen ook als pure kostenpost kan zien. Het kan ook tegemoetkomen aan ouderen die niet op de dood willen wachten, maar daar zelf voor willen kiezen omdat ze de leegheid van het bestaan niet meer kunnen verdragen. Die groep ouderen, die misschien inderdaad snel groter wordt, mag niet aan zijn lot worden overgelaten.

Het commentaar is de mening van Trouw, verwoord door leden van de hoofdredactie en senior redacteuren.

In een eerdere versie van dit commentaar stond dat wie niet ziek is maar wel het leven als ondraaglijk ervaart, nu in veel gevallen ook een beroep kan doen op de euthanasiewet. In de huidige euthanasiepraktijk is daarvoor echter altijd een lichamelijke of psychische aandoening nodig. Pas als een arts overtuigd is van ondraaglijk en uitzichtloos lijden, komt een patiënt in aanmerking voor euthanasie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden