Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een weekendje naar Wapserveen, maar hoe kom je daar zonder auto?

Opinie

Maarten Hoorn

Fietsers door het Drentse landschap © ANP
Opinie

Het achterland is prachtig. Maar de autoloze stedeling vindt nauwelijks reisinformatie, hoewel er vaak wel (openbaar) vervoer is, ervaart Maarten Hoorn, projectleider ruimte bij Platform31.

Het is zomer en veelal mooi weer in Nederland. Dus geen vervuilende vliegreis, maar erop uit in eigen land. Met musea in Amsterdam, het strand in Den Haag, in de stad alle mogelijkheden. Maar juist met dit weer biedt het achterland ook een prettig verblijf.

Lees verder na de advertentie

Hoewel opgegroeid op het platteland van Friesland en Drenthe, verbaas ik me telkens weer over de schoonheid en afwisseling van ons achterland. Als stedeling ga ik daar graag naartoe. Het liefst zonder auto, want die heb ik niet. Inmiddels weet ik - als ervaren toerist in eigen land - dat het openbaar vervoer voldoende mogelijkheden biedt. Wat nog ontbreekt, is de vitale reisinformatie die nodig is om naar het platteland te reizen. Dat moet en kan beter.

Het beeld is dat het openbaar vervoer op het platteland slechter is geregeld dan in de stad. Dat is niet altijd zo.

Lokale ini­ti­a­tief­ne­mers zouden juist ook reizigers buiten de regio moeten bereiken

Wel vergt de reis een betere planning. En dat is soms een hele zoektocht.

Openbaar vervoer vervult een sleutelrol

Laatst was ik een lang weekend in Wapserveen in Drenthe. Met een supermarkt op twintig minuten fietsafstand en omringd door fantastische natuurgebieden, miste ik de auto geen seconde. Ook bleek, weliswaar na lang zoeken, een vervoer-op-maat-regeling van of naar het station mogelijk.

Wonen in de stad en recreëren op het platteland of vice versa. Om dat te bevorderen moeten we onderzoeken hoe platteland en stad elkaar kunnen versterken. Een goed (openbaar) vervoerssysteem vervult daarin een sleutelrol.

Vanuit eigen ervaring kwam ik er bijvoorbeeld achter dat het platteland inventief is als het gaat om openbaar vervoer. In het Achterhoekse Netterden bijvoorbeeld, kunnen bewoners voor een zeer schappelijk tarief met de duurzame dorpsauto naar station Doetinchem. Prachtig, maar als ik vanuit de stad graag naar Netterden wil, dan wordt deze dienst niet via de NS-reisplanner of 9292 aangeboden.

Bovendien zijn deze initiatieven vaak kleinschalig en richten zich alleen op de eigen regio en specifieke doelgroepen. Dat zijn op het platteland meestal ouderen of jongeren die daar geen auto hebben. Lokale initiatiefnemers zouden juist ook reizigers buiten de regio moeten bereiken.

Beter samenwerken

De dorpsauto van Netterden doet het knap, met veel verschillende partijen die sponsoren. Hoewel dit vaak partijen zijn met een lokaal belang, draagt ook de provincie Gelderland bij. Een partij die oog zou moeten hebben voor het grotere geheel en ervoor zou kunnen zorgen dat dergelijke dienstverlening wordt opgenomen in 9292.

Vreemd is dat de zonetaxi naar Wapserveen, een dienst van de NS zelf, en de mogelijkheden voor ov-fietsen of autodeelsystemen niet duidelijk uit route-informatie zijn te herleiden. Waarom is dit zo ingewikkeld? Als ik de kortste route opzoek in Google Maps, krijg ik in Rotterdam een Uber aangeboden. Wat maakt het koppelen van die andere data zo lastig? Komt het omdat je voor een ov-fiets, een autodeelsysteem en een zonetaxi een apart abonnement nodig hebt? Mijn advies: ga als dienstverleners beter samenwerken en zorg voor één abonnement.

Nieuwe app

De minister van infrastructuur en waterstaat, Cora van Nieuwenhuizen, stelt 20 miljoen euro beschikbaar om in zeven regio's met 'Mobility as a Service' te experimenteren: via één app waarin alle vormen van vervoer, dus ook de eigen auto, is opgenomen. Een aardig idee, maar waarom een nieuwe app? Wat is er mis met 9292?

Laten we dat geld niet alleen gebruiken voor experimenten met nieuwe vormen van vervoer, maar juist ook voor het goed inzichtelijk maken van bestaande vormen van vervoer. Met 20 miljoen kom je een heel eind.

Lees ook:

Met ov-fiets is er nog een wereld te winnen
De stijging van het gebruik van de ov-fiets in 2017 met een derde ten opzichte van het jaar daarvoor is prachtig, maar de grens is nog lang niet bereikt, zegt de Delftse vervoerskundige Niels van Oort.

Hoe snel ben je in het ziekenhuis of op school?
In Noordwest-Europa ben je gemiddeld binnen een uur bij publieke voorzieningen die van levensbelang kunnen zijn. In de Sahara kost het soms dagen. De verbeterde wereldkaart van ongelijkheid laat dat zien.

Deel dit artikel

Lokale ini­ti­a­tief­ne­mers zouden juist ook reizigers buiten de regio moeten bereiken