Column

Een televisiedebat voor de Statenverkiezingen is te belachelijk voor woorden

Lex Oomkes. Beeld Maartje Geels

Ooit was het een spannende vernieuwing in verkiezingscampagnes. Hopelijk zouden ook wij in dit land iets krijgen als dat allereerste verkiezingsdebat tussen Kennedy en Nixon. In 1960 verloor Nixon tijdens dat debat de presidentsverkiezingen. De zwetende en hakkelende Republikein was geen partij voor de jonge, charmante Democraat.

Het RTL-debat van afgelopen donderdag was een mooi voorbeeld van hoe ver we zijn afgedwaald van dat eerste televisiedebat, de moeder aller verkiezingsdebatten. Alleen al het feit dat voor statenverkiezingen een televisiedebat wordt georganiseerd, is in feite te belachelijk voor woorden. Ja ja, het is bekend, uiteindelijk gaat het ook om de samenstelling van de Eerste Kamer. Maar wat doet een stelling over Sinterklaas in een debat met fractieleiders uit de Tweede Kamer in een debat dat met de Eerste Kamer iets zou hebben uit te staan?

Televisiedebatten zijn een saai, verplicht nummer geworden. Waarom we het doen? Geen idee, we doen het nu eenmaal. Degene die na het debat van donderdag nog oprecht geïnteresseerd is in politieke ontwikkelingen aan het Haagse Binnenhof moet wel heel veel voor lief nemen. Onder het mom van een debat gooien een aantal zogenaamde prominente politici (je moet toch wat als je wilt dat mensen kijken) elkaar een spitsvondige stelling voor de voeten. Niet verwachtend dat iemand er ook maar op zal reageren.

Na afloop uiteraard de broodnodige verdieping, middels het aanwijzen van een winnaar van het debat door mensen die we voor het gemak hebben gebombardeerd tot debatdeskundigen. Debat? Welk debat?

Debatten in overvloed

Troost u. In de Tweede Kamer gaat het, als het niet voor de televisiecamera’s is en als er geen verkiezingen op handen zijn, niet veel anders. Debatten in overvloed, maar ook die stijgen slechts bij hoge uitzondering uit boven het niveau van elkaar verwijten maken en spitsvondige stellingen voor de voeten werpen. Dat er nog beleid uit de Haagse machine komt, is geen verdienste van de Tweede Kamer. Daar gaat het nog uitsluitend om het scherpe profiel.

Een medewerker van het Montesquieu Instituut in Den Haag ging eens na waar het zwaartepunt van het werk van de Tweede Kamer in 2018 lag. Kamerleden waren actief, dat kan hen niet worden ontzegd. Maar liefst ruim 3300 moties werden er ingediend. Een record. Tegelijkertijd nam het aantal amendementen op wetsvoorstellen van het kabinet dramatisch af.

De Kamerleden zijn zich, met andere woorden, ook vorig jaar weer meer gaan concentreren op hun zorgvuldig opgebouwde profiel en opnieuw minder met dat tweede deel van hun taak, die van medewetgever. Ter relativering dient daarbij wel vermeld te worden dat het derde kabinet-Rutte erg langzaam is met het in de vorm van de wetsvoorstellen aan de Kamer voorleggen van afspraken in het regeerakkoord. Die verzachtende omstandigheid maakt de conclusie wat minder scherp, maar daarmee nog niet uit de lucht gegrepen.

Kamerleden worden voor een mogelijk nieuwe verkiesbare plek op de kandidatenlijst ook niet op succesvol ingediende amendementen beoordeeld. Ook in dat geval gaat het om de vraag of hij of zij heeft kunnen bijdragen aan een scherp partijprofiel. Hoe succesvol een optreden is, wordt niet gemeten in bijdragen aan wetten, maar in aantallen soundbites en vierkante centimeters krantenpapier.

En dat alles vanwege de permanente campagne die Haagse politiek geworden is.

Lex Oomkes is senior politiek redacteur bij Trouw, en schrijft wekelijks een column.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden