Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Eén taal is te weinig, ook als die Engels heet

Opinie

Ger Groot

Ger Groot nieuwe foto © Trouw
Column

Ger Groot omarmt de stelling van Jean-Pierre Rawie dat Nederland lijdt aan de 'Engelse ziekte'.  Hoed u voor de linguïstische monocultuur. De ene taal beschrijft de wereld op een andere manier dan de andere.

Hoera voor Jean-Pierre Rawie! De universiteit van Groningen nodigde hem uit over zijn poëzie te komen spreken, maar dat moest wel in het Engels. Inclusief de verzen die Rawie als voorbeeld had willen aanhalen. Hij weigerde. Dat zouden meer mensen moeten doen.

Lees verder na de advertentie

Niet alleen de universiteit, heel Nederland lijdt aan de Engelse ziekte, schreef Rawie in het Dagblad van het Noorden. Dat blijkt niet alleen uit het overzeese vocabulaire dat zich in spreektaal, nieuwsberichten en misschien wel vooral in reclameboodschappen steeds meer opdringt. Vooral blijkt het wanneer iemand weer eens pleit voor de inwisseling van het Nederlands ten gunste van het Engels, zoals aan de universiteiten inmiddels al bijna is gebeurd.

Er wordt ijverig bij geknikt of peinzend gekeken, maar de vingers die tegen voorhoofden tikken zijn op één hand te tellen. Een gerespecteerd filosofiehoogleraar bekende ooit een wijsgerige uitspraak pas serieus te nemen wanneer die in het Engels was vertaald. Dan ben je een heel eind van het padje.

Een wijsgerige uitspraak alleen serieus nemen als deze in het Engels is? Dan ben je een eind van het padje

Intussen blader ik door het onderhoudende boek 'Lingua' van Gaston Dorren, met als ondertitel 'Dwars door Europa in 69 talen'. Met smaak vertelt Dorren over de eigenaardigheden daarvan, elk hoofdstuk afsluitend met een woord waarvoor het Nederlands geen equivalent heeft. We zouden er dankbaar gebruik van kunnen maken, schrijft hij. Wat nu nog naamloos is wordt er benoembaar door, en daarmee werkelijk.

Op filosofisch gebied waagt Dorren zich nauwelijks, maar in de zwerftocht langs al die talen komt ongemerkt de wijsgerige betekenis van hun diversiteit naar voren. Wie maar één taal kent, denkt al snel dat zij de spiegel van de werkelijkheid is. Pas wie zich begeeft in het échte taallabyrint ziet dat woorden en dingen helemaal niet samenvallen. De ene taal beschrijft de wereld op een andere manier dan de andere.

Er is dus ook niet één realiteit, zoals in linguïstische monoculturen gemakkelijk wordt gedacht. Wie in de taal een woord verandert, verandert dus ook níet per se de werkelijkheid - zoals de taaie ideologie van het 'politiek correcte' meent. Geen wonder dat die ontstaan is in een land dat zich nauwelijks van andere talen bewust is (het zich opdringende Spaans in de VS leidt tot enige wrevel) en dat de universiteiten die daarin hun voorland zien zo pijnlijk 'PC-bewust' zijn geworden.

De Europese werkelijkheid biedt daar hardnekkig weerstand aan - voor zover zij niet is weggecensureerd uit het universitaire idealisme (in beide, maar vooral de slechte betekenis van het woord). Is het eenmaal zover, dan ligt ook daar de gedachte op de loer dat taal louter een vehikel van gedachten is: een gewichtsloos communicatiemiddel waarvan de betekenis samenvalt met het feit. Wie slechts één taal spreekt, weet net zo min dat hij dat doet als een vis weet dat hij in water zwemt.

Wie in de taal een woord verandert,
verandert níet per se de werkelijkheid

Verleidelijk is die gedachte wel. Ze roept de droom op van storingsloze verstandhouding ('iedereen verstaat elkaar') en de mogelijkheid van een volstrekt eenduidige beschrijving van de werkelijkheid. In de jaren twintig heeft de filosofische 'Weense Kring' daar al eens mee geëxperimenteerd.

Het werd een fiasco, want taal is geen medium maar een ding. Of beter: een hele zwerm van dingen, die tezamen duidelijk maken dat dé werkelijkheid zich niet in taal laat vatten. Het onvermogen van die laatste is tegelijk de bron van haar rijkdom. Omdat talen steeds weer afketsen op de realiteit verbreden zij hun vocabulaire en vermenigvuldigen ze zichzelf.

Laten ze in die noordelijke universiteitsstad 'Lingua' maar eens lezen. Zelfs het Gronings komt er nog even in voor. 

Ger Groot doceert filosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Voor Trouw bekijkt hij de actualiteit door een filosofische bril. Lees hier meer bijdragen van Ger Groot. 


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Deel dit artikel

Een wijsgerige uitspraak alleen serieus nemen als deze in het Engels is? Dan ben je een eind van het padje

Wie in de taal een woord verandert,
verandert níet per se de werkelijkheid