column

Een steen op het graf van mijn vroeggestorven broertjes

Stevo Akkerman Beeld -

De zon scheen toen we de kleine begraafplaats van Hoogkerk opliepen, en we zeiden tegen elkaar dat het een mooie dag was. Maar koud was het ook, het was tenslotte al november. 

Achter de grafstenen, aan de andere kant van het Hoendiep, verrezen de silo’s van de suikerfabriek en de lucht rook net zo vochtig-zoet als in de herfstvakanties van mijn jeugd: logeren bij mijn grootouders terwijl de bietencampagne gaande was.

Hier, in dit Groningse dorp waar mijn vader opgroeide, legden we zaterdag eindelijk, 54 jaar na dato, een steen op het graf van mijn vroeggestorven broertjes. Dat was mooi en goed en vreemd. “De kinderen dansen in de hemel”, zei mijn vader, die met een bezem en een bijbel in het mandje van zijn rollator naar grafnummer OC/09/003B was gelopen. In de aarde stond een houten kruisje met de naam ‘Akkerman’ en daar gingen wij – mijn vader, mijn jongste broer en ik – nu nadere invulling aan geven.

Tot 2,5 jaar geleden dachten we dat er geen graf meer was van ‘de tweeling’, zoals de jongetjes werden aangeduid die in 1964 ter wereld kwamen zonder er te mogen blijven. De een stierf op de dag van zijn geboorte, de ander twee dagen later. Mijn ouders gingen ervan uit dat het graf geruimd zou zijn, net als dat van een ander broertje, dat een paar jaar later werd geboren, na twee weken overleed en op het kerkhof aan de Dodeweg in Leusden terecht was gekomen. Ik moest zelf een kind verliezen om erachter te komen dat het anders was; wonderlijk hoe dingen met elkaar verbonden kunnen zijn.

Ik schreef een boek, ‘Donderdagmiddagdochter’, en noemde daarin ook de tweeling. Een lezeres in Hoogkerk, die actief was bij Graftombe.nl (‘voor genealogen en andere belangstellenden’), ging vervolgens op zoek en kwam, na de nodige hindernissen, tot de ontdekking dat het ongemarkeerde graf van de tweeling nog bestond: het was voor onbepaalde tijd aangekocht. Zonder deze lezeres hadden we hier nu niet gestaan, en zonder Evy – mijn dochter van vijf kwartier – ook niet.

Drie namen onder elkaar

Mijn vader had een bijbeltekst uitgezocht om te lezen bij het graf. Uit de eerste brief aan de Corinthiërs, hoofdstuk 15: ‘Zoals wij door Adam allen sterven, zo zullen wij door Christus allen levend worden gemaakt’. Onderweg in de auto had hij ook nog iets gezegd over een middeleeuws lied, de woorden waren hem ontschoten, maar wacht, hij had iets genoteerd op een papiertje: ‘In den hemel is enen dans’. De smartphone had me zonder problemen bij de tekst gebracht, en op mijn vaders verzoek las ik die voor: ‘In den hemel is enen dans, Alleluia/Daar dansen al die maagdekens/Benedicamus Domino, Alleluia, Alleluia.’

De steen lag inmiddels. Beeldhouwster Anjet van Linge, die de namen in keihard natuursteen had uitgehakt, liep de begraafplaats af, wij bleven nog even. Van Linge maakt prachtige werken en de drie namen onder elkaar – we hadden de naam van ons derde dode broertje toegevoegd – vormden samen een gebeiteld gedicht: Galke, Reint, Ubbo.

Drie keer per week schrijft Stevo Akkerman een column waarin hij de ‘keiharde nuance’ en het ‘onverbiddelijke enerzijds-anderzijds’ preekt. Lees meer columns op trouw.nl/stevoakkerman.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden