Commentaar

Een overheidscampagne over nepnieuws: dat wringt, maar is niet overbodig

Beeld ANP XTRA

Russen die de Amerikaanse presidentsverkiezingen willen beïnvloeden, trollen die actief zijn bij de Franse en Zweedse verkiezingen, desinformatie rond het brexitreferendum: het is niet meer te ontkennen dat ‘organisaties’ en buitenlandse mogendheden nepnieuws inzetten om verkiezingen te beïnvloeden.

Nederland, dat beschikt over een pluriforme pers en een relatief groot vertrouwen van de burgers in de media, loopt volgens het Rathenau Instituut niet direct gevaar. Maar dat is geen reden om achterover te leunen, vindt het instituut, want de ontwikkelingen gaan verder. 

Met nieuwe technieken wordt het bijvoorbeeld makkelijker om filmpjes te manipuleren, waardoor nieuwsconsumenten vooral op sociale media steeds moeilijker echt van nepnieuws kunnen onderscheiden. Nederlanders maken zich daar ook zorgen over, blijkt uit onderzoek. Fake news is een term die om de haverklap valt.

Bewustwording

Voor de Tweede Kamer was het aanleiding om minister Kajsa Ollongren van binnenlandse zaken om een bewustwordingscampagne over nepnieuws te vragen. En die komt er in de aanloop naar de verkiezingen voor Provinciale Staten en de waterschappen in maart 2019. De campagne – vooral online, op sociale media – loopt door tot aan de verkiezingen voor het Europese Parlement.

Dat klinkt positief, een bewustwordingscampagne. Wie kan daar tegen zijn? Toch is er wel een verschil tussen een bewustwordingscampagne over de gevaren van vuurwerk of roken enerzijds en desinformatie anderzijds. Het wringt dat juist de overheid de aanpak van nepnieuws ter hand neemt. Een oproep aan burgers om niet in nepberichten te trappen, kan lijken op een poging om het overheidsbeleid te verdedigen.

Of het nu gaat over vaccinaties, MH17, geweld door asielzoekers of het associatieverdrag met Oekraïne. Juist in een tijd waarin populistische partijen opkomen en de traditionele politieke partijen bedreigen, is het verdacht als de overheid zich mengt in een debat over desinformatie.

Ollongren onderkent dat en maakt in haar brief nadrukkelijk duidelijk dat in de campagne geen nepnieuws zal worden aangewezen. Ze begrijpt dat de overheid zich daar verre van moet houden. De vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van pers staan dat niet toe. Het enige doel is mensen erop wijzen dat ze zich bewust moeten zijn dat nepnieuws bestaat.

Dat is een uiterst kleine bijdrage aan de strijd tegen desinformatie, maar daarom nog niet overbodig. Het is een eerste stap om burgers meer mediawijsheid bij te brengen. Uiteindelijk is dat de beste manier om trollen geen kans te geven: leer nieuwsconsumenten kritisch gebruik te maken van (sociale) media en leer ze het belang van onafhankelijke, pluriforme bronnen.

Het commentaar is de mening van Trouw, verwoord door leden van de hoofdredactie en senior redacteuren. Meer commentaren leest u op trouw.nl/commentaar.

Lees ook:

Het recept voor nepnieuws

Han van der Horst bestudeerde de wortels van nepnieuws en ontdekte patronen in de bereidingswijze van dit soort desinformatie. Wie het zelf wil maken, geeft hij de belangrijkste ingrediënten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden