Beeld Werry Crone

ColumnSeije Slager

Een nationaal historisch museum gaat de polarisatie niet oplossen

De bingokaart van nationalistische clichés liep snel vol, toen ik vorig jaar het Nationaal Museum van Hongarije bezocht. Een neo-klassieke zuilen­galerij diende als entree. Binnen een eindeloze uitstalling van oude artefacten, die de toeschouwer ervan moesten doordringen dat de dappere Hongaren al sinds mensenheugenis een eenheid hadden gevormd, ondanks de onderdrukking door kwaadwillende buurvolken.

Ik werd eerst een beetje lacherig van de humorloze statigheid, daarna een beetje treurig toen ik bijna de etalage miste waar de minder fraaie geschiedenis van Hongarije in de Tweede Wereldoorlog vakkundig was weggemoffeld.

Als het in Nederland over een nationaal historisch museum gaat, is iets dergelijks vaak het schrikbeeld waarvoor som­mige linkse academici waarschuwen. Ik ben daar niet zo bang voor; ieder land krijgt het geschiedenis­museum dat het verdient. Het Hongarije van de nationalistische premier Orbán krijgt een gedrocht waarin de negentiende eeuw nooit meer voorbijgaat, het schuldbewuste Duitsland een oprechte zoektocht naar hoe het verleden het heden vorm­geeft, en Nederland veel boos de­bat en géén museum, omdat we het maar niet eens kunnen worden.

Zo ging het althans toen SP-leider Jan Marijnissen het idee van een nationaal historisch museum in 2005 lanceerde. Al snel verzandde het voornemen in een meningenkakofonie waarin minstens vijf discussies door elkaar liepen. Heeft Nederland überhaupt zo’n museum nodig? Voldoen de bestaande musea of moet er een nieuw gebouw komen? Waar dan? Gaan politici over de inhoud – en moet die chronologisch en eenduidig zijn, of juist thematisch en problematiserend? (een ‘postmoderne hutspot’, noemde Marijnissen dat toen).

Zonde, als dat museum er echt kwam

Sinds SP en CDA het idee vorige week reanimeerden, tekenen diezelfde debatten zich weer af, en je voelt al aan dat ze in 2020 nog een tikje heftiger zullen zijn: slavernijverleden, pietendiscussie, alles wat aan onze nationale identiteit raakt, staat onder hoogspanning.

Daarom vindt CDA-fractievoorzitter Pieter Heerma het museum juist nodig, het ‘kan voor een brede middengroep verbindend werken’: de mensen die erkennen dat het verleden zwarte bladzijden kent, maar die de Gouden Eeuw wel gewoon de Gouden Eeuw willen blijven noemen. Waarschijnlijk heeft Heerma gelijk, dat die zwijgende meerderheid zich nu niet altijd herkent in het debat. Alleen is geschiedenis altijd ietsje ingewikkelder dan het vinden van een gulden middenweg. In dit geval geeft juist het verlangen naar zo’n middenweg het politieke programma prijs, waar geschiedschrijving zich nooit helemaal aan kan onttrekken: het museum moet kennelijk de maatschappelijke polarisatie bestrijden. Of een museum daarvoor de geëigende manier is, kun je je afvragen, gezien de eerdere ervaringen.

Maar ach, of het er nu wel of niet komt, uiteindelijk huist geschiedenis niet in een gebouw, maar in onze collectieve verbeelding, die vorm krijgt in heetgebakerde discussies over de betekenis van het verleden. Zo beschouwd zou het zelfs zonde zijn als dat muse­um er echt kwam. Als het opnieuw strandt in rumoer, hebben we er in ieder geval een levendige Nederlandse traditie bij.

Seije Slager is politicoloog en redacteur van Trouw

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden