ColumnStevo Akkerman

Een moord, tevens massamoord, met voorbedachten rade

Aan de vooravond van deze 4e mei stuitte ik op een bericht van historicus Wim Berkelaar, die herinnerde aan de vijftigste sterfdag van Jacques Presser. De chroniqueur van de Jodenvervolging in Nederland werd op 4 mei 1970 gecremeerd, vier dagen na zijn overlijden. “Hij schreef veel (en goed)”, memoreerde Berkelaar, “maar zijn belangrijkste werk blijft het aangrijpende, met bloed, zweet en tranen geschreven ‘Ondergang: de vervolging en verdelging van het Nederlandse Jodendom’.”

Direct zag ik de boekenkast van mijn vader voor me met daarin de twee kloeke delen van dit boek, en er stond mij iets bij over de beginzin, die mij als jonge jongen had getroffen als een zweepslag. Ik zocht het na, en dit was het, een feitelijke mededeling met de kracht van een bittere aanklacht: “Dit boek behelst de geschiedenis van een moord. Een moord, tevens massamoord, op nimmer gekende schaal, met voorbedachten rade in koelen bloede gepleegd.”

Ik weet niet waar die twee delen gebleven zijn en ik weet ook niet meer hoever ik er indertijd in gekomen was. Maar mij staat nog helder voor de geest hoe beklemmend het was om in chronologische volgorde te lezen hoe het net zich sloot om de Nederlandse Joden en met welke bureaucratische precisie dit gebeurde. Bovendien was dit niet alleen Duitse precisie, maar ook Nederlandse.

De geschiedenis van een moord, maar ook van een verzuim

Bij een heruitgave in 2005 schreef Jan Blokker in de Volkskrant: “Ondergang was tenslotte niet alleen de geschiedenis van een moord, maar ook de geschiedenis van een verzuim. Een hele samenleving had haar Joodse medeleden laten wegvoeren zonder veel meer dan een kik te geven, en had de Entjudung gefaciliteerd door hetzij actieve collaboratie, hetzij passief nietsdoen.” Het zou na die heruitgave nog vijftien jaar duren voordat de Nederlandse regering hiervoor excuses aanbood; pas afgelopen januari erkende premier Rutte bij de Holocaust Herdenking dat de stilte te groot was geweest en dat het overheidshandelen tekort had geschoten. “De bittere consequenties van registratie en deportatie werden niet tijdig en niet voldoende onderkend.”

Ik wil het hier verder niet hebben over de manier waarop wij achterom kijken; laat me alleen nog even stilstaan bij het verhaal achter Pressers kroniek. Hij kreeg als historicus in 1950 de regeringsopdracht om de Jodenvervolging te boekstaven, maar pas in 1957 vond hij na vele inzinkingen de kracht om te gaan schrijven. Wat hem had tegengehouden was zijn eigen geschiedenis. Presser was zelf Joods, net als zijn echtgenote Dé Appel. Direct na de Duitse inval hadden ze geprobeerd naar Engeland te vluchten, maar tevergeefs. De dag daarop probeerden ze zich gezamenlijk van het leven te beroven, wat mislukte doordat Dé op het laatste moment een dokter belde. In maart 1943 nam Dé de trein om haar ondergedoken vader en stiefmoeder in Lunteren te bezoeken, maar op station Ede-Wageningen werd ze gearresteerd, en vervolgens via Westerbork naar Sobibor gedeporteerd, waar ze de dood vond.

“Een moord”, schreef hij, “tevens massamoord.”

Drie keer per week schrijft Stevo Akkerman een column waarin hij de ‘keiharde nuance’ en het ‘onverbiddelijke enerzijds-anderzijds’ preekt. Lees ze hier terug. Abonneer je op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden