Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een mededeling voor Mathieu van der Poel: witte koersbroeken kunnen niet. Nooit.

Opinie

Marijn de Vries

© Maartje Geels
Column

Het is zondagochtend, half tien. De televisie gaat, ik kijk naar de Belg, natuurlijk. Er is maar één plek waar de Ronde van Vlaanderen tot zijn recht komt, en dat is bij onze Zuiderburen. 

Die zouden er liefst met hun verslag al vanaf het ontbijt van de renners bij zijn, maar omdat dat iets te ver gaat, beginnen ze vlak daarna.

Lees verder na de advertentie

In de voorbeschouwing met Bram Tankink en Eddy Planckaert wordt een beetje van de al dagen ingehouden adem losgelaten. Met twinkelende ogen vol verwachting spreken ze over de favorieten. En daar komen ze ook langs, voor de interviews vooraf, de renners die vandaag de koers moeten gaan maken.

Babybilletjes

Bij Mathieu van der Poel veer ik op. Ineens zie ik wat het is met die jongen, behalve dat hij belachelijk goed is. Hij glanst. Hij glimt, zoals geen enkele andere renner glimt. Zijn huid lijkt van zijde. Geen pukkeltje, putje of oneffenheidje. Niets van de gelooidheid van een rennershuid die talloze uren zon, wind en regen heeft doorstaan. Zijn wangen lijken babybilletjes. De scherpe kaaklijn licht op en straalt je tegemoet.

Hij is alweer minuten van het podium verdwenen, maar ik mijmer door. Je weet wat ze zeggen van renners die glanzen en glimmen: die zijn in vorm. Hij lijkt perfecter dan perfect, deze Mathieu van der Poel. En een lust voor het oog, bovendien.

Heb je wel eens een witte broek gezien na honderd meter over nat wegdek? Bruine spatten tot ver op de rug.

Dan wordt de dagdroom waarvan ik hoopte dat hij tot de finish zou duren nog voor de start ruw verstoord. Nee, stamel ik. Nee nee. Wat ik op tv nog niet gezien had, zie ik nu op een foto genomen door een journalist ter plekke. Ik zie Van der Poel. Ten voeten uit. Hij draagt een witte koersbroek. O nee. Nee nee.

Nu moet je in dit tijdsgewricht zeer voorzichtig zijn met schrijven over uiterlijk, want voor je het weet ben je seksistisch. Of aan het bodyshamen. Dit is geen van beide. Want ik wil echt niet preuts doen over het feit dat je bepaalde mannelijke lichaamsdelen behoorlijk goed ziet zitten in een witte broek. Als je daar lekker mee wilt flashen moet je dat wat mij betreft helemaal zelf weten.

Remspoor

Nee, daar gaat het niet om. Zwart hoort een koersbroek te zijn, of in ieder geval donker. Want weet je wat je krijgt als profrenners witte koersbroeken dragen? Dan gaan wielertoeristen dat ook doen. Heb je wel eens een witte broek gezien na honderd meter over nat wegdek? Bruine spatten tot ver op de rug. Reken maar niet dat die er in de was uit gaan. Dus rij je voor altijd rond met een remspoor op je kont.

En weet je wat er gebeurt met een witte broek als ‘ie slijt? Dan wordt ‘ie doorzichtig. Met name bij mannen geeft dat een zeer onplezierig gezicht: de haren onder de stof worden vrij gemakkelijk zichtbaar. Tel daar het remspoor bij op en voilà: u heeft een beeld van het uitzicht als je iemand met een witte koersbroek tegenkomt.

Tot slot staan witte koersbroeken bijna niemand. Hier en daar komt er een goed gespierde en gebruinde Italiaanse wereldkampioen mee weg. En ik moet zeggen: na zijn werkelijk verbluffende inhaalrace (serieus, dat was toch een ongekend staaltje, hoe sterk is die man – we gaan nog zoveel plezier aan hem beleven!) vergaf ik Mathieu zijn miskleun ook even. Maar dat was in een vlaag van verstandsverbijstering.

Inmiddels ben ik weer bij zinnen. En ik blijf erbij. Al heb je wangen als babybilletjes en rij je zo hard dat je opspattend water voorblijft: witte koersbroeken kunnen niet. Nooit.

Marijn de Vries fietst u elke maandag door het sportweekend. Lees meer van haar columns op trouw.nl/marijndevries.

Deel dit artikel

Heb je wel eens een witte broek gezien na honderd meter over nat wegdek? Bruine spatten tot ver op de rug.