Column

Een ketting van onplezierigheden

Beeld Trouw

Een ongeluk komt zelden alleen, zegt men in goed Nederlands. Frappant is wel dat dit spreekwoord in andere talen letterlijk hetzelfde is, zoals in het Duits ‘Ein Unglück kommt selten allein’ of in het Frans met ‘un malheur n’arrive jamais seul’. 

Maar Fransen zouden Fransen niet zijn als ze niet de oorsprong van deze internationale volkswijsheid zouden claimen. Het zou de dichter Rutebeuf (1230-1285) zijn die in oud Frans (li mal ne sevent seul venir) op het idee kwam om ongelukken aan elkaar te koppelen tot ze een ketting van onplezierigheden gaan vormen. Ach, subjectiviteit troef vond ik dit tot voor zeer kort.

Feit is wel dat, als een soort illustratie van het voorafgaande, ik nu niet zoals gepland in Nederland zit, maar in Italië. Vorige week in dat land kreeg stiefdochter een zwaar scooterongeluk dat tal van breuken (gezicht en schedel) bij haar veroorzaakte. Helaas is de zorg in Italië niet altijd optimaal, zeker wanneer door het instorten van twee muren in het ziekenhuis minder bedden beschikbaar zijn. Ook met een schedelfractuur is na vijf dagen je tijd om en dien je de afdeling ‘Emergenza Urgenza’ met spoed te verlaten. In Italië staat opgeruimd dus ook altijd netjes. Nadat we ons Toscaanse huurhuisje in een ziekenboeg hadden omgebouwd, kwam onaangekondigd het besef dat een ongeluk zelden alleen komt.

Tranendal

‘Mariano è morto’ verscheen zondagochtend op mijn scherm. Na dit eerste bericht in de vroege ochtend veranderde Facebook in een tranendal. De dood van mijn vriend heeft niet alleen uw dienaar maar honderden mensen recht in het hart getroffen. Allemaal schapen die ooit of regelmatig in de stal van Mariano, het witte huis in de bergen, voor vijf euro op donderdagavond kwamen dineren. Ik heb een enkele keer in het verleden over deze altruïst van de bovenste plank geschreven. De filantroop die zich als ‘estremista di sinistra’ (radicaal-links) definieerde maar vooral een extremist in de liefde en attentie voor anderen was. Een acute aandoening heeft hem gevloerd.

Ik heb er niet lang over nagedacht en heb zondag mijn fiets gepakt om naar het ‘witte huis’ in de berg te klimmen. Zijn huis lag er verlaten bij. Zijn auto stond als een leeg blik herinneringen in de tuin naast twee kruiwagens die door de roest waren opgevreten. De hemel was van lood en het miezerde, wat in die regio zeldzaam is. Ik maakte een foto van de muur waarop sinds jaren in Latijnse koeienletters staat geschreven: ‘Si hortum in bibliotheca habes deerit nihil’ (Als je een tuin in je bibliotheek hebt, ontbreekt het je aan niets, red.). Op de terugweg realiseerde ik me dat ik op datzelfde stuk asfalt twee jaar geleden drie ribben en een schouder brak. Een ongeluk komt zelden alleen. Ik passeerde de bewuste plek, mijn beide handen op de remmen.

Morgenochtend zal ik weer naar het witte huis rijden met een gitaar in de kofferbak. Er werd me gevraagd om een laatste keer voor die fantastische man zijn favoriete Franse liedje te zingen: ‘Le parapluie’ van Georges Brassens.

Drie keer per week werpt columnist Sylvain Ephimenco zijn blik op de actualiteit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden