null

OpinieWolven

Een hek erom en de schapen zijn beschermd? Nee dus

Beeld Trouw

Het kan lijken of schapenhouders geen moeite doen hun dieren tegen de wolf te beschermen. Maar dat klopt niet, betoogt schapenhouder Marieke van Schuppen.

Marieke van Schuppen

Vol verwachting begon ik aan het artikel in Trouw over de vraag waarom zo weinig schapenhouders hun schapen beschermen. Eindelijk een journalist die zich hierin heeft verdiept! Maar al lezende zonk de moed me in de schoenen. Ik telde veertien zinnen waarin gesuggereerd werd dat schapenhouders gewoon niet wíllen.

Zo las ik dat ‘het al misging’ in Drenthe, bij de informatiebijeenkomst belegd door de provincie, want daar probeerde een geëmotioneerde aanwezige de microfoon af te pakken.

Ik was bij die bijeenkomst, maar ik heb hele andere ervaringen. Boeren en burgers konden hun frustraties en zorgen kwijt bij de gedeputeerde en de burgemeester. En ja, er was een spandoek met ‘Wolf lustmoordenaar’ en er waren foto’s te zien van bloederige vleeswonden. Maar dit is dan ook de realiteit voor deze schapenhouders. Ze willen dat hun ellende wordt gezien en wordt gehoord.

Meer aandacht voor de visie van de schapenhouders

In zijn artikel van 25 november gaat de ombudsman van Trouw, Edwin Kreulen, ook in op bovengenoemd artikel. Hij concludeert dat er meer aandacht had moeten zijn voor de visie van de schapenhouders zelf.

Inderdaad. Want we lezen wel hoe boos en geëmotioneerd schapenhouders reageren, maar al lezend kom je niet te weten waarom zovelen van hen de subsidie voor wolfrasters ‘negeren’.

Schapenhouders hebben het beste met hun dieren voor. De terechte vraag is waarom ze niet vaker subsidie vragen van hun provincie om maatregelen te nemen, zoals wolfwerende rasters. Maar een middelgroot schapenbedrijf met 400 tot 800 schapen heeft een investering nodig van 55.000 tot 80.000 euro. En de provincies mogen niet meer uitkeren dan 20.000 euro.

Gaan schapenhouders wél werken met wolfwerende rasters, dan zijn ze met het plaatsen daarvan veel langer bezig dan normaal. Die tijd is er niet. Dan heeft een middelgroot bedrijf een extra werknemer nodig, maar dat is bedrijfseconomisch vaak onmogelijk.

Zwaarder werk

Behalve veel meer werk krijgt de schapenhouder ook zwaarder werk voor de kiezen. Vee houden is al een lichamelijk belastend beroep. Wolfwerende rasters zijn 30 procent zwaarder dan gewone rasters: dat fysieke aspect komt er dus nog bij.

Als het raster eindelijk staat volgens de voorgeschreven norm, moet er toezicht zijn op de stroomvoorziening. Die raakt snel ‘ontregeld’. Er valt een tak op het raster, er rent een ree in, het stroomapparaat wordt gestolen, of de wind krijgt vat op de draden en hoep, het waait plat. Resultaat: de stroom lekt weg, de wolf kan erin. Hoe vaak moet je gaan controleren? Het gaat soms over tien kuddes.

In de praktijk is bovendien gebleken dat een wolf ook toeslaat in een kudde schapen die in goed geplaatste wolfwerende rasters staan. Een wolf is slim, lukt het niet linksom dan wel rechtsom. Als een springende wolf de bovenste draad raakt, krijgt hij geen schok omdat hij geen aarde-contact maakt. Net zoals vogels op een hoogspannings­kabel.

Na alle extra werk om een wolvenraster neer te zetten, is het voor schapenhouders dan dus nóg de vraag of die bescherming wel werkt.

Lees ook:

Veel schapenhouders beschermen hun vee niet tegen de wolf: ‘Wie afrastert, geeft toe’

De angst onder Nederlandse schapenhouders voor de wolf bereikt een kookpunt. Toch vragen maar weinig schapenhouders subsidie aan om hun dieren te beschermen tegen aanvallen.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden