opinie

Een goede arts hoeft echt niet te promoveren

Beeld ANP

De druk op artsen om eerst een proefschrift te schrijven is groot. Dat is verspilling van zorgkracht, vindt arts Arno Bisschop, oprichter en medisch eindverantwoordelijke bij Talent&Care.

We willen meer handen aan het bed, en toch ­laten we jonge dokters vaak eerst jarenlang onderzoek doen. Omdat promoveren voor velen een ‘moetje’ is om in aanmerking te komen voor een opleidingsplek. Dat is verspilling van zorgkracht in tijden van personeels­tekorten.

Een landelijk tekort aan huisartsen dreigt, meldde de Landelijke Huisartsen Vereniging onlangs. En voor specialisten zoals kinderartsen of psychiaters geldt dat die erg schaars zijn in randprovincies. Hoe dit komt? Onder andere doordat we onszelf met basisaannames of ingesleten cultuurpatronen vastzetten. Zo luidt in zorgorganisaties vaak nog het credo: een goede dokter is gepromoveerd. Maar is promoveren wel echt nodig?

Nee, je bent als psychiater of cardioloog heus niet meer bekwaam als je een doctorstitel op zak hebt. Uitzonderingen daargelaten, maar onderzoek doen is niet hetgeen wat bij tieners de doorslag gaf om geneeskunde te gaan studeren. Zorgverleners willen patiënten genezen of het leven van hen draaglijker maken. Dát is de drijfveer, niet het doen van onderzoek.

Profileren

Dan is het verwonderlijk dat juist medische faculteiten de kroon spannen wat betreft het aantal promovendi. Zo werd in 2017 bijna de helft van de promotieonderzoeken van de Universiteit van Amsterdam gedaan bij de geneeskundefaculteit, aldus het Rathenau Instituut.

Promoveren is voor de meeste jonge dokters echter vooral een kwestie van profileren, van cv-building. “Zo’n opleidingsplek krijg ik alleen als ik promoveer. Want ik heb toch echt een uitmuntend cv nodig, of niet?” Dit soort zinnen hoor ik bijna wekelijks in gesprekken met de nieuwe generatie zorgverleners. Zelfs mensen van begin twintig zijn dus al volledig besmet met het virus dat je als ambitieuze jonge dokter ‘verplicht’ moet promoveren.

En dat lukt dan vaak ook nog niet. Wereldwijd haakt 30 tot 50 procent vroegtijdig af bij een promotieonderzoek, becijferde het Vlaamse onderzoeksbureau Ecoom. Ik denk dat de belangrijkste verklaring voor deze uitval zit in het niet intrinsiek gemotiveerd zijn om onderzoek te doen. De jonge artsen staan niet in hun kracht, omdat ze tijdens zo’n promotie niet doen wat ze het liefst doen: zorg verlenen. Je kunt je dus afvragen of die promotie-gekte niet wat minder kan. Maar zolang opleiders bij maatschappen en zorgorganisaties belang blijven hechten aan gepromoveerd zijn, blijft die promotiedruk bestaan. Dat moeten we niet ­willen.

Verstoffen

Promotieonderzoek kost de maatschappij veel geld. Mijn eigen promotie­onderzoek, dat nu ligt te verstoffen in een bureaulade, kostte ruim 200.000 euro. Ook ik deed het omdat het goed was voor mijn cv en voor mijn kansen op een opleidingsplek. Als we hier nu eens mee stoppen, staan jonge artsen voortaan veel eerder aan het bed van een patiënt. Ook in de provincie. En het onderzoeksgeld kan dan naar de wel echt gemotiveerde onderzoekers.

De zorg in Nederland kunnen we alleen verbeteren als we aannames zoals ‘promoveren maakt een betere dokter’ vaker ter discussie stellen. Er worden nu ook gewoon andere competenties gevraagd van zorgprofessionals dan vroeger.

Zorgverleners gaan in de (nabije) toekomst vooral het verschil maken op menselijk vlak. Authentiek menselijk contact tussen zorgverlener en patiënt; dat is waar het straks vooral om draait. We hebben geen promovendi nodig, maar (jonge) artsen die invoelend vermogen hebben én passie voor zorgverlening. Dat moeten de belangrijkste ­criteria worden voor het krijgen van ­opleidingsplekken.

Lees ook:

Wat schiet de wetenschap ermee op?

 Nederland heeft meer promovendi nodig, maar dat mag niet te veel kosten. In Groningen gaan vandaag de eerste 160 studentpromovendi aan de slag. Veel meer dan eerst, maar hun rechtspositie is uitgekleed. Goed voor de wetenschap?

Een proefschrift schrijven: dat doe ik dus nooit meer

De laatste loodjes wegen het zwaarst. Zo is het ook met mijn proefschrift, mijn grote academische werk, waar ik in 2015 aan begon. Over de inhoud – het gaat over het gearrangeerde huwelijk en de mensenrechten – schrijf ik graag later eens. Nu wil ik vooral ingaan op hoe zwaar het is, een proefschrift schrijven, aldus Naema Tahir

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden