ColumnKerstfilm

Een film als een perfect sprookje

Julie Andrews in ‘The sound of music’ Beeld
Julie Andrews in ‘The sound of music’Beeld

Een mierzoete film over een gezin zoals het nergens op aarde bestaat. Maar zonder die muziek zou ‘The Sound of music’ een draak zijn.

Geen rinkelende arreslee, geen bont versierde kerstboom en niet één dwarrelende sneeuwvlok. Toch is ‘The sound of music’ sinds jaar en dag een van de populairste kerstfilms. Hoe kan dat? Wel, het is een echte familiefilm, zoals Kerst een echt familiefeest is.

Knus dus met het gezin voor de buis, om te kijken naar dat ándere gezin. Dat niet zomaar een gezin is. Het is namelijk perfect. De film is van halverwege de jaren zestig, maar toont een volstrekt tegengesteld tijdsbeeld: geen generatieconflict, geen drugs. Alleen maar harmonie en vrolijkheid. Een gezin zoals het nergens op aarde bestaat, maar waar iedereen misschien stiekem naar verlangt. Zeker met Kerst. Vrede op aarde.

Zodra gouvernante Maria (Julie Andrews) binnenstapt, tovert zij het militair gedrilde huishouden van kapitein Von Trapp (Christopher Plummer) om in een blij zingende kinderschaar. De weduwnaar ontdooit geheel en laat een Weense barones in de steek voor zijn jubelende gouvernante. Een happier happy end dan in deze musicalfilm, zondagmiddag op BBC 1, is zelfs in Hollywood ondenkbaar.

Eigenlijk best voorspelbaar dus. Om niet te zeggen mierzoet. Het huwelijk van Maria en de kapitein zie je in feite al aankomen wanneer de non in spe aanbelt bij het Von Trapp-kasteel in Salzburg. En op het moment dat Oostenrijk een nazistaat wordt, weet je: och, het komt wel weer goed met de Von Trapps en hun zeven kinderen. En inderdaad, ze vluchten opgetogen naar Zwitserland. Zonder muziek zou deze film een draak zijn. Mét muziek won hij vijf ­Oscars.

Muziek vanaf de alpen­weide

De magie van The sound of music zit hem in de liedjes van Rodgers en Hammer­stein. Het begint meteen al met het sprankelende ‘The hills are alive’, waarmee Julie Andrews onze huiskamers binnendendert. De Amsterdamse componist en Sound of music-fan Jan Pieter Koch verwoordde het in 2014 in het Nederlands Dagblad als volgt: ‘Maria neemt die muziek vanaf de alpen­weide mee naar een huis waar het stil is, waar geen muziek klinkt. En wat gebeurt er? De plek komt tot leven. De kinderen, de vader, ze veranderen door de muziek.’

Waar in veel andere musicals de muziek vooral bedoeld is om monologen en dialogen te begeleiden, zet ze in deze feilloos ­geregisseerde Robert Wise-film de mensen letterlijk in beweging. ‘De muziek ont­ketent iets in ons’, zegt Koch.

Hij heeft gelijk. Ik weet nog hoe betoverd ik was in 1966 als zevenjarige jongen bij de Rotterdamse première. Ik zie me nóg zitten met mijn schoolvriendjes in de Corso-bioscoop aan de Kruiskade. Een van hen was ­jarig, en als traktatie mochten we die zaterdagmiddag uit. Direct nadat het doek viel, wilde ik meteen terug in dat sprookje. De film had iets wakker gekust in mij, iets waar ik toen nog geen woorden voor had: een verlangen naar een feeërieke wereld, vol vriendelijkheid en plezier, liedjes en dans.

De film ontketende niet alleen iets in míj. Ook in juffrouw Oosthoek op Het Open Venster. Zij zette de zoete mythe voort door met ons de in het Nederlands vertaalde liedjes van Rodgers en Hammerstein te zingen: ‘doos waarop je ’n deksel doet, ree die vind je in het woud…’ Onze heldere stemmen vulden het klaslokaal, de gangen en het schoolplein. We waren een blij zingende kinderschaar, zoals in The sound of music.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden