ColumnHans Goslinga

Een essentiële eigenschap van democratie: kwetsbaarheid

Een beetje democratie bestaat niet, schreven de broers Jan en Huib Drion, zij het niet precies in die woorden, in oktober 1940 in hun verzetskrant ‘De Geus onder studenten’, in een ongezouten aanval op de Nederlandsche Unie, een politieke beweging die het met de Duitse bezetter op een akkoordje wilde gooien.

Deze Unie, onder leiding van figuren als Jan de Quay en Louis Einthoven die na de oorlog nog een belangrijke rol zouden spelen, veronderstelde dat de nazi’s het wezen en de staat van ons land niet zouden aantasten. Het parlement was toen al opgeheven, maar de Unie zag kansen de geestelijke vrijheid te behouden.

De Drions, nog maar 24 en 23 jaar, studerend in Leiden, maakten met deze gedachte korte metten. “Tussen democratie en fascisme bestaat geen tussenstadium. Men kan niet uit een democratie het parlement lichten, net zo min is in een autoritaire staat geestesvrijheid mogelijk.” Ze voegden nog een notie toe: “De val naar een dictatuur kan zich in enkele weken afspelen, de democratie is een verovering van jaren.”

Het laatste is zeker waar. Het kost generaties om de instituties op te bouwen waarop de democratie en de rechtsstaat stevig rusten. Nu is er zonder twijfel meer reden op deze staatsvorm te vertrouwen dan in de tijd van de Drions. De democratie heeft zich in de naoorlogse jaren bewezen in termen van vrijheid, welvaart en fysieke en sociale zekerheid.

Trump en Johnson

In de jaren voorafgaande aan de Tweede Wereldoorlog was het stelsel, belaagd door radicaal socialisme en virulent nationalisme, nog wankel. De Drions, die in het naoorlogse Nederland hun sporen zouden verdienen in het recht, schreven: “De evenwichtstoestand die de democratie schept, is een labiele en vraagt een grote geestkracht en een hoog beschavingspeil”. Tegelijk waren zij zich ervan bewust dat de democratie met haar open karakter ‘altijd in gevaar is’.

Ze beschouwden dit zelfs als een essentiële eigenschap: de democratie zal kwetsbaar zijn of zij zal niet zijn. Een kwart eeuw later schreef Huib Drion, consistent in zijn denken, in zijn boek ‘Denken zonder diploma’ dat het tot het wezen van de democratie behoort dat zij de verontwaardiging over echte of vermeende misstanden niet de mond mag en wil snoeren’.

Hij onderkende in dezelfde ademtocht het existentiële gevaar van de overdrijving. “Verontwaardiging die de teugels van de rede heeft afgeschud, slaat gauw op hol.”

De ervaringen van de laatste decennia laten zien dat de overgang van de democratie naar een autoritair stelsel niet een kwestie van weken hoeft te zijn, maar zich kan voltrekken in een sluipend proces dat bijna ongemerkt de weg op voert naar ‘een beetje democratie’. Dat proces zie je niet alleen in jonge democratieën in Europa, maar zelfs in de ruim twee eeuwen oude democratie van de Verenigde Staten.

In dit proces is de door Drion gevreesde overdrijving een krachtig vliegwiel. De hyperbool is een politiek wapen geworden dat, geholpen door de sociale media, de rede en de redelijkheid in het defensief drijft. Drion keek in 1967 voor het bewijs nog naar dictators “die hun volk door verhitting van de emoties in het denken hinderen”. Thans is het wapen gemeengoed in de handen van democratisch gekozen politici en regeringsleiders als Trump en Johnson.

Boreale fantasieën

Het is een wrange ironie dat de rechtenfaculteit van de Leidse universiteit thans met figuren als Baudet en Cliteur de belagers aflevert van de erfenis van moed en rede die de Drions en Rudolph Cleveringa nalieten. Cleveringa protesteerde kort na de aanval van de studenten op de Nederlandsche Unie openlijk tegen het ontslag van joodse hoogleraren, onder wie zijn leermeester Eduard Meijers. Hij moest zijn rede met gevangenschap bekopen, zoals hij van tevoren wist: “Ik begreep dat ‘Recht’ een begrip zonder redelijke inhoud voor de Duitsers was geworden”, schreef hij naderhand in aantekeningen, die zijn opgenomen in de recent verschenen biografie over hem van Kees Schuyt.

Huib Drion onderkende de irritatie van de intellectuele romanticus over de democratie met haar onvermijdelijke compromissen en gebrek aan drama. Zijn nogal ontnuchterende conclusie: “Het ontbreekt de democratie aan onvolwassenheid. Men kan haar karakteriseren als een volwassen vorm van samenleven voor volwassenen. Met de logge behoedzaamheid van de man die weet dat hij zich zal moeten verantwoorden, beweegt zij zich voort. Haar besluitvorming mist de charme van de onvolwassenheid.”

Baudet en Cliteur worden in deze zienswijze teruggebracht tot politieke pubers met boreale fantasieën en kinderlijke verongelijktheid.

Niet onschuldig, zoals in de jaren dertig is gebleken, toen nogal wat intellectuele critici van de democratie zich, geconfronteerd met een autoritaire orde, van schrik bekeerden. Maar toen was het al te laat.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden