Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een Engelstalige universiteit is een provinciale universiteit

Opinie

Ger Groot

© Trouw
Column

Wel eens gehoord van Italiaans toponderzoek in de natuurwetenschap? De laatste onderzoeker die zijn naam verbonden heeft aan een doorbraak vanuit natuurkundige research zal Marconi geweest zijn, en zijn draadloze telegrafie dateert alweer uit 1896. Of je zou Enrico Fermi moeten noemen, die maar half meetelt omdat hij het tweede deel van zijn carrière in de Verenigde Staten doorbracht.

Werd Fermi gehinderd door een ‘naar binnen gekeerde academische cultuur’ in Italië, die hardnekkig weigerde Engels te spreken? Als je op Trouw afgaat zou je het bijna denken. Daarom is het ook voor Nederland onvermijdelijk dat het Nederlands aan de universiteiten terrein verliest, zo concludeerde de krant deze week – eerst in een artikel over de verengelsing van de universiteiten, vervolgens in een hoofdredactioneel commentaar.

Lees verder na de advertentie

In werkelijkheid week Fermi uit omdat zijn vrouw joods was en het er voor haar vlak voor de Tweede Wereldoorlog somber uitzag. De Nobelprijs voor de natuurkunde had Fermi net voor zijn vertrek naar Amerika in ontvangst kunnen nemen, alvorens vanuit Stockholm meteen door te reizen. Kennelijk stond een niet-engelstalige academische cultuur in zijn vaderland toen nog geen briljante carrière in de weg. Zoals dat in het begin van de eeuw ook niet het geval was geweest met Zeeman en Van der Waals of Kamerlingh Onnes, die hem als Nederlanders toegekend kregen.

De boodschap is duidelijk: van een dergelijk provincialisme moeten we het niet hebben

De universiteit van voor de Tweede Wereldoorlog is de huidige niet meer, zo concludeert Trouw terecht. De wetenschap is internationaal geworden en dus moeten ook de Nederlandse onderwijsinstellingen mee met de verengelsing, want daar komt ‘internationaal’ in de praktijk op neer. Het lijkt mij een nogal grove onderschatting van het internationale karakter van de wetenschap in de eerste helft van de twintigste eeuw. Fermi had van vroeg af aan intensieve contacten met mensen als Heisenberg, Pauli en Einstein en verbleef zelfs enige tijd in Leiden. Maar ja, de internationale wetenschappelijke taal was in die tijd nog het Duits – en vandaag de dag weten we in Nederland nog nauwelijks van het bestaan daarvan.

Minachting

Dat is schamper uitgedrukt – maar Trouw vraagt erom. Het hoofdredactioneel commentaar eindigt met een diskwalificatie van de strijd voor het Nederlands, die uit weinig meer zou voortkomen dan een ‘terugverlangen naar een mooi en overzichtelijk verleden’ en uit angst ‘dat van de mooie Nederlandse taal op universiteiten niets overblijft.’ De boodschap is duidelijk: van een dergelijk provincialisme moeten we het niet hebben. De minachting druipt eraf.

De taalkwestie in wetenschappelijk onderwijs en onderzoek is gecompliceerd en leent zich niet voor snelle soundbites. Dus ook niet voor de gemakzuchtige conclusie dat de verkommering van het Italiaanse wetenschappelijk onderzoek een direct gevolg is van de daar heersende schuwheid voor de engelse taal – zoals de krant kennelijk meent. Zou het kunnen dat de Italiaanse staat te weinig geld over heeft voor goede universiteiten? Dat de bestuurlijke chaos er te groot is en talenten dáárom wegtrekken? Dat de algemene economische situatie van het land weinig aantrekkelijk is?

En is het andersom niet zo dat Italië op andere wetenschapsgebieden wel degelijk leidinggevend is? Wie kunstgeschiedenis wil beoefenen moet zich het Italiaans meester maken – want inderdaad: ze publiceren er lekker in hun eigen taal. Daarmee komt plots een heel ander element om de hoek kijken. Laat ik een praktijkvoorbeeld geven. Zo’n twintig jaar geleden promoveerde iemand uit mijn naaste omgeving op de Nederlandse kunstenaarsgroep ‘De Stijl’. Een van de meest gezaghebbende boeken daarover was verschenen in Amerika. Het bleek bij nader inzien uitsluitend gebaseerd te zijn op de geschriften van Mondriaan, van Doesburg etc. die reeds in het Engels waren vertaald. Anders dan mijn (buitenlandse) promovenda had de auteur niet de moeite genomen zich het Nederland een klein beetje eigen te maken. De nogal vreemde conclusies die het boek trok waren ernaar.

Dat probleem dreigt met de verengelste internationalisering algemeen te worden. Alles wat zich buiten dat taalgebied bevindt verzinkt in duisternis. De werkelijkheid ervan bestaat in de academische blik evenmin als de boeken die geschreven zijn in de talrijke andere talen die de wereld rijk is – zelfs niet wanneer het de tot voor kort toonaangevende Duitse of Franse taal betreft.

Luiheid

Dan kan het gebeuren dat NRC-columnist Bas Heijne in Frankrijk vaststelt dat daar van alles verschijnt dat zeer de moeite waard is maar helaas niet tot de wereld doordringt omdat deze het niet meer lezen kan – of wil. Met de merkwaardige conclusie dat dat aan de Fransen ligt, en niet aan de intellectuele luiheid van alle anderen. Het is een originele variant op het oer-Britse chauvinisme dat bij mist over het Kanaal het continent geïsoleerd acht.

Toen ik met lesgeven begon was het vanzelfsprekend dat studenten Frans en Duits konden lezen. Dat is al lang niet meer zo – met als gevolg dat zij alleen kennis nemen van wat reeds (in het Engels) is vertaald. Iets actueels, bijzonders of origineels zullen ze niet meer vinden – met als voorspelbaar gevolg dat er op den duur ook steeds minder vertaald zal worden. Zo schrompelt de wereld ineen tot de Angelsaksische cultuurkring.

Helaas zit het academisch bedrijf inmiddels stevig ingeklemd in het harnas van zijn eigen tautologie

Zeker, die heeft veel interessants te bieden. Maar de wereld is een stuk groter – en hoe blikvernauwend culturele eenkennigheid onvermijdelijk wordt hoeft geen betoog meer. Helaas zit het academisch bedrijf inmiddels stevig ingeklemd in het harnas van zijn eigen tautologie. Het neemt zichzelf alleen nog serieus wanneer het engels spreekt en concludeert vervolgens dat al het niet-engelse onmogelijk serieus kan zijn.

Zo leidt de verengelsing niet tot een bredere blik op de wereld, maar juist tot een verenging. Te vrezen valt dat die nog veel kleingeestiger is dan de zorg om het ‘mooie Nederlands’ waar Trouw zo misprijzend over doet. Niets is provincialer dan een cultuur die zich uitlevert aan een andere taal die als enige nog de moeite waard heet te zijn. Op de weg van dat provincialisme is de Nederlandse universiteit helaas al ver gevorderd.

Lees ook:

Het is pijnlijk wellicht, in cultureel opzicht, dat het Engels het Nederlands opzijschuift in het hoger onderwijs. Maar wie kijkt naar het taalprotectionisme in Italië, weet dat dat niet de weg is.

Het voorbeeld dat niet zo lang geleden door de Nijmeegse hoogleraar Nederlandse literatuurgeschiedenis werd aangehaald is te bizar voor woorden. Zij stelde in een opiniebijdrage aan de Volkskrant dat één van haar masterstudenten de citaten in het eindwerkstuk over Vondel diende te vertalen in het Engels. Het was nu eenmaal een voorschrift in het examenreglement.

Lees hier meer columns van Ger Groot.

Deel dit artikel

De boodschap is duidelijk: van een dergelijk provincialisme moeten we het niet hebben

Helaas zit het academisch bedrijf inmiddels stevig ingeklemd in het harnas van zijn eigen tautologie