OpinieKringlooplandbouw

Een duurzame landbouw is veel meer dan kleinschalig, lokaal of extensief

Kringlooplandbouw vergt praktische stappen in productie en consumptie, betoogt Gert van Duinkerken, manager van Wageningen Livestock Research, onderdeel van Wageningen University & Research.

Minister Schouten introduceerde twee jaar geleden ‘kringlooplandbouw’. Een toekomstbeeld voor een duurzame landbouw in Nederland. De werkelijkheid is weerbarstig. Onder boeren is het vertrouwen in kringlooplandbouw afgelopen tijd verminderd. In de aanloop naar de verkiezingen zal het debat over de toekomst van de landbouw weer in alle hevigheid gevoerd worden.

Kringlooplandbouw is een ontwikkelrichting om voldoende voedsel te kunnen produceren op een manier die de aarde en de natuur aankunnen. Met minder ‘externe input’ zoals kunstmest, gewasbeschermingsmiddelen en fossiele brandstoffen. En met maximale benutting van grondstoffen, eind- en bijproducten en reststromen. Met een zo laag mogelijk uitstoot van milieubelastende stoffen. Naast voedsel produceert kringlooplandbouw ook ‘bio based’ materialen. Denk aan vezels voor textiel en bouwmaterialen.

In de praktijk merk ik dat veel mensen kringlooplandbouw verwarren met lokale landbouw, waarbij voedselproductie en -consumptie dicht bij elkaar plaatsvinden. En waarbij Nederland stopt met het produceren van voedsel voor de export. Of kringlooplandbouw wordt verward met extensieve landbouw, met weinig input en weinig output per hectare: een beetje ‘zoals het vroeger was’. Maar kringlooplandbouw gaat niet alleen over lokaal, kleinschalig en extensief.

Nederland is geen eiland

Ons voedselsysteem is een internationaal systeem en zal dat blijven. Nederland is geen eiland: zelfvoorzienend zijn is onrealistisch. We vinden het normaal geïmporteerde bananen en koffie in ons winkelkarretje te leggen. In andere landen, met name onze buurlanden, koopt men graag Nederlandse zuivel en groenten.

Lokale en extensieve concepten spelen weliswaar een rol in onze voedselvoorziening, maar zijn niet genoeg. Met uitsluitend extensieve systemen redden we het niet. Het landbouwareaal is daarvoor te klein. Er is behoefte aan een verscheidenheid van bedrijven. Met extensieve en intensieve vormen van kringlooplandbouw. Maatwerk dus, met landbouwbedrijven die passen bij de regionale omstandigheden. Rekening houdend met diversiteit van landschappen en natuur en met diversiteit in ondernemersstijlen. Boeren en kennisinstellingen zetten daar al op in, soms ondersteund door de overheid.

Zo experimenteert de Boerderij van de Toekomst in Lelystad met duurzaam bodembeheer, elkaar versterkende gewascombinaties en hoogwaardige technologie. Met volop gewassen blijven produceren, maar met een veel lager gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest. En driehonderd melkveehouders hebben de vereniging Vruchtbare Kringloop Achterhoek opgericht. Heel verschillende bedrijven, zowel extensieve als intensieve, maar allemaal gedreven om hun bedrijfsvoering te verduurzamen. In de varkenshouderij is de Coalitie Vitale Varkenshouderij opgericht. Deze samenwerking richt zich op een gezonde leefomgeving met gesloten kringlopen en een diervriendelijke varkenshouderij.

Minder kunstmest en beter gebruik van dierlijke mest

Het is realistisch om verdere sluiting van de kringloop te verwachten van de landbouw. De overheid kan dat ondersteunen door beleidsdoelen voor de lange termijn te formuleren en te zorgen voor consistentie en stabiliteit in wetgeving. En door samenwerking te bevorderen, bijvoorbeeld tussen akkerbouw en veehouderij. Minder kunstmest en beter gebruik van dierlijke mest. Mest is dan niet langer een ‘probleem’, maar een waardevolle grondstof.

Dat vraagt wel om innovaties, bijvoorbeeld praktische technieken om mest vers te verzamelen, of om urine en vaste mest gescheiden op te vangen. Nu komen die twee in veel mestkelders bij elkaar en ontstaat ammoniak. Door ze gescheiden te houden daalt ammoniakuitstoot. Ook kan de ontlasting dan gerichter worden ingezet als meststof bij de teelt van gewassen. Rechtstreeks, of na bewerking. Een ander voorbeeld is het verminderen van bijproducten en reststromen in de voedselketen. Co-producten uit de voedingsindustrie als grondstof voor diervoeder. En de teelt van insecten op organische reststromen uit de landbouw, industrie en steden. Die insecten dienen vervolgens als grondstof voor voedsel en diervoeder.

Uitsluitend verduurzamen van de voedselproductie is niet genoeg. Kringlooplandbouw kan alleen een succes worden als er ook grote veranderingen komen in onze voedselconsumptie. Nog altijd gaat meer dan een derde van ons voedsel verloren bij het bewaren, bereiden en consumeren. Dergelijke enorme voedselverliezen moeten echt omlaag. Nederland heeft zich gecommitteerd om tussen 2015 en 2030 de helft minder voedsel te verspillen. Als er dan toch wat over blijft, is de uitdaging om dit terug te brengen in de voedselkringloop. Bijvoorbeeld als grondstof voor diervoer.

De overconsumptie van dierlijk eiwit kan omlaag

Ook is er meer balans nodig in het menselijke dieet. Bij optimaal landgebruik zou tot een derde deel van onze eiwitconsumptie van dierlijke oorsprong kunnen zijn. In Nederland en veel andere landen is dat gemiddeld meer. Die ‘overconsumptie’ van dierlijk eiwit kan omlaag.

Een cruciaal verbeterpunt ligt in de voedselprijzen. Prijs is een belangrijke factor in de sturing van consumentengedrag. Op dit moment wordt de prijs van voedsel vooral gestuurd door vraag en aanbod, op basis van de economische waarde. De maatschappelijke waarde van duurzaam geproduceerd voedsel wordt nog niet in geld uitgedrukt. Laat staan dat de boer ervoor betaald krijgt.

Consumenten worden te weinig geprikkeld bewustere keuzes te maken. Productieketens kunnen hierin zelf veel betekenen. Denk aan de toeslag die melkveehouders ontvangen voor weidemelk. Ook de overheid heeft een sturende rol. Bijvoorbeeld door btw-verlaging op duurzaam geproduceerd voedsel. Ook bij prijsvorming geldt: het voedselsysteem is een internationaal systeem. Prijsprikkels moeten ook werken in een systeem met import en export.

Kringlooplandbouw heeft goede papieren, maar vraagt praktische stappen in productie en consumptie. 

Lees ook: 

De boer zal ingrijpend moeten veranderen: politiek en wetenschap moeten daarbij helpen

Lezer Jelle Landstra is het oneens met een eerder pleidooi om de landbouw zelf te laten aangeven hoe de stikstofproblemen opgelost moeten worden. Dat kunnen de boeren niet alleen.

Het boerenverstand zegt: biologische landbouw is de oplossing

Gebruik toch het boerenverstand, schrijft landbouwsysteemdeskundige Kees van Veluw. We blijven nu ronddolen in plusjes en minnetjes zonder de nodige verandering. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden