Opinie

Een CO2-heffing alleen is niet voldoende

Het Hoogovencomplex van Corus Nederland bij IJmuiden. Beeld ANP

Energietransitie Combineer een redelijke CO2-taks met geleidelijk steeds strengere normering, bepleiten Bert Metz (voormalig co-voorzitter IPCC Werkgroep Mitigatie) en Wim Turkenburg (hoogleraar Science, Technology and Society aan de Universiteit Utrecht).

Uiterlijk 2030 moet de industrie de jaarlijkse uitstoot van CO2 met ongeveer 20 megaton hebben verminderd. Het kabinet wil daar een CO2-heffing voor invoeren. Nog onzeker is hoe die eruit moet zien en hoe hoog die moet zijn. Ook is de vraag of alleen een heffing voldoende is om de gewenste reductie te bereiken.

GroenLinks heeft al eerder een initiatiefwet aangekondigd voor een hoge heffing op alle CO2 die de industrie uitstoot. Per ton denken zij aan 50 euro in 2021, oplopend naar 100 euro in 2030 en 200 euro in 2050. De PvdA heeft een vergelijkbaar voorstel gedaan met wat lagere heffingsbedragen. De Nederlandsche Bank acht een belasting van 50 euro per ton verantwoord, maar erkent dat er een concurrentienadeel optreedt voor de energie-intensieve, op export gerichte industrietakken. Daarom is ook sprake van een veel lagere heffing.

Het introduceren van alleen een heffing is problematisch. Onderzoek laat zien dat een lage heffing niet tot de gewenste vermindering van CO2-uitstoot leidt, terwijl bedrijven bij een hoge heffing een groot afzetverlies kunnen verwachten of zelfs kunnen verdwijnen. Daarom stellen we een andere, hybride aanpak voor: een combinatie van belasten en normeren. In deze aanpak worden reductieplannen uit het Ontwerp Klimaatakkoord gebaseerd op wettelijke normen voor de maximaal toelaatbare CO2-uitstoot. Daarnaast komt er een belasting op het teveel aan CO2-uitstoot ten opzichte van het doel dat voor 2030 is gesteld.

Maximale uitstoot

Het is opmerkelijk dat in het publieke debat over de wenselijkheid van een CO2-heffing, een klassiek beleidsinstrument buiten de discussie is gebleven: het stellen van – in de tijd – steeds strengere normen voor de maximaal toelaatbare uitstoot van CO2 door industriële installaties. Dit klassieke instrument heeft gewerkt bij de aanpak van verzurende emissies en moet ook bij broeikasgasemissies kunnen werken.

In het ontwerp-klimaatakkoord stond het voorstel dat de grootste bedrijven op korte termijn serieuze plannen op tafel moeten leggen voor een forse CO2-emissiereductie in 2030. Een zwak punt in het voorgestelde systeem was de vrijblijvendheid ervan. Ook de beoordeling van de plannen riep vraagtekens op.

Wij pleiten ervoor om het maken van plannen te koppelen aan een landelijk programma van voortschrijdende normstelling voor industriële installaties en ze vast te leggen in de milieuvergunning. Ook bepleiten we een belangrijke rol voor vergunningverlenende instanties zoals de Milieudienst Rijnmond DCMR. Wij denken dat er zo meer zekerheid ontstaat dat de vereiste reducties worden gerealiseerd en er rekening wordt gehouden met de verschillen tussen bedrijven.

Vast bedrag

Daarnaast bepleiten we een heffing op het teveel aan uitstoot ten opzichte van het doel voor 2030. Tegelijk blijft het bestaande Europese emissiehandelssysteem ETS voor de industrie volledig in stand. Net als het kabinet denken wij dat de heffing op CO2 het beste als een vast bedrag, onafhankelijk van de ETS- prijs, kan worden vormgegeven. De jaarlijkse inkomsten van deze heffing dalen naarmate de industrie dichter op het 2030-doel zit.

De hoogte van de heffing moet zodanig worden gekozen dat er een duidelijk financieel belang voor bedrijven is hun reductieplan te realiseren, dat er geen onevenredig concurrentienadeel ontstaat en da t er een eerlijke bijdrage wordt geleverd aan de financiering van de energietransitie. Bij een heffingsbedrag van bijvoorbeeld 15 euro per ton CO2 en een reductie door de industrie van 20 megaton per jaar, zou er in het eerste jaar een bedrag van 300 miljoen euro beschikbaar komen. Tot aan 2030 zou de voorgestelde heffing dan in totaal zo’n 1,5 miljard kunnen opleveren. Dat moet voldoende zijn om financiële steun aan de industrie te geven bij het realiseren van de beoogde emissiereductie. Een deel van het bedrag zou ook kunnen worden gebruikt om de lasten van de energietransitie voor kleinverbruikers te verminderen.

Daarnaast kan het terugsluizen van de heffingsinkomsten naar de industrie worden gekoppeld aan het opkopen van industriële CO2 emissierechten door de overheid. Zo wordt tegengegaan dat deze rechten buiten Nederland terechtkomen en daar tot een hogere CO2 uitstoot leiden. 

Lees ook: 

Radicaal verduurzamen klinkt ideaal, maar kan in de praktijk tot een volksopstand leiden

Het Klimaatakkoord ligt klaar, de CO2-heffing komt eraan. Dus het roer kan eindelijk radicaal om? Vergeet het maar, zegt hoogleraar duurzaamheid Gert Jan Kramer.

‘Als er een CO2-heffing komt, is het klaar met Tata Steel’

Als Nederland in zijn eentje een heffing op de uitstoot van CO2 invoert, zoals Jesse Klaver (GroenLinks) wil, betekent dat het einde van Tata Steel Nederland (Hoogovens). Die kan die heffing niet betalen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden