ColumnAbdelkader Benali

Een clubhuis werkt beter dan een knuppel

Tayfun Balçik, historicus en buurtbewoner in Amsterdam Nieuw-West, was een puber toen hij zag waartoe gewelddadig politie-ingrijpen kan leiden. Op zondagmiddag hebben we voor de deur van de Lidl afgesproken, aan het Allebéplein waar in de lente van 1998 de roemruchte rellen uitbraken tussen Marokkaanse jongeren en de politie.

In de zoektocht naar de aanstichter van een in brand gestoken vuilnisbak werd de verkeerde opgepakt door de wijkagent. De escalatie kwam voor de bewoners niet als een verrassing. Er hing al tijden onrust in de lucht. Tayfun voelde het ook zo. “De wijk leed onder criminaliteit en verwaarlozing.” Hij wijst naar een straat. “Hier durfde ik niet te komen. Te gevaarlijk.” Jongens die gangsternamen droegen maakten er de dienst uit. “Kapitein Eenoog, Jbiloe, Chuckie.”

‘Ze hielden hem in een wurggreep’

We lopen richting de Piet Mondriaanstraat. “Ik speelde op straat. Er werd geroepen dat er iets aan de hand was. We renden ernaartoe.” We staan voor een rijtje luxueuze eengezinswoningen. Tayfun wijst naar de muur. “Door de menigte zag ik dat zes agenten zich op een jongen hadden geworpen. Ze hielden hem in een wurggreep. Een van de omstanders, ik denk de broer van het slachtoffer, haalde toen uit naar de agenten. De agenten stoven op. De vrijgekomen jongen was door de verstikking helemaal roze aangelopen. Door de worsteling had hij blauwe plekken opgelopen.” De andere agenten renden achter de jongen aan die de vuistslag had toegebracht. 

Wat er daarna gebeurde is in het klein wat op dit moment op grote schaal wereldwijd gebeurt in de grote demonstraties voor de door een wurggreep omgekomen George Floyd. “Een Surinaamse vrouw vertolkte het gevoel van verontwaardiging door te roepen: “Dit pik ik niet. We moeten in opstand komen.” Wat toen volgde was een spontane mars naar de rotonde waar het verkeer richting centrum en hun wijk op roteert.

Tayfun loopt met mij de rotonde op.“We dromden daar met honderden samen. We bezetten de rotonde. We waren niet van plan weg te gaan.” De Mobiele Eenheid werd opgetrommeld. Tayfun wijst in westelijke en oostelijke richting. “Van die kant kwam de ME aan. Nog meer politiebusjes. En honden. Een Ford-bestuurder wilde door het verkeer gaan. De bestuurder stak zijn kop uit het raam en schreeuwde dat hij niets met de demonstratie te maken had. Hij moest door. De vader van de jongen die was neergeslagen ging met de handen opgestoken voor de auto staan en riep dat ze zijn zoon hadden meegenomen. De man in de auto gaf toen gas en maaide de vader neer.”

‘Dit maak je nooit meer mee’

Het werd steeds drukker op de rotonde, de groep was niet van plan weg te gaan. De ME ging over tot charges. “Mijn klasgenoot Emrah was bij me gaan staan. We stonden er al een paar uur. Ik zei tegen hem dat ik wel naar huis moest gaan want morgenochtend zou ik een geschiedenistoets hebben.” Emrah lachte naar hem. “Vergeet die toets, man. Dit maak je nooit meer mee.” De volgende dag zag Tayfun dat Emrah een blauwe plek had. “Hij had een knuppel opgevangen.”

“Zijn de protesten ergens goed voor geweest?” Tayfun wijst naar de Postjesweg waar een moskee en een politiebureau staan. “Die waren er toen niet. Men heeft toen besloten om het imago van Nieuw-West als Amsterdam-Gaza aan te pakken. Er werd geïnvesteerd in jongeren. Er kwam een clubhuis. Men begon in te zien dat de problemen niet met geweld op te lossen zijn.”

Abdelkader Benali (1975) is schrijver. In 1996 debuteerde hij met ‘Bruiloft aan zee’, in 2003 won hij de Libris Literatuur Prijs voor zijn roman ‘De langverwachte’. Om de week schenk schrijft hij voor Trouw een column. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden