null

OpiniePersoneelsgebrek

Een betere arbeidsmarkt begint op de werkvloer

Personeelstekort en doorgeschoten flexibilisering vragen niet alleen om nieuwe regels en wetten, maar vooral om meer oog voor het talent van werknemers, betogen Ronald Dekker (TNO), Marc van der Meer (Universiteit Tilburg) en Onno-Hans Noteboom (adviesbureau Arlande).

Alom klinkt de roep om verandering van de arbeidsmarkt. Bijvoorbeeld omdat deze ‘op slot’ zit of niet ‘inclusief’ is. Voor maatschappelijke verandering is het nodig meer oog te hebben voor de ontwikkeling van medewerkers op de werkvloer.

In de gezondheidszorg, het onderwijs en de techniek worden vakmensen gevraagd. Extra nijpend is het grote aantal moeilijk vervulbare vacatures, terwijl de beroepsbevolking vergrijst. Er staan onvoldoende leraren voor de klas, er zijn te weinig handen aan het bed en op menig bedrijfsbusje staat: ‘Kom bij ons werken!’

De krappe arbeidsmarkt belemmert het realiseren van gewenste maatschappelijke ontwikkelingen. Denk aan de energietransitie, essentiële voorzieningen zoals onderwijs, zorg en de veiligheidsbranche, of aan de technologische vooruitgang.

Wendbaarheid maakt mensen veerkrachtig

Deze problemen zijn allesbehalve nieuw. Menig commissie heeft haar tanden al hierin gezet. Een goed voorbeeld is het rapport van de commissie-Borstlap, dat gaat over de doorgeschoten flexibilisering van de arbeid. De sociale partners in de Sociaal-Economische Raad hebben daarover onlangs een akkoord bereikt, maar het is nog maar de vraag of dat de omvangrijke personeelstekorten oplost.

Onvoldoende wordt het belang van interne flexibiliteit van organisaties uitgewerkt. Hoe ontstaan wendbaar gedag en persoonlijke groei van werkenden? Dat is extra relevant omdat voor kansrijke beroepen (docenten, IC-verpleegkundigen, IT-specialisten, monteurs) specifieke kennis en vaardigheden worden gevraagd.

Deze uitdagingen lossen we niet alleen op met het herformuleren van de regels. Het beste sluiten we aan bij waar in de praktijk de verandering plaatsvindt, namelijk op de werkvloer. We moeten meer oog hebben voor wat werkende mensen daadwerkelijk doen, kunnen en leren in het werk. Als we dat bevorderen en waarderen, wordt de arbeidsmarkt robuuster en veerkrachtiger.

In een pleidooi in deze krant voor de emancipatie van verzorgenden en verpleegkundigen (Opinie, 29 juli) werd als kernvraag genoemd hoe zij hun leiderschap op de werkvloer kunnen vormgeven en daarmee de kwaliteit van hun werk kunnen verbeteren.

Aansluiten bij talenten

Een manier om dat te doen is aan te sluiten bij talenten. Mensen ontwikkelen competenties door te werken, te leren en te innoveren. Een docent bevordert het leerproces van leerlingen, de verpleegkundige versterkt de conditie van patiënten, een installateur optimaliseert energiestromen. Hun praktijkkennis kunnen we vertalen in verbeteringen.

Werkenden creëren immers voortdurend. Ze hebben doe-taken: ze ontwerpen, vervaardigen en nemen goederen en diensten in gebruik. Ze denken daar ook over na, ze reflecteren. Dat zijn hun denktaken: is de uitvoering van goede kwaliteit? Wat kan beter? Hoe kan ik me ontwikkelen? Wat draagt dat bij aan onze onderneming? Tenslotte maakt de digitalisering het mogelijk gericht gegevens over de kennis op de werkvloer in kaart te brengen.

Minder uitgeputte medewerkers

Het erkennen en bevorderen van persoonlijke groei brengt de kwaliteit van de arbeid en de productiviteit van medewerkers in beeld. Het motiveert als de werkdruk hanteerbaar wordt. Werkenden putten zich minder uit en kunnen beter herstellen. En het maakt ze mobiel, ook voor andere banen, waardoor ze actiever bijdragen aan de gewenste maatschappelijke verandering.

Teams van werkenden ontwikkelen aldus een neus voor het aanpakken van nieuwe, meer complexe taken. Als talenten tot bloei komen, ontstaan sociaal-

innovatieve organisaties die beter kunnen samenwerken met andere organisaties. Dat stimuleert partnerschap tussen beroepsonderwijs en bedrijfsleven. En het levert nieuwe goederen en diensten op. Zo kan de publieke sector in zijn personeelsbehoefte voorzien, de energietransitie vaart krijgen en de digitale transformatie bijdragen aan beter werk en meer brede welvaart.

Gemeenschappelijke taal

Belangrijk voor de uitwisseling op de werkvloer is het ontwikkelen van een gemeenschappelijke taal. Die bevordert wendbaar gedrag en de mogelijkheid aan te sluiten bij elkaars vaardigheden. Die taal moet worden begrepen door werkenden, werkzoekenden, arbeidsorganisaties én het onderwijs.

Deze verbetering van de leercultuur vereist een methodisch ingrijpen in de arbeidsmarkt. Dat betekent niet per se ander beleid of andere wetten. Het betekent vooral uitstekend onderwijs en een ontwikkelings-gerichte manier van werken in bedrijven, waarbij de gewenste verandering in de praktijk wordt vormgegeven, op een lerende manier.

Klaroenstoot

Het voordeel van deze benadering is dat niemand hoeft te wachten om in actie te komen. Het nadeel ervan is dat iedereen op elkaar gaat zitten wachten om ermee te beginnen. Het is daarom een goed idee dat de overheid met een forse klaroenstoot dit veranderproces in gang zet. Bevorder dat er aandacht is voor wat op de werkvloer gebeurt en wat we daarvan kunnen leren.

Een mooie opdracht voor de partijen die werken aan een nieuw regeerakkoord en een uitstekende bestemming voor het geld in het Groeifonds dat bestemd is voor investeringen in economische groei. Laten we toegroeien naar een arbeidsmarkt die een draaischijf voor verandering is.

Lees ook:

Vakbonden en werkgevers eens over hervorming arbeidsmarkt

De vakbeweging en werkgevers hebben op hoofdlijnen een akkoord gesloten over de hervorming van de arbeidsmarkt.

De overspannen gezondheidszorg herstelt pas als het zorgpersoneel is hersteld

Een essentiële oplossing voor het tekort aan zorgpersoneel is een forse emancipatieslag, betogen Sanne Cordfunke-Krebbekx en Kim Henkels de Lange.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden