Beeld Trouw

ColumnSylvain Ephimenco

Een aangrijpende gedenkdaad op de gedenkdag

Leve de doden!, was mijn eerste vrolijke gedachte bij het ontwaken zondagochtend. Het kan schuren en misschien verbazen, dat begrijp ik, om de zeis van een vrolijke noot te voorzien op de dag dat Allerheiligen wordt gevierd en aan de vooravond van Allerzielen, wanneer de doden worden herdacht.

Maar mijn enthousiasme werd door een retorische vraag snel getemperd: “Ben je niet een oude en voorspelbare man in je schrijfsels?”, zoals iemand me inwreef vorige week.

Ik herinnerde me dat ik al eerder de laatste vier jaren, rond 1 en 2 november, zijdelings of met meer nadruk, over Allerzielen had geschreven. Is dit een ongezonde fascinatie voor de dood of een plechtige routine omdat je de doden in die dagen hoort te gedenken (in Frankrijk gebeurt dit op 1 november)?

Eigen doden heb ik overigens niet te herdenken op Hollandse grond. Daarom heb ik bij wijze van adoptie die kleine en bijna vergeten begraafplaats op de IJsseldijk in mijn hart gesloten twee jaar geleden. Een twintigtal graven van Krimpenaren die bijna allen geboren en gestorven zijn in de negentiende eeuw. Maar is het soms ook niet een vrolijke daad om verse bloemen te leggen op die mossige zerken die praktisch niemand nog onderhoudt?

Misschien was er bij protestanten toch iets aan het veranderen

Ik had zaterdag op de Rotterdamse markt een bos rode rozen gekocht en stak deze in mijn jas, krap tegen mijn borst geperst. Dan nog tien kilometer fietsen tegen de wind in. En misschien was er toch iets aan het veranderen bij protestanten ten aanzien van deze katholieke gedenkdag. Vroeger moesten zelfs begrafenissen uiterst ingetogen plaatsvinden: je ging toch overledenen niet ophemelen terwijl het ‘alleen om God moest draaien’.

‘Bij het herdenken van de doden, zou ik als geseculariseerde protestant nog altijd hulp kunnen gebruiken’, schreef op 3 november vorig jaar Leonie Breebaart in Trouw. En ook Willem Pekelder en Stijn Fens schreven een stuk op Allerzielen.

Op de kleine begraafplaats aangekomen, gebeurde iets groots. Op drie (willekeurige, vermoed ik) graven trotseerden drie aarzelende vlammetjes de miezerige regen. Ze staken zwakjes uit glazen waarop de figuur van Jezus in wit gewaad stond afgebeeld. Ik keek om me heen of in de verte mijn zielverwant misschien nog te zien was. Niemand, en toch was de warmte nog voelbaar van een vergane presentie.

Het schijnt dat we in tijden van corona in een ontkenningfase van de dood zijn beland en de doden geen fatsoenlijke uitvaart hebben gegund. Althans volgens psycholoog Marie de Hennezel in de Franse krant Le Monde: “Dit gebeurt vandaag door de dood te verzwijgen en te verbergen wat een immense collectieve angst voor consequentie heeft ten aanzien van ons menselijk tekort”.

Maar gisteren, op Allerzielen, keek ik vol ongeloof naar de opening van Trouw en de zes pagina’s van de Verdieping: de overledenen in coronatijd eindelijk uit hun korset van cijfers, statistieken en kilheid gehaald. Met hun naam en hun verhaal, als evenveel dansende vlammetjes.

Een aangrijpende gedenkdaad op de gedenkdag.

Drie keer per week werpt columnist Sylvain Ephimenco zijn blik op de actualiteit. Lees zijn columns hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden