null Beeld
Beeld

ColumnIrene van Staveren

Economie én ethiek zeggen: doorprikken graag

Meer groei of meer gelijkheid? Goedkopere productie of duurzamer fabriceren? Dit soort vragen is aan de orde van de dag. Het lijken vooral morele vragen, maar ze zijn natuurlijk ook politiek, omdat ze de hele samenleving raken. En ze hebben een economische dimensie: van kosten en baten, investeren en welvaart.

Vaak is de afweging complex, omdat je appels met peren moet vergelijken. Economen doen dat doorgaans door verschillende zaken in geld uit te drukken en uitkomsten te vergelijken. Oftewel, economen hanteren meestal een resultaatgerichte ethiek: wat het juiste is zit niet in een principe of handeling, maar in het eindresultaat. Zo wordt duurzaam beleggen pas echt serieus genomen door pensioenfondsen wanneer uit onderzoek blijkt dat het rendement op groene beleggingen niet onderdoet voor dat van reguliere beleggingen. En gaat de consument vaak liever voor een goedkoop stukje vlees plus een toetje dan biologisch vlees zonder geld voor een dessert.

Mensenrechten en rechtvaardigheid

Bij afwegingen in de gezondheidszorg, zoals wie er met voorrang gevaccineerd wordt of de vraag of een vaccin veilig is, gaat het in de eerste plaats om principes, zoals mensenrechten en rechtvaardigheid. Daarom worden eerst de ouderen en meest kwetsbaren en ook de zorgverleners geprikt. Kortom, in vergelijking met economische beslissingen draaien gezondheidszorgbeslissingen vaak niet om maximaal resultaat, maar om rechtvaardigheid. Niet eerst de economisch meest productieven inenten of degenen met de hoogste overlevingskans, maar juist gepensioneerden en mensen met een onderliggende aandoening zoals obesitas. En hoewel ik econoom ben, kan ik me daar goed in vinden.

Toch is een resultaatgerichte redenering ook relevant in deze epidemie. Soms gaan efficiëntie en rechtvaardigheid hand in hand. Dat bleek vorige week toen het Janssen-vaccin niet gebruikt mocht worden in afwachting van een onderzoek naar een zeldzame bijwerking. En dat terwijl kort daarvoor hetzelfde gebeurde met het AstraZeneca-vaccin waarbij een aantal vrouwen onder de zestig jaar een zeldzame bijwerking meldden. Dat kwam neer op 18 sterfgevallen op 25 miljoen vaccinaties in Europa.

Geen efficiënt resultaat

Minister De Jonge koos voor het principe van veiligheid. Janssen ligt stil en AstraZeneca mag alleen aan ouderen gegeven worden. Daarmee vertraagt het vaccinatieproces en dat kost mensenlevens. Dat is dus geen efficiënt resultaat, gegeven dat we vaccins in de koeling hebben liggen. En dat er heel wat mensen zijn die graag geprikt willen worden, ondanks de (zeer kleine) risico’s.

Is stoppen rechtvaardig? Ik heb mijn twijfels. Want tegenover wie is dit besluit van de minister rechtvaardig? Voor die statistisch gezien nog geen tien Nederlanders die zouden kunnen overlijden door vaccinatie met AstraZeneca naast de andere vaccins (Pfizer en Moderna)? Dat is een kortzichtige redenering, want elke week vertraging van het vaccineren betekent minimaal 150 (volgens het RIVM) vermijdbare coronadoden. Dat is geen appels met peren vergelijken, maar gaat in beide gevallen om doden. Het is een heel simpele rekensom, daar hoef je geen econoom voor te zijn: nog geen 10 mogelijke doden totaal tegenover 150 vrijwel zekere doden iedere week.

Doorprikken, graag. Gebruik AstraZeneca en Janssen bij de mensen onder de zestig desnoods voorlopig alleen bij mannen.

Irene van Staveren is hoogleraar ontwikkelingseconomie aan de Erasmus Universiteit. Voor Trouw schrijft ze om de week een column over economie. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden