Column Rob Schouten

Echte vrienden zullen Facebook, Google en ik nooit worden

Telkens als op mijn computer de internetverbinding is verbroken, bijvoorbeeld omdat ik een uurtje in het Vondelpark ben gaan lopen, een expeditie naar de stad heb gemaakt of gewoon omdat ik naar de wijze der mensen naar bed ben gegaan, verschijnt in beeld de volgende mededeling: ‘Het internet is minder leuk zonder u’, gevolgd door tips om de verbinding te herstellen. Zo ook de veilingsite Catawiki, waarop ik weleens een oud boek koop, en die als ik er een paar weken niet naar heb omgekeken begint te piepen ‘We hebben u ­gemist’. En Facebook stuurt mij zo nu en dan een oude foto met het bericht ‘We dachten dat u het leuk zou vinden om deze foto weer te zien’. Leugenaars, denk ik dan, jullie denken en vinden helemaal niks, om dat tegelijk weer in te slikken want om ‘leugenaar’ tegen een robot te zeggen is natuurlijk veel te antropomorf en past precies bij wat zo’n ding zelf ten onrechte wil suggereren, namelijk dat hij met je meeleeft.

Cohort der babyboomers

Ik behoor, als het dan toch over mijn ­generatie moet gaan, onmiskenbaar tot het cohort (zo heet dat) der babyboomers; ik ben zo iemand die ten volle heeft geprofiteerd van de naoorlogse welvaartsgolf maar in wiens ­leven de zegen van het internet pas op middelbare leeftijd is geopenbaard. Opa vertelt: vijfentwintig jaar geleden was ik bij een echte vriend van vlees en bloed op bezoek die als eerste internet had. Nadat hij had ingebeld verscheen een schermpje waarop je een zoekvraag kon typen. Ik typte ‘Zwitserland genealogie’ in en simsalabim, na enige tijd verscheen een pagina waarop te lezen viel hoe ­genealogie in Zwitserland viel te beoefenen en waar je moest wezen voor meer inlichtingen.

Dat moet ik ook hebben, wist ik meteen. Alsof het van mijn beslissing zou afhangen. Niet veel later was internet een vanzelfsprekend ding geworden en begon googelen een werkwoord te worden. Maar een echte vriend, met belangstelling voor mijn wel en wee, is het nog steeds niet en zal het wat mij betreft ook nooit worden.

Verstandshuwelijk

Wij zijn tot elkaar veroordeeld, de robot en ik, ik moet dagelijks zijn algoritmen slikken en kennelijk moet hij van zijn programmeurs doen of hij me volgt, maar meer kan er niet tussen ons zijn. Laten we onze relatie alsjeblieft strikt zakelijk houden. Als wij al samen zijn dan toch in een illusieloos verstandshuwelijk zonder zoete woordjes. Ik weet niet precies waarom het mij zo ergert als Google en Facebook sentimenteel tegen me beginnen te doen en op mijn gemoed proberen te werken. Maar het voelt als een oneerbaar voorstel, een ongewenste intimiteit, een misplaatste poging tot contact.

In Ian McEwans roman ‘Machines zoals ik’ integreert een robot helemaal in het gezin van de hoofdpersonen tot hij in zijn rigiditeit een enorme sociale fout maakt en zijn ‘vrienden’ gaat aangeven bij de politie, waarna de eigenaars hem stukslaan, en terecht. Zover is het bij mij nog niet, maar als Google en Facebook door blijven gaan mij te missen of ongevraagd te verrassen komt het moment daar dat ik ze misschien voor eeuwig de ogen sluit. Dan dooft het licht.

Eerdere columns van Rob Schouten leest u hier

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden