ColumnSylvain Ephimenco

Dramatiseren we de epidemie te zeer? Dat weten we nog niet

Toen de Italiaanse premier Giuseppe Conte het slechte nieuws aan zijn burgers moest vertellen verscheen hij op tv: Italië gaat op slot en is voortaan een ‘beschermde zone’. Zijn zakelijke aankondiging die overigens niet gespeend was van medeleven en hoop, duurde ongeveer zes minuten.

Eergisteren ging de Franse president Emmanuel Macron op zijn beurt aan de slag. De maatregelen die hij aankondigde hadden niet de verstrekkende gevolgen als die uit Italië. Toch duurde zijn ronkende tv-toespraak niet minder dan een halfuur. Een Franse ziekte, zou je bijna kunnen zeggen, waarin het staatshoofd af en toe in een plechtige kletsmajoor weet te veranderen. Uit ­Macrons woordenstroom bleef een dramatische zin hangen: “Frankrijk wordt nu met de ernstigste gezondheidscrisis geconfronteerd die het land sinds een eeuw heeft gekend.” 

Deze laatste gezondheidscrisis waar de Franse president op doelde was de Spaanse griep en vond, om precies te zijn, 102 jaar geleden plaats en was mondiaal. Een verschrikkelijke pandemie die in 1918 begon en in november van dat jaar zijn hoogste punt bereikte. Het feit dat Macron impliciet de link met de Spaanse griep legde, onderstreept zijn neiging om de huidige coronapandemie te dramatiseren.

Neem het me niet kwalijk als ik nu cijfers naast elkaar ga leggen

Vreemd is dit wel, want de Spaanse griep, die overigens niet uit Spanje, maar waarschijnlijk uit China of Amerika kwam, is van een andere orde dan de huidige ziekte: in enkele maanden stierven in Europa rond de 2,5 miljoen mensen. Wetenschappers houden tegenwoordig het waarschijnlijke aantal doden uit 1918 wereldwijd op vijftig miljoen, maar schattingen spreken ook van 20 tot 100 miljoen slachtoffers. Het totale cijfer voor patiënten die toen besmet raakten, wordt op een half miljard (!) geschat. We moeten ons realiseren dat de wereld geen 7,4 miljard mensen telde, zoals nu, maar 1,8 miljard. 

Neem het me niet kwalijk als ik nu cijfers naast elkaar ga leggen. Ik wil hiermee niet beweren dat we met onze strenge maatregelen te hard van stapel lopen: ik ben geen deskundige. Ik wil ook niet het leed bagatelliseren van mensen die nu ziek zijn. Gisteren bereikte Italië een nieuw record met 250 doden op een dag. Maar vragen opwerpen omtrent de intensiteit van deze naast andere griepepidemieën is ­legitiem.

Het huidige coronavirus met zijn 130.000 besmette mensen en 5000 doden wereldwijd valt in het niets bij de miljoenen slachtoffers van de Spaanse griep en zelfs van de Aziatische griep (1957, 2 miljoen doden). Als het klopt dat de epidemie in China nu bijna voorbij is, zal dat land met een bevolking van 1,4 miljard mensen tussen de 3000 en 4000 coronadoden tellen. In 1918, toen in China nog geen half miljard mensen woonden, ging het om 6 miljoen doden.

Nu kun je dit resultaat op het conto schuiven van het extreem strenge Chinese beleid, maar ook dan blijven de verschillen enorm. Of we misschien nu te snel geneigd zijn om deze coronapandemie extreem te dramatiseren, zullen we over enkele maanden pas weten, zei gisteren een medisch specialist op de Franse tv.

Drie keer per week werpt columnist Sylvain Ephimenco zijn blik op de actualiteit. Lees zijn columns hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden