Column

Dominees kunnen ook buiten de kerk best iets bijdragen aan de samenleving

Beeld Trouw

Ik was een halve dag onder predikanten en als ik erbij vertel dat de dagopening begon met een citaat van Nietzsche dan begrijpt u dat dat aangenaam gezelschap was. 

‘Wie van ons zou er nog vrijdenker zijn als er geen kerk was?’, luidde de zin van de filosoof-met-de-hamer; een zegenrijke gedachte in tijden van ongeloof en secularisatie.

De dominees van ‘Op goed gerucht’ waren bij elkaar gekomen om zich te beraden op hun plek binnen en buiten de kerk. En hoewel het Nederlands Dagblad mij onlangs nog kapittelde wegens ‘monotoon gemekker’ over mijn kerkelijke afkomst, kon ik het toch niet laten een anekdote uit mijn vrijgemaakte jeugd op te dienen. Over een dominee die in een preek vertelde hoe hij een bezoek had gebracht aan een gemeentelid in het ziekenhuis en aan haar bed had voorgelezen uit een van de brieven van de apostel Paulus. Direct na die bijbellezing had een andere patiënt uitgeroepen: “Die Paulus, dat vind ik toch zo’n nare man!”

Ik herinner me nog goed dat in de kerk een verslagen stilte was gevolgd op deze woorden. Dat iets dergelijks hardop gezegd kon worden, en dat in de aanwezigheid van een predikant! Het bewees hoe verdorven en onbeschaamd het eraan toeging in de wereld – wij moesten daar zo ver mogelijk weg van blijven en de confrontatie met het heidendom maar liever overlaten aan de dominee, een man met wie sowieso niet viel te spotten; hij verkocht zijn catechesanten zelfs weleens een tik. Dat zag ik de voorgangers van ‘Op goed gerucht’ nog niet zo snel doen, niet alleen omdat lijfstraffen uit de mode zijn geraakt, ook omdat zij theologisch mijlenver verwijderd zijn van de orthodoxie die mij werd opgedrongen. Voor hen is de scheiding tussen kerk en wereld op zijn minst fluïde, voor zover die überhaupt bestaat. Naast Nietzsche kregen we ook Augustinus aangereikt: ‘Hoevelen die binnen de kerk zijn, zijn daar buiten, en hoevelen die er buiten zijn, zijn binnen’.

Daarom verraste het me wel een beetje dat deze montere dominees bij het nadenken over hun rol buiten de kerk leken te worstelen met de betekenis en de grenzen van het ‘ambt’. Alsof het dominee-zijn hen zou beperken bij nuttige activiteiten in wat ik dan toch maar even de ‘wereld’ noem. In een samenleving die in permanente twijfel verkeert over allerlei fundamentele vragen, maar het vocabulaire mist om ze te bespreken, zou de stem van de theologie best iets kunnen bijdragen, naast die van de filosofie, de kunst, de psychologie en wat al niet.

Ik denk dat het helemaal geen gek idee zou zijn als de kerk dominees in staat zou stellen, ook financieel, om kroegen uit te baten, theater te maken, debatten te ontketenen, concerten te organiseren, buurttuinen op te richten, wandeltochten uit te zetten, filmfestivals te bedenken, wijnproeverijen te houden, vluchtelingen welkom te heten, exposities in te richten, groene projecten te verzinnen, boekenclubs te lanceren. Niet om een markt aan te boren, een geestelijk product te verkopen of mensen naar binnen te lokken, maar gewoon omdat het goed en mooi is om te doen.

Stevo Akkerman schrijft drie keer per week een column waarin hij de 'keiharde nuance' en het 'onverbiddelijke enerzijds-anderzijds' preekt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden