opinie

Dividendbelasting: wie heeft dit ingefluisterd?

Actievoerders in de Tweede kamer, tijdens het debat over de afschaffing van de dividendbelasting. Beeld ANP

De besluitvorming over de dividendbelasting wordt de lakmoesproef voor ons democratische stelsel, vindt Bas de Gaay Fortman.

Zal de Eerste Kamer ons behoeden voor de 'waan van de dag', zoiets als internationaal fiscaal klimaat

Na een lange formatie oogde de presentatie van het kabinet-Rutte III als democratie op z'n mooist: nieuwe gezichten met nieuw elan en nieuwe voornemens. Toch werd de vreugde verstoord door twijfels over de wijze waarop tijdens de besloten formatie besluitvorming plaats vindt.

Die twijfels spitsen zich toe op een miniem zinnetje in het regeerakkoord: 'De dividendbelasting wordt afgeschaft'. Prijskaartje: 1,4 miljard euro, voor ons land een kolossaal bedrag. De toelichting dat zo 'het fiscaal vestigingsklimaat wordt verbeterd voor die bedrijven die hier economische activiteiten en banen opleveren', is niet meer dan een stelling. Hier spreken van 'links tegen rechts' en 'oppositie tegen regering', is tè simpel.

Transparantie

De kwestie zelf illustreert immers toenemende twijfel over de kwaliteit van de parlementaire democratie. Om die te beoordelen werd begin dit jaar een Staatscommissie gevraagd te ondezoeken of er veranderingen nodig zijn. Deze commissie -Remkes kwam onlangs met een 'Analytische verkenning' waarin alvast enige problemen werden benoemd. 'De kabinetsformatie is niet transparant' is daar één van. 

Een andere luidt: 'De rolverdeling tussen Tweede en Eerste Kamer is onduidelijk'. Onderzoek van de commissie naar de besluitvorming over de dividendbelasting kan behulpzaam zijn bij het opstellen van haar aanbevelingen. Want hoe verhoudt die zich tot de vereisten van politieke democratie?

In de aan Abraham Lincoln ontleende definitie van democratie - 'een regering van, door en voor het volk' - slaat het eerste vereiste op politieke machtsvorming. Door middel van vrije en eerlijke verkiezingen moeten de burgers daarop invloed hebben. Hier doet zich intussen het probleem voor dat juist via sociale media en buitenlandse interventie op internet er sprake is van ondoorzichtige processen van beïnvloeding.

Vóór het volk

Het tweede vereiste betreft de betrokkenheid van de bevolking bij het eigenlijke regeren. Dat dit meer vraagt dan alleen het kiezen van volksvertegenwoordigers wordt erkend. Op gemeenteraadsniveau verscheen hierover onlangs een rapport 'Maatwerkdemocratie' van een onafhankelijke 'Denktank' onder voorzitterschap van Kajsa Ollongren, inmiddels minister van binnenlandse zaken. Het richt zich op de betrokkenheid van de burger bij voorbereiding van beleid en democratisch debat, en korte lijnen tussen bestuur en burger. Op nationaal niveau is echter door ongelukkige wetgeving het referendum als instrument voor burgerparticipatie in opspraak gekomen.

Het voornemen van het kabinet om de referendumwet in te trekken maakt de parlementaire besluitvorming over het voorstel tot afschaffing van de dividendbelasting nog gevoeliger. Daarbij speelt het derde vereiste voor democratie een hoofdrol: regeren vóór het volk. Wat zijn daartoe de garanties?

Invloed van de bevolking op politieke machtsuitoefening en besluitvorming vereist allereerst een transparant samenspel tussen regering en parlement. Cruciaal is het grondwetsartikel 67(3): 'De leden stemmen zonder last'. Dit slaat op vrij beslissen zonder dwingende opdrachten, van binnen het parlement maar ook van buiten.

Bij het voornemen de dividendbelasting af te schaffen is een zeer bezwarende omstandigheid dat dit bij de verkiezingen door geen der partijen in het partijprogram aan de bevolking is voorgelegd. Wie heeft dit dan ingefluisterd en aan wie is deze 'suggestie' gedaan? Was dat een dwingende suggestie en valt die derhalve op te vatten als last?

Bewakers bewaken

Vanzelfsprekend geldt het verbod op stemmen onder last niet alleen voor de Tweede maar ook voor de Eerste Kamer. Voor beide klemt de vraag of een in klein en besloten gezelschap met invloed van buiten tot stand gekomen regeerakkoord nog in overeenstemming is met letter en geest van de grondwet.

In ons staatsbestel zijn het regering en Staten-Generaal zelf die moeten toezien op handhaving van de grondwet. 'De bewakers bewaken zichzelf' heet dat. Andere landen kennen meestal nog een Grondwet-hof. Nederland heeft dat niet en evenmin kennen wij een reële mogelijkheid tot toetsing door middel van een referendum.

Toch verklaarde nog maar ruim een jaar geleden de koning in de Troonrede dat 'aan grondwettelijk vastgelegde normen niet kan worden getornd'. Het werd verklaard namens de regering en bleef onweersproken in de Staten-Generaal.

Welnu, dan zal toch tenminste het Tweekamerstelsel voor een extra toets moeten zorgen. In dit land is de Eerste Kamer in feite de enige externe instantie die toetst op de grondwettigheid van besluitvorming. Voorzitter Ankie Broekers-Knol hamert al jaren op het staatsrechtelijk belang van een onafhankelijke Eerste Kamer. Dat principiële standpunt is gegrond op een grondwettelijk vereiste: 'Niemand kan lid van beide Kamers zijn' [artikel 57 (1)].

Daarvan blijken met name bewindslieden en voormannen in de Tweede Kamer zich niets aan te trekken. Zo wordt tijdens een formatie ook een coalitiemeerderheid in de Eerste Kamer cruciaal geacht. Erger is de onder het vorige kabinet gegroeide praktijk om via onderhandelingen tussen de regering en fractievoorzitters in de Tweede Kamer meerderheden in de senaat bij voorbaat vast te legen. Wat stelt ons Tweekamerstelsel dan nog voor?

Armetierig

Onze grondwet leidt een armetierig bestaan, stelde eens het Tweede Kamerlid Segers. Illustratief is dat bij het kabinetsvoornemen de dividendbelasting af te schaffen er klakkeloos vanuit wordt gegaan dat, gezien de coalitiemeerderheid in de Eerste Kamer, deze vanzelf akkoord gaat. Zal die dan, om maar iets te noemen, bij de bespreking van zo'n wetsontwerp ook het verbod op last en het grondwettelijk vereiste van overheidszorg voor spreiding van welvaart onbesproken laten? Om maar te zwijgen van haar speciale taak onze wetgeving te behoeden voor 'de waan van de dag'. Valt zoiets als 'het internationale fiscale vestigingsklimaat' niet precies daaronder?

Conclusie: de discussie en besluitvorming in de Eerste Kamer over het niet aan de kiezers voorgelegde plan tot afschaffing van de dividendbelasting zal voor het bestaansrecht van een tweekamerstelsel de lakmoesproef zijn.

Lees ook: Coalitie zet plan dividendbelasting door

Lees ook: Het afschaffen van de dividendbelasting scheelt een hoop administratieve rompslomp 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden