null Beeld

ColumnHans Goslinga

Directe verkiezing van de burgemeester zou de lokale democratie een stroomstoot kunnen geven

Hans Goslinga

Na een rondreis door de jonge Amerikaanse republiek schreef de Franse denker Tocqueville dat de kracht van vrije volken in de gemeenten ligt. ‘Daar wordt, dicht bij huis, het bestuur verbonden met de geest van vrijheid die essentieel is voor een democratisch staatsbestel’.

Deze geest heerst zeker niet in onze steden en dorpen aan de vooravond van de gemeenteraadsverkiezingen. Het was ook wel een erg rooskleurige waarneming van de Fransman, die overigens kritisch naar het democratische experiment in Amerika keek. In zijn dagen werd zijn kijk al betwist. Een van de stichters van de republiek waarschuwde zelfs dat in kleine gemeenschappen de meerderheidswil voor individuele burgers of minderheden verstikkend kon zijn. De vrijheid was juist gebaat bij grotere gemeenschappen met een verscheidenheid aan opvattingen en belangen.

De nogal bittere ironie is dat in onze dagen de lokale democratie net zo’n kwijnend bestaan leidt als de Europese. De opkomst bij verkiezingen voor gemeenteraden komt, gemiddeld, net boven de vijftig procent uit. Bij de verkiezingen voor het Europees parlement ligt dat percentage nog lager. Het stadhuis of gemeentehuis om de hoek is voor de burgers kennelijk net zo ver weg als de vergaderpaleizen in Brussel en Straatsburg.

De grondlegger van ons staatsbestel, de liberaal Thorbecke, veronderstelde dat de gemeentepolitiek ‘een oefentuin voor staatsburgerschap’ zou worden. Zijn tijdgenoot Tocqueville had een voorspellender blik. Hij schreef dat de vrijheid van gemeenten kwetsbaar was, omdat zij ‘het meeste blootstaan aan machtsinvasies’. Dat is precies wat zich in ons bestel heeft voltrokken. Het rijk heeft de gemeenten steeds strakker aangelijnd, hun beleidsvrijheid is marginaal.

Omhoog kijken in plaats van omlaag

Tegelijk degraderen nationale politici de raadsverkiezingen schaamteloos tot een graadmeter van hun eigen populariteit. Voor zover het lokale bestuur een oefentuin is, was en is het er een voor raadsleden, wethouders en jonge politieke partijen. De socialisten die aan het begin van de vorige eeuw werden gewantrouwd vanwege hun revolutionaire aandriften, kregen via de gemeenten voet aan de grond. Met de plaatselijke belastinginkomsten, die toen nog fors waren, konden zij een sociale politiek voeren en vertrouwen wekken als bestuurders.

De beperking van het gemeentelijke belastinggebied en daarmee de autonomie heeft tot gevolg gehad dat lokale ambtenaren en politici omhoog zijn gaan kijken in plaats van naar hun democratische opdrachtgevers, de burgers. Die houding is in het DNA van ons bestel gekropen. Nederland is in wezen nog altijd een regentenland, in de zin dat het belang van het bestuur vooropstaat. Niet voor niets tikt de Raad van Europa, de organisatie die waakt over de burgerlijke en politieke vrijheden in de 47 aangesloten landen, ons vanwege het democratisch tekort keer op keer op de vingers.

Voor het laatst gebeurde dat eind vorig jaar, toen de Raad de discrepantie hekelde tussen de voorname rol van de burgemeesters in het coronabeleid en het gebrek aan democratische legitimatie. Er zitten nogal wat haken en ogen aan een rechtstreekse verkiezing van de burgemeester, maar daar raakt de Raad van Europa aan een punt dat zelfs nog wat breder is. Op nationaal niveau zie je de premier steeds verder uit het Torentje groeien, terwijl zijn afgeleide democratische legitimatie steeds dunner wordt, gebaseerd op het leiderschap van de grootste, in werkelijkheid de minst kleine partij.

Verkiezing van de burgemeester

De lage opkomst bij lokale, provinciale en Europese verkiezingen betekent niet dat er iets mankeert aan de democratische geest van de Nederlanders. Het zegt op zich al iets over de regentenblik dat in die gevallen altijd naar de burgers wordt gekeken in plaats van naar het politiek-bestuurlijke bestel. De gezapigheid moet toch eerder daar worden gezocht, als je ziet hoe laks regering en parlement zijn met het doorvoeren van zelfs maar de kleinste hervormingen die het stemmen aantrekkelijker maken, zoals het toekennen van meer gewicht aan voorkeurstemmen.

Ook in de traditie van de trekschuit: in 2018 maakte het parlement na een halve eeuw discussie grondwettelijk de weg vrij voor verkiezing van de burgemeester. Een succes voor D66, maar sindsdien is er van geen enkele zijde een poging ondernomen een concreet voorstel te doen. Eenmaal aan de macht, verdedigen partijen de status quo.

Directe verkiezing van de burgemeester zou de lokale democratie een stroomstoot kunnen geven en de versnippering die nu het krachtenveld uiteenslaat, kunnen tegengaan. Ik beweer niet dat die stap het ei van Columbus is. De inrichting van het staatsbestel is geen geloofskwestie, maar begint bij de vraag wat het beste bij een samenleving past. Een vraag om op weg naar de stembus op te kauwen.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden