Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Dink diende de humaniteit en openheid die Denk zo mist

Opinie

Stevo Akkerman

Stevo Akkerman © Trouw
column

Deze column gaat over Denk, maar ik geloof dat ik het verste kom door te beginnen over Dink. 

Dat lijkt een flauwe woordspeling, maar toch: als het gaat om de genocide op de Armeniërs zou ik onze vrienden van Denk graag de humaniteit voorhouden van Hrant Dink, de Turks-Armeense journalist die in 2007 in Istanbul werd vermoord.

Lees verder na de advertentie

Dink was hoofdredacteur van het tweetalige weekblad Agos. Een milde en joviale man, die recht wilde doen aan de waarheid over het lot van zijn volk. Hij koos zijn woorden zorgvuldig en beschreef de gebeurtenissen uit 1915 (waarbij honderdduizenden Armeniërs werden vermoord) als volgt: ‘Het moet worden gezien, zelfs als ik het woord genocide niet zou kunnen gebruiken, als het vernielen van de wortels van dit volk’. 

Hoe meer sommige mensen zich inzetten voor openheid en verlichting, des te meer anderen hun best doen de samenleving gesloten te houden.

Hrant Dink in 2005

Tegelijkertijd zocht hij naar wegen om de Turken en de Armeniërs tot elkaar te brengen, een balanceeract die niet opgewassen was tegen het harde Turkse nationalisme. Een 17-jarige jongen schoot Dink dood omdat hij gezegd zou hebben dat Turks bloed ‘vies’ was. Dat was niet zo, maar in het oververhitte Turkse klimaat – dat er sindsdien niet gematigder op is geworden – is een misverstand snel geboren.

Lynchen

Dink had zich gekeerd tegen de ­Armeense diaspora en gezegd dat vijandigheid jegens Turkije het bloed van de Armeniërs zou vergiftigen, maar die metafoor werd niet door iedereen begrepen. Een rechtbank veroordeelde hem tot zes maanden voorwaardelijk wegens het beledigen van de Turkse identiteit, in de veronderstelling dat hij het Turkse bloed giftig had genoemd. De toenmalige hoofdredacteur van de krant Sabah zag het verband meteen: “De rechters hebben geprobeerd hem in de rechtbank te lynchen. De ­tolerante houding tegen deze lynchcultuur is de ­reden dat Dink nu dood is.”

Dat was januari 2007, vlak voordat Sabah door de autoriteiten werd onteigend en omgeturnd in een pro-Erdogan krant. En deze week zagen we waar dat toe heeft geleid. ‘Verraders van het moederland’ schreef de krant bij de namen en foto’s van vijf Nederlandse Tweede Kamerleden met Turkse wortels. Zij stemden vóór de erkenning van ‘de Armeense kwestie’ als genocide. Hun collega Tunahan Kuzu, fractieleider van Denk, had op de Turkse televisie het nodige voorwerk verricht. Hij noemde erkenning ‘onacceptabel’, sprak van ‘een stunt om zieltjes te winnen voor de gemeenteraadsverkiezingen’ en probeerde alle Turks-Nederlandse raadskandidaten voor het blok te zetten: zij kunnen zich ‘niet langer verstoppen’ en moeten ‘laten zien aan wiens kant ze staan’. Intimidatie, zou ik zeggen.

Over de historische en juridische definitie van genocide valt misschien te twisten, maar wie dat doet door anderen zwart te maken via het nationalistische en autocratische Turkije, laat zien dat het hem om van alles gaat, behalve om een open gesprek over de last van het verleden. Of zoals Dink schreef in 2005: ‘Hoe meer sommige mensen zich inzetten voor openheid en verlichting, des te meer anderen hun best doen de samenleving gesloten te houden.’

Lees ook:

Sinds een Turkse krant vijf Nederlandse Kamerleden uitmaakte voor ‘landverraders’ stroomt hun mailbox vol met bedreigingen en verwensingen.

Deel dit artikel

Hoe meer sommige mensen zich inzetten voor openheid en verlichting, des te meer anderen hun best doen de samenleving gesloten te houden.

Hrant Dink in 2005