Beeld Trouw

Column Hans Goslinga

Diep van binnen is de Nederlander liberaal

De historicus Jan Romein waagde het in november 1940 in een rede aan de Universiteit van Amsterdam de twee belangrijkste kenmerken van de Nederlandse geest te benoemen: vrijheidszin en verdraagzaamheid. Dat was politiek gedurfd in die dagen, een half jaar na de Duitse inval, maar ook wetenschappelijk nogal een waagstuk. Bestaat er zoiets als de Nederlandse geest?

De reden de gedachten van Romein op te roepen is dat zij een verrassend licht werpen op de nationale twisten over de uitingsvrijheid. In deze dagen zijn het boerkaverbod en kwesties rondom de onderwijsvrijheid de twistappel. Maar net als eerder in de geschiedenis gaat het in essentie om de ruimte voor bevolkingsgroepen hun godsdienst of levensovertuiging te praktiseren.

Achteraf bezien is het verbazingwekkend dat de rede van Romein in 1941 nog een herdruk beleefde. Hoewel hij zich ervan bewust was ‘dat heden het woord niet vrij is, maar gebonden’, sprak hij vrijmoedig over de emancipatie van de Joden en preludeerde hij op het einde van de oorlog.

Viel de bezetter toen nog mee? Nee, nog in dezelfde maand werd de Leidse hoogleraar Cleveringa opgepakt wegens zijn openlijke protest tegen de verwijdering van de Joodse hoogleraren van de universiteit.

Niets te maken met lijdzaamheid

Als historicus liet Romein overtuigend zien hoe in de loop der eeuwen het klimaat, de fysieke (waterrijke) omstandigheden, de vroege opkomst van de steden en de bedrijvigheid van de Nederlanders (visserij en handel) een geest van individuele vrijheidszin en verdraagzaamheid hebben voortgebracht. Hij achtte die twee trekken onlosmakelijk met elkaar verbonden: wie de behoefte heeft aan uitingsvrijheid, zal die behoefte ook sneller bij een ander erkennen.

Romein toonde aan dat de verdraagzaamheid hier niets met lijdzaamheid of een stoïcijnse houding had te maken, maar gaandeweg een actieve, politieke betekenis kreeg. Hij herinnerde eraan hoe Willem van Oranje zich al in 1564 keerde tegen de Spaanse jacht op ketters: ‘Hoezeer ik aan het katholieke geloof gehecht ben, ik kan niet goedkeuren dat vorsten over het geweten van hun onderdanen willen heersen en hun de vrijheid van geloof ontnemen.’

De religievrede die Oranje (ook om strategische reden in zijn strijd tegen Spanje) voorstond, is als uitdrukking van vrijheidszin en verdraagzaamheid constitutioneel verankerd, in 1795, 1848 en 1917, maar nooit een rustig bezit geweest. In het midden van de 19de eeuw trok een protestantse furie over het land na het herstel van de rooms-katholieke kerkprovincie. Later trokken protestanten en katholieken samen op in hun strijd tegen de pogingen van liberalen het bijzonder onderwijs de nek om te draaien.

Handvatten voor onze tijd

Hoe viel dit vertoon van onverdraagzaamheid te rijmen met de Nederlandse geest van vrijheid en tolerantie? Op dit punt wordt de rede van Romein interessant, omdat zijn visie handvatten geeft voor de beoordeling van de conflicten in deze tijd.

In de eerste plaats haalt hij instemmend Montesquieu aan, de vader van de moderne democratie, die zei: ‘Als er in een staat geen enkel geluid van conflict is te horen, kunnen we er zeker van zijn dat er geen vrijheid heerst’. In de tweede plaats meent hij dat het in onze geschiedenis ‘scheldwoorden mag hebben geregend’, maar het was toch alles ‘slechts papier en lawaai: los kruit om zo te zeggen, kwaad bedoeld zonder twijfel, maar in de grond toch zachtaardig’. Hij erkende dat er soms sprake was van vervolging en geweld, zoals in het verzet tegen de emancipatie van de arbeiders, maar ook daar heeft ‘de stem der gematigdheid nooit helemaal gezwegen.

Zijn klap op de vuurpijl is de paradox dat de uitingen van onverdraagzaamheid zijn terug te voeren op de vrees dat de verdraagzaamheid eraan gaat. Daar kun je even op kauwen, want het zou betekenen dat in het gekrakeel over het boerkaverbod en de islamitische scholen de voor- en tegenstanders uit een en dezelfde Nederlandse geest handelen. Die schijnbare tegenstrijdigheid is niet zo vreemd: je kunt de pest hebben aan de boerka, maar tegen een verbod zijn.

‘Zonder het te weten’ liberaal

Romein voerde zijn paradox door in de intrigerende waarneming dat de grote leiders van de emancipatiebewegingen (de protestanten Groen van Prinsterer en Kuyper, de katholieken Schaepman en Nolens en de socialisten Domela Nieuwenhuis en Troelstra) ‘zonder het te weten’ liberaal waren. Dit liberalisme was niet louter politiek, maar nationaal, niet wortelend in de denkbeelden van de Franse Revolutie, maar in de eigen geschiedenis, die al in de 16de eeuw begon met de vrijheidsoorlog tegen Spanje.

De verdraagzaamheid is volgens Romein in laatste aanleg niets anders dan de erkenning van de verscheidenheid. Hij eindigde zijn rede met de oproep de Nederlandse geest trouw te blijven en er niet vanaf te wijken.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden