OpinieCoronasteun

Dictaat van Knops laat de Antillen verbitterd achter

De eisen die Nederland heeft gesteld voor steun aan Aruba, Curaçao en Sint-Maarten werken averechts, aldus John Leerdam, oud-Kamerlid en oud-vicevoorzitter van de Vaste Kamercommissie Koninkrijksrelaties.

Staatssecretaris Raymond Knops heeft de buit binnen. Hij kan tevreden zijn. Alle drie de regeringen van de overzeese Koninkrijksdelen, Aruba, Sint-Maarten en Curaçao, zijn akkoord gegaan met zijn voorstellen voor hulp in de coronacrisis.

Maar het ging er ruw aan toe. Beschaafde bestuurlijke omgangsvormen werden door de staatssecretaris bij het grofvuil gezet. Aruba was eerder akkoord gegaan, maar de regeringen van Sint-Maarten en Curaçao hadden tot woensdag 20 mei 17.00 uur (Nederlandse tijd) om het voorstel dat op tafel lag schriftelijk alsnog te aanvaarden. “Voor ieder land dat het voorstel niet tijdig heeft aanvaard, zal het voorstel komen te vervallen.” Het mes op de keel dus van deze twee Koninkrijkspartners die dringend verlegen zaten om liquiditeitssteun.

Want door de lockdown als gevolg van de Covid-19-pandemie was van de ene dag op de andere de belangrijkste inkomstenbron, toerisme, drooggevallen. De werkloosheid explodeerde naar 60 procent, dus ook de uitkeringen. De uitgaven van de overheid stegen pijlsnel, terwijl de inkomsten uit belastingen dramatisch terugvielen. Acuut waren er financiële problemen, vandaar de vraag om bijstand van Nederland.

Uiteraard gingen de regeringen van Sint-Maarten en Curaçao, met hun rug tegen de muur, op 20 mei 2020 schoorvoetend akkoord met het Nederlands voorstel, maar deze brute omgang zullen ze niet snel vergeten. Niet voor niets zei de Curaçaose minister-president Eugene Rhuggenaath dat hij zich door de gedetailleerde voorwaarden van deze lening behandeld voelde als een loopjongen.

Nederland dicteerde onder meer als voorwaarde ‘een verlaging van 25 procent op het totale arbeidsvoorwaardenpakket van Statenleden en ministers, en een verlaging van 12,5 procent op het totale arbeidsvoorwaardenpakket van alle medewerkers in de (semi)publieke sector’.

Vergeten

Over de eerste voorwaarde kon snel overeenstemming bereikt worden. Over de tweede voorwaarde uiteraard niet. De Nederlandse regering was kennelijk de maatschappelijke ontwrichting (huisvuil werd niet opgehaald, post niet meer bezorgd) in november 1983 vergeten, toen het kabinet-Lubbers voorstelde om 3,5 procent te korten op de ambtenarensalarissen.

De spanningen die binnenkort op Aruba, Curaçao en Sint-Maarten ontstaan met een korting van 12,5 procent (ruim drie keer zoveel als de 3,5 procent van Lubbers) laten zich raden. Kennelijk is dit kabinet ook vergeten dat op 30 mei 1969 na een arbeidsconflict bij Shell, militairen vanuit Nederland naar Curaçao moesten komen om de orde te handhaven. Mijn film ‘Gritu di un pueblo’ (De schreeuw van een volk) gaat erover.

Daarnaast dicteerde Nederland dat de inkomens van topfunctionarissen binnen de (semi)publieke sector dienen te worden verlaagd tot maximaal 130 procent van het nieuwe genormeerde salaris van de minister-president van het betreffende land. En dat deze maatregel in beginsel ook geldt voor bestaande arbeidscontracten en een gelijke doorwerking heeft naar de tarieven voor consultants. Dit naar analogie van de Balkenendenorm waardoor bestuurders in de semipublieke sector (woningbouw, onderwijs, zorg, cultuur en media) niet méér mogen verdienen dan 130 procent van een ministerssalaris.

Dat de directeuren van de overheidsbedrijven op Curaçao schaamteloze salarissen verdienen en dat daar iets aan gedaan moet worden, is duidelijk. Maar ‘Tussen droom en daad staan wetten in de weg’ schreef Willem Elsschot in zijn gedicht ‘Het Huwelijk’. Bestaande arbeidscontracten openbreken, dat gaat niet zomaar in een rechtsstaat.

Stokpaardjes

De gestelde voorwaarden dragen geen sikkepit bij aan een verbetering van de door orkaan Covid-19 verwoeste economieën. Integendeel. Bezuinigen op ambtenarensalarissen maakt de economische recessie alleen maar dieper. Bezuinigen ten tijde van recessies is een no-go zoals de bekende econoom John Keynes betoogt in zijn magnum opus ‘The General Theory of Employment, Interest and Money’ (1936).

Mijn conclusie is dat de Nederlandse ­eisen totaal geen bijdrage leveren aan de verbetering van de economieën van deze drie eilanden, integendeel, maar alles te maken hebben met stokpaardjes die nu door Nederland zijn doorgedrukt. Terecht stelt Trouw in haar redactioneel commentaar (Opinie, 20 mei): “De actie van Knops heeft erg veel weg van misbruik maken van de gelegenheid; nu de drie landen geen kant meer op kunnen, worden door ­Nederland al langer gekoesterde wensen in eisen omgezet”.

De vernedering van 20 mei legt een zware hypotheek op de Koninkrijksrelaties. Ook zonder 20 mei 2020 zijn die relaties historisch beladen. Er is de zware schaduw van het slavernijverleden waarvoor de Nederlandse regering nooit excuses heeft aangeboden. En natuurlijk is niet vergeten dat staatssecretaris Gijs de Vries indertijd zijn belofte aan de Antilliaanse minister-president Miguel Pourier niet is nagekomen voor financiële steun ten tijde van de zware IMF-bezuinigingen eind jaren negentig.

Als Koninkrijksburger ben ik altijd voorstander geweest van harmonieuze Koninkrijksrelaties. Als uitvloeisel van de motie die ik als Kamerlid heb ingediend vonden er Koninkrijksspelen plaats met uitwisseling op het terrein van sport en cultuur, zodat ook op grass roots level het Koninkrijk gaat leven.

Gouden kans gemist

Door de lockdown, nodig om de gevolgen van de pandemie te beteugelen, zijn de economieën van Curaçao en Sint-Maarten geruïneerd. Hier lag naar mijn mening een gouden kans om de Koninkrijksrelaties een nieuw élan te geven. Een nieuw élan zoals voorgesteld in de recente publicatie Verdeeld Koninkrijk van Paul Comenencia, lid van de Raad van State voor Curaçao.

Helaas heeft 20 mei 2020 bij Curaçao, Sint-Maarten en Aruba slechts geleid tot verbittering. Verbittering zo breed en diep als een oceaan van zout.

Lees ook: 

Knops gaat wel erg ver met zijn eisen aan de Antillen

Wat Nederland in Europees verband op stormen van kritiek kwam te staan, probeert staatssecretaris Raymond Knops er nu wel door te drukken op Aruba, Curaçao en Sint-Maarten. Knops stelt harde voorwaarden aan mogelijke steun aan de drie eilanden, die disproportioneel zwaar getroffen zijn door de coronapandemie.

Waar het geld van Jandino’s actie voor de Antillen naartoe gaat

Met de actie ‘Samen één Koninkrijk’ zamelde cabaretier Jandino Asporaat meer dan een miljoen in voor Curaçao, Aruba en Sint Maarten. Waar gaat dat geld naartoe?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden