column

Deze zin van Emily Dickinson zou ook zomaar de leus van klimaatapocalyptici kunnen zijn

Rob Schouten Beeld Maartje Geels

Taal is uiterst verdraagzaam. Je kunt er als rechtzinnig lezer en schrijver die alles letterlijk neemt terecht, maar ook als rekkelijke die er doorheen wenst te kijken en overal nieuwe betekenissen en strekkingen ontwaart. 

Ik bleef afgelopen week maar rondlopen met de zin ‘De zon was mij niet opgevallen, als hij niet telkens onderging’, waar ik vorige week al over schreef. Het citaat dat Thierry Baudet in zijn overwinningsspeech van dichter Menno Wigman had geleend; ontvreemd en misbruikt zeggen sommigen. Lezeres Arnoldien van Berge attendeerde mij erop dat die zin grote verwantschap vertoonde met deze van de dichteres Emily Dickinson: ‘We wouldn't mind the sun, dear, if it didn't set’, door Louise van Santen vertaald als ‘De zon zou mij niet kunnen schelen, lief, als zij niet onderging’. 

Liefdespijn

Ook anderen hebben die ontlening inmiddels opgemerkt. Ze komt uit een brief van Emily aan haar vermoedelijke geliefde Susan Gilbert, en die zin staat, in het Engels en het Nederlands, ook nog eens op een vuurtorentje in de buurt van Oosterleek aan het Markermeer, vier toepassingen dus. 

Emily Dickinson, schrijfster van prachtig geconcentreerde, compacte gedichten, was in haar brieven juist enorm springerig. Tussen allerlei schots en scheve opmerkingen over haar tuin en haar hond, schrijft ze opeens hoezeer ze merkt dat ze Susan, net vertrokken voor een familiebezoek ver weg, mist: ‘We wouldn't mind the sun, dear, if it didn’t set’. Liefdespijn dus. 

Menno Wigman paste in zijn gedicht dezelfde gedachte anders toe. Die zag zijn lichaam aftakelen en realiseerde zich ineens dat hij al die tijd veel te veel in zijn hoofd had geleefd: pas als iets je in de steek laat, merk je het op. En Baudet ziet er weer iets anders bij: ‘De schoonheid van Nederland was mij niet zo duidelijk op het netvlies gekomen, als ons mooie land niet zo was verkwanseld door de bestuurders van het kartel’. 

Onzekerheid

Op zoveel en ongetwijfeld nog veel meer gedachten kun je een regel over de ondergaande zon dus toepassen: je vertrekkende geliefde, je lichaam dat aftakelt, je vaderland dat zogenaamd ten ondergaat. O ja, en dan de tekst op die vuurtoren die weer iets anders lijkt te willen uitdrukken, immers het licht van een vuurtoren valt je op omdat het aan en uit lijkt te gaan, net als de zon. Wat je noemt: poly-interpretabiliteit. 

En ten slotte ikzelf nog, die onlangs met mijn geliefde aan het strand van IJmuiden de zon bloedrood in de zee zag zinken. Gewoon letterlijk. De wetenschapsfilosoof Karl Popper schreef dat we de zon wel ochtend aan ochtend zien opkomen, maar dat dat niet garandeert dat hij zulks morgen weer doet. Misschien is het wel die fundamentele onzekerheid die we heel diep weggestopt voelen als we de zon zien ondergaan, of het nu om liefde, lichaam, land, licht of letterlijk de zon zelf gaat: komt alles wel terug? 

Ik ben trouwens, met alle klimaatzorgen om ons heen, helemaal niet zo zeker meer van die eeuwige zonsop- en ondergangen van vroeger. Emily’s zin zou ook zomaar de leus van klimaatapocalyptici kunnen zijn.

Eerdere columns van Rob Schouten leest u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden