null Beeld

ColumnSylvain Ephimenco

Deze ongewenste val van het kabinet geurt naar calculerende partijpolitiek

Vrijdag viel het kabinet. Dit gebeurde omwille van de toeslagenaffaire die zeven jaar geleden begon. Tussen 8 en 11 januari, dus vóórdat geënquêteerden door het opstappen van PvdA-leider Asscher konden worden beïnvloed, legde onderzoeksbureau I&O Research de vraag voor aan Nederlanders of de regering wegens de toeslagenaffaire moest opstappen. Zelden heeft een onderzoeksvraag zoveel eensgezindheid blootgelegd: slechts 8 procent vindt dat opstappen gerechtvaardigd is. Dat wil zeggen minder dan één op de tien Nederlanders.

Dit onderzoek is veelvuldig geciteerd en met verbijstering door de pers ontvangen. Waarschijnlijk omdat kranten quasi-unaniem om het opstappen van Rutte III vroegen en dus niet gelijk opgaan met de overweldigende meerderheid van de bevolking.

Volstrekt onacceptabel

Waarom wensten Nederlanders dat ministers hun werk liever zouden voortzetten? Je zou cynisch kunnen stellen dat de toeslagenaffaire, hoe schandelijk en wreed ook voor de 26.000 gedupeerden, de rest van de Nederlanders niet treft.

Aannemelijker is dat burgers het volstrekt onacceptabel vinden dat een regering valt terwijl het land en de rest van de wereld midden in een dodelijke pandemie zitten. I&O illustreerde zijn peiling met de opmerking van een van de geënquêteerden: ‘Aftreden is mogelijk nuttig maar niet in een coronacrisis’.

Burgers zijn onzeker, bang of gedeprimeerd door het gevaar en de drastische beperkingen die ze moeten ondergaan. Er zijn al bijna 13.000 coronadoden gevallen, honderdduizenden kunnen niet werken of zien hun inkomen slinken en de toekomst blijft ongewis. Mensen hebben behoefte aan een sterke leiding die hen beschermt en de juiste beslissingen neemt. Vrijdag zei premier Rutte dat hij er ‘vertrouwen in had’ dat een demissionair kabinet de coronacrisis aankon, maar dat hij ‘dit niet kon garanderen’.

Wat is de zeggingskracht van deze demissionaire ploeg?

Laat ik een extreme hypothese formuleren. De verschillende mutaties van het virus leiden tot enorm veel slachtoffers en het gevallen kabinet wil nieuwe, drastische maatregelen treffen die het leven van burgers grondig verpest. Wat is dan de zeggingskracht van een demissionaire ploeg die met de opstandigheid van een deel van het volk wordt geconfronteerd? De kracht van aangeschoten wild?

Maar goed, het kabinet koos ervoor om op te stappen. Alle vier calculerende partijen die de coalitie vormen zijn heus niet van plan om in de oppositie te belanden om daar voor hun ‘zonden’ te boeten. Het liefst stappen ze opnieuw in de regeringsbanken en wordt Mark Rutte weer premier.

Deze beslissing lijkt op morele en staatsrechtelijke gronden te zijn genomen, maar is ook strategisch: de oppositie kan geen motie van wantrouwen indienen en de woede van (nog steeds niet gecompenseerde) gedupeerden wordt ietwat getemperd. De coalitie, al dan niet aangevuld, kan na 17 maart, witgewassen door de val, opnieuw beginnen. Als deze razende pandemie het toelaat, natuurlijk.

Cynisch? Misschien, maar dit krijg je met een val die de bevolking niet wenste en naar calculerende partijpolitiek geurt.

Drie keer per week werpt columnist Sylvain Ephimenco zijn blik op de actualiteit. Lees zijn columns hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden