Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Deze formatie bewijst nog niet dat koningin overbodig is

Opinie

Peter Bootsma en werkt bij het Montesquieu-instituut aan proefschrift over coalitievorming

In 2012 werd de 'verkenner' uitgevonden, dat was Henk Kamp (rechts). © ANP
Opinie

"Dit onderwerp is een evergreen", meldde Kamervoorzitter Verbeet op 7 maart 2012, toen de Tweede Kamer zich boog over een verandering van het formatieproces. Het lijkt er inderdaad op dat de weg die wij afleggen van verkiezingsuitslag naar een nieuw kabinet maar geen rustig bezit wil worden. Anders dan bijvoorbeeld in Duitsland, waar een samenstel van regels in de Grondwet al sinds 1949 duidelijk maakt dat er binnen een maand een nieuw kabinet moet zijn, en waar de partijleiders dat gewoon zelf doen, hebben wij er hier in Nederland nooit iets over willen vastleggen in de Grondwet. Dan kan het dus alle kanten op gaan, zoals in 2010 bleek met de gedoogconstructie.

De Tweede Kamer kan echter al sinds 1994 de behoefte maar niet onderdrukken om de kabinetsformatie aan regels te binden. Op zichzelf niet onlogisch: Drees sprak al in 1956 van 'een zwakke stee in ons staatsbestel'. Helderheid bracht die bemoeienis tot nu toe niet. Zo dateert het eerste debat met informateurs uit 1994, maar had de Kamer dat in haar reglement van orde toen nog helemaal niet mogelijk gemaakt.

Afronding
In 1998 handelde de Kamer opnieuw tegen haar eigen reglement: daarin was inmiddels vastgelegd dat zo'n debat na afloop van een informatieronde kon, maar de informateurs stonden al daarvóór in de Kamer. Het vervangen van de term 'afloop' door 'afronding' kon niet voorkomen dat ook in 2002, 2003 en 2007 informateurs voortijdig in de Kamer verschenen.

Ten tijde van de formatie van 2010 had de Kamer een nieuwe poging gedaan, door in een artikel toe te voegen dat de nieuwe Kamer in haar eerste vergadering een debat kan voeren om richting te geven aan de kabinetsformatie. De Kamer liet die mogelijkheid toen echter voorbijgaan.

Automatisme
Dit voorjaar werd het reglement dus opnieuw gewijzigd: de kan-bepaling was omgezet in een automatisme, zodat de koningin geen rol meer zou hebben in het formatieproces (afgezien van de benoeming van de bewindslieden, want dat is nu net het enige dat wél in de Grondwet staat).

Het reglement voorziet er nu echter juist weer niet in wat er moet gebeuren in de acht dagen tussen verkiezingen en Kamerdebat. Om het in het debat ergens over te kunnen hebben, konden er al gesprekken gevoerd worden met de fractievoorzitters. Henk Kamp, die dat deed, mocht nog geen informateur heten (die wordt immers door de Kamer benoemd) en werd dus 'verkenner'. Juist diens werk was bepalend voor de samenstelling van de coalitie. 2012 gaat dus de formatiegeschiedenis in als het jaar dat de verkenner werd uitgevonden.

Net als de uitvinding van de formateur (in 1848) en van de informateur (in 1951) schrijven wij staatsrecht door van de formateur, de informateur en nu dan de verkenner slechts af te spreken dat wij deze voortaan gewoon zo noemen, omdat dat goed uitkomt in de politieke omstandigheden van het moment.

Binnendoor naar de Tweede Kamer
De meest zichtbare verandering van deze kabinetsformatie was het abrupte afscheid van het gebouwencomplex van de Eerste Kamer. Kamp liep daar als verkenner nog wel naar binnen, maar werd vervolgens binnendoor naar de Tweede Kamer geleid. De eigenlijke formatiegesprekken vonden vervolgens plaats in het gebouwencomplex van de Tweede Kamer, inclusief een aparte ingang voor de gespreksdeelnemers. De laatste persconferentie van een informateur in de Noenzaal van de Eerste Kamer hebben wij dus al gezien in 2010.

De hamvraag is natuurlijk of het verschil gemaakt heeft dat de formatie materieel gedaan is zonder het staatshoofd. Wie voorstander was van deze wijziging, kan er trots op wijzen dat de Tweede Kamer het formatieproces in eigen beheer kon verrichten. Wie ertegen was, kan naar voren brengen dat het mét een rol voor de koningin niet anders was gegaan. Twee partijen die samen een meerderheid hadden, hadden immers de ferme wil om er uit te komen. Dan is het makkelijk formeren. Of het echt zonder de koningin kan, en de formatie dus in zekere zin volwassen is geworden, zal pas blijken als in een volgende formatie de onderhandelende partijen er niet uit komen.

Ter geruststelling van degenen die nog geen afscheid willen nemen van de rol van de koningin in het formatieproces: dat is tot nu toe de gebruikelijke situatie in de Nederlandse politieke verhoudingen.

Deel dit artikel