ColumnSylvain Ephimenco

Deze eenzame eenling rebelleerde tegen de geel-zwarte verstikking van Jumbo-slurven

Het is meer dan sport alleen. Meer dan bezweet en kortademig een berg bedwingen of als een kanonskogel een lange neus trekken naar de dood in een afdaling. Want voor wie de codes van het bestaan weet te ontcijferen, kan sport soms ook een levensles zijn. Ik zie nog bij onze atletiekvereniging hoe Barbara vroeger met haar polsstok over de lat vloog. Als een springveer die zich in de lucht uitstrekte om vervolgens als een vogelveer naar beneden te dwarrelen. Maar op een dag lag ze op het wegdek met haar motor naast haar. Haar benen hield ze stil, tegen haar wil en voor altijd.

Barbara werd vervolgens rolstoelbasketbalster en deed aan drie Paralympische Spelen mee. Ze vloog niet meer maar rolde, met haar blik ten hemel geheven. Geen tijd om met de kin op de borst de kop te laten hangen.

Levenselixer

Ik hoef niet lang na te denken om het levenselixer te duiden dat nu uit de verpletterende overwinning van Pogacar zondag in de Tour sijpelt. Het is de krachtbron waaruit het aangeschoten wild drinkt om definitief uit het zicht van de jager hoog in de lucht weg te vliegen.

Deze eenzame eenling rebelleerde tegen de geel-zwarte verstikking van Jumbo-slurven, en dit op het moment dat deze lompe mastodonten dachten al zijn zuurstof te hebben opgezogen.

Eenzame klokkenluider

De victorie van Pogacar is die van de eenzame klokkenluider op de arrogantie van de compacte macht. Zijn rivaal Roglic hield zich drie wekenlang opgesloten en beschut in een defensieve bunker. Een bunker die soms de vorm van een mes aannam om de legendarische Tour beter in het hart te kunnen treffen.

Toen hij eindelijk, 38 kilometer lang, voor het eerst weer met de luchtweerstand te maken kreeg, moest hij keer op keer, onwennig en gedesoriënteerd, de klappen van de wind incasseren. Hoe een contraproductieve tactiek en techniek iemand vervolgens vleugellam maakt. Pogacar alleen op zijn vloot won op de Planche des Belles Filles van de giftige armada met de wespenkleuren. Gerechtigheid!

In die man zag ik plots Henry Fonda als jurylid nummer 8 in de film ‘12 Angry Men’ (1957) van Sidney Lumet. Als enige van twaalf juryleden neemt hij stelling tegen de doodstraf voor een jonge tiener die beschuldigd wordt van vadermoord. Hij overwint tijdens de beraadslaging een voor een de elf anderen en na anderhalf uur film stemt de jury unaniem tegen de doodstraf.

Of was hij Béranger, in het toneelstuk ‘Rhinocéros’ (1959) van Eugène Ionesco, die ziet hoe alle mensen en ook zijn vrienden geleidelijk in groene neushoorns veranderen. Als enige weigert de hoofdrolspeler zich te conformeren en te onderwerpen aan de opkomende macht.

Aan het einde schreeuwt Béranger uit volle borst: “Ik ben de laatste mens, tot het einde! Ik capituleer niet!”

Zaterdag na zes uur hief ik mijn armen in de lucht en gaf mevrouw Ephi een klapzoen om de geboorte van rebel Pogacar te begroeten. Mijn oog viel plots op de reclame van Jumbo in de krant, met in vette letters ‘Très bien’. En ik dacht: ‘Non, pas bien du tout’.

Drie keer per week werpt columnist Sylvain Ephimenco zijn blik op de actualiteit. Lees zijn columns hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden