Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Denk eens écht na over wat de kwaliteit van de kinderopvang verbetert

Opinie

Ine van Liempd

© ANP
Opinie

Veel regels bieden nog geen garantie voor kwaliteit bij de kinderopvang, schrijft psycholoog Ine van Liempd, promovendus aan de Universiteit Utrecht.

In het artikel over de nieuwe wet die de kwaliteit van de kinderopvang moet verbeteren, staat een opvallende uitspraak (Trouw, 5 oktober). Volgens pedagoog Harriet Vermeer is er geen wetenschappelijk onderzoek dat aantoont dat het verlagen van het aantal baby’s per medewerker van vier naar drie tot een betere kwaliteit van de opvang leidt. 

Lees verder na de advertentie

Toch is, ondanks dit gebrek aan wetenschappelijke onderbouwing, een lobbygroep erin geslaagd om de overheid per 1 januari precies deze maatregel te laten invoeren. Een belronde van Trouw leverde geen kinderdagverblijven op die deze maatregel al hebben ingevoerd.

Er is echt meer ruimte nodig, zowel voor de kruipers als de renners

Dat is geen wonder. Je hoeft geen econoom te zijn om te snappen dat de kosten per kind door deze maatregel flink omhoog gaan. Een minstens zo groot probleem is dat het kinderdagverblijven, die nu al worstelen met een krappe arbeidsmarkt, niet gaat lukken om voldoende goedgekwalificeerde pedagogisch medewerkers te vinden. Maar er is een achterdeur die wagenwijd openstaat, goedgekeurd door dezelfde overheid: de verticale groep. ­Kinderdagverblijven hoeven geen babygroepen te hebben. Baby’s mogen ook worden ondergebracht in gemengde groepen met kinderen van nul tot vier jaar. Zo’n groep mag maximaal bestaan uit zestien kinderen, van wie drie baby’s. En daar horen dan vier pedagogisch medewerkers bij.

Een simpele rekensom laat zien dat vanaf volgend jaar vast veel baby’s niet in kleine groepen, maar in grote gemengde groepen worden ondergebracht. Dit is vast niet wat de voorstanders van deze maatregel voor ogen stond, maar een zeer waarschijnlijk effect ervan.

Dat vertrouwde gezicht

Kan een baby uit een groep van twintig personen dat vereiste vaste vertrouwde gezicht halen? Hoe realiseer je meer een-op-eencontacten en interactie met vertrouwde personen in zo’n groep? En hoe doe je dat zonder de oudere kinderen, die in een andere ontwikkelingsfase zitten en die fysiek spel willen spelen, tekort te doen?

Je zou verwachten dat er goed nagedacht is over maatregelen die echt de kwaliteit van de kinderopvang (voor baby’s én voor peuters) kunnen verbeteren. Een babytraining wordt verplicht, maar wat die moet inhouden, wordt in het vage gelaten. Wetenschappelijke kennis is er wel, maar die is versnipperd, en pedagogisch beleid wordt vaak eerder op intuïtie dan op kennis gebaseerd. Is het nu echt zo dat we baby’s een prikkelarme omgeving moeten bieden, zoals een trainer in het artikel beweert? Wat bedoelt zij daarmee? In het eerste levensjaar maakt een kind een enorme ontwikkeling door. Het is niet verstandig baby’s af te schermen van speelmaterialen of hun drang tot exploratie van de ruimte af te remmen. Het is wel verstandig een eigen ruimte te creëren waarin ze veilig kunnen exploreren, kruipen en lopen.

De overheid stelt een aantal eenvoudig te controleren regels op, zoals de nieuwe medewerker-kind-ratio, waarvan we absoluut niet weten of die echt een verbetering is. Sterker nog: het is te verwachten dat de nieuwe regel in de praktijk vooral negatief zal uitpakken voor baby’s én peuters. Een fundamentele discussie over de vraag hoe we onze jonge kinderen de beste kwaliteit kinderopvang kunnen bieden, ontbreekt.

3,5 vierkante meter per kind

Zo stelt diezelfde overheid ook eisen aan de hoeveelheid ruimte waar een kind recht op heeft in het kinderdagverblijf: 3,5 vierkante meter, maar dit is ongeacht leeftijd of groepssamenstelling, terwijl je op je klompen kunt aanvoelen dat in een groep met kinderen van verschillende leeftijden, er toch echt meer ruimte nodig is om zowel de kruipers als de renners een veilige en stimulerende omgeving te bieden. Deze ‘controleerbare regels’ bieden schijnzekerheid, maar helaas geen garantie voor kwaliteit. 

Lees ook:

Laat jonge kinderen spelen; schools leren schaadt hun ontwikkeling

Eén soort opvang voor alle peuters is alleen een goed idee als de nadruk niet op leren ligt, aldus Sieneke Goorhuis-Brouwer, emeritus hoogleraar spraak- en taalstoornissen bij kinderen.

Deel dit artikel

Er is echt meer ruimte nodig, zowel voor de kruipers als de renners