Commentaar Staatsvernieuwing

Democratie heeft onderhoud nodig

Er zit een behoorlijk aantal positieve elementen in de eerste reactie van het kabinet op de aanbevelingen van de staatscommissie parlementair stelsel, de commissie-Remkes. De snelheid waarmee die eerste reactie kwam – net iets meer dan een half jaar na presentatie – is er een van. Belangrijker is echter dat ook op regeringsniveau inmiddels wordt erkend dat een belangrijk deel van de bevolking zich niet vertegenwoordigd voelt in Den Haag. Zonder deze erkenning geen oplossing van een probleem dat inderdaad, zoals het kabinet stelt, sinds het begin van deze eeuw hardnekkig aanwezig is.

Een oplossing moet kansrijk zijn, aangezien tegelijk met dit negatieve oordeel het vertrouwen van de kiezer in de democratische instituties nog immer groot is. Uitstekend dat dit kabinet al wil gaan werken aan oplossingen.

Teleurstellend

Dit gezegd zijnde stellen de oplossingen die het kabinet vooralsnog voor ogen heeft enigszins teleur. De kiezer krijgt meer mogelijkheden op een kandidaat uit de eigen regio te stemmen en de wijze waarop leden van de Eerste Kamer worden gekozen wordt – terecht – grondig gewijzigd. Grote, meer principiële veranderingen laten echter nog op zich wachten. Al zijn er tekenen dat de gevestigde politiek wellicht ook hier uit de loopgraven wil komen. Het bindende correctief referendum is vooralsnog niet uit beeld. Dat is al heel wat, gezien de jarenlange stilstand op dit punt. Het kabinet heeft terecht ingezien dat het referendum zoals we dat kenden, niet werkte en dat alleen een bindend referendum, nadat het parlement tot iets besloten heeft, kan werken.

Ook de toetsing van wetgeving aan de Grondwet door de rechter is nog niet helemaal van tafel. Het kabinet komt echter met goede argumenten voor de twijfel die het daarover heeft. Wordt de wetgeving niet al te zeer beïnvloed door de rechter en komt daarmee de rechtsstatelijke scheiding der machten niet in gevaar?

Onzalig idee

Het kabinet gaat op twee punten terecht tegen de adviezen van de commissie-Remkes in. Het onzalige idee van een gekozen formateur wordt terecht afgewezen. Een dergelijke figuur past helemaal niet in het vertegenwoordigende stelsel dat wij kennen en zou bij invoering alleen maar tot nog grotere teleurstellingen leiden bij de kiezer. Er is immers geen garantie dat de formateur van zijn keuze de formatie uiteindelijk niet verliest.

De commissie-Remkes wees uiteindelijk het idee af om de minimumleeftijd voor stemrecht tot 16 jaar te verlagen. Het valt te prijzen dat het kabinet de commissie daar niet zo maar in volgt. Er wordt steeds meer van jongeren van 16 en 17 jaar gevraagd in deze samenleving. Het is dan ook goed daar nog iets breder over te discussiëren.

Het commentaar is de mening van Trouw, verwoord door leden van de hoofdredactie en senior redacteuren

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden