OpinieWoningmarkt

De wooncrisis oplossen? Dan moeten we kleiner wonen en veel meer samenwerken

De oplossing voor de wooncrisis komt echt niet van de overheid, schrijft Marja Elsinga, hoogleraar housing institutions & governance aan de TUDelft en voorzitter van het 1M Homes initiatief. Er is een brede samenwerking nodig. 

Dankzij volkshuisvesting en stedenbouw uit het verleden zijn Nederlandse woonwijken in goede staat en kennen wij geen wijken die mensen uitsluiten van arbeidsmarkt en maatschappelijke participatie. Echter, het huidige gebrek aan adequate woonruimte vormt ook de levens van mensen in 2020.

Jongeren moeten op hun ouders vertrouwen voor een verblijf in hotel mama of financiële steun. Hoge huren dwingen studenten tot een hoge studieschuld, leiden tot extra financiële problemen na een echtscheiding of tot uitstel van het krijgen van kinderen. Gebrek aan sociale huisvesting leidt tot overvolle opvang, daklozen en busjes langs de snelweg om in te slapen.

Het is noodzaak onze woningbouwtraditie voort te zetten in een langetermijnvisie. Ook oplossingen voor de korte termijn zijn hoognodig. Er is sprake van een wooncrisis: veel starters zoeken tevergeefs een woning. De gemiddelde verkoopprijs van een woning is 388.000 euro. Slechts een beperkt deel van de Nederlanders kan dat betalen. Mensen in penibele situaties, gescheiden, werkloos of net uit een instelling, zijn gedoemd tot lang wachten op betaalbare woonruimte.

Meer marktwerking is niet altijd beter

Stef Blok nam in 2017 afscheid als minister voor de woningmarkt. Hij vond dat hij het woningmarktdossier succesvol had afgerond. De branche was immers marktgericht en woningcorporaties werden gedwongen zich te beperken tot lage inkomens. Nog geen twee jaar later is er een brede wooncrisis. Hoe kan dat?

Een markt levert in theorie maximale welvaart, maar in de praktijk geen betaalbare woningen voor lagere en middeninkomens. Zeker niet in een periode dat woningen duurder worden door de noodzakelijke energietransitie, een stikstofplan en alles wat ons moet voorbereiden op klimaatverandering.

Les 1: Meer marktwerking is niet altijd beter. Een gebruikelijke reflectie op deze constatering is dat dus de overheid met een visie en beleid moet komen. Asscher en Nijboer (Opinie, 16 januari) wijzen op het gebrek aan een visie van ‘de overheid’ op wonen. Maar wat kunnen we van de overheid verwachten? Waar was de overheid toen woningcorporaties uit de bocht vlogen? De parlementaire enquêtecommissie woningcorporaties concludeerde in 2014 dat zowel de ambtelijke organisatie als het parlement hebben gefaald.

Les 2: ‘De overheid’ is niet een perfecte regisseur van het systeem, maar het resultaat van onze democratie. Politiek is niet zo goed in langetermijndenken. De volgende verkiezingen zijn de stip op de horizon en de kop in het zand is een aantrekkelijke optie zoals blijkt uit het stikstofdossier, en ook wat betreft wonen. Decentralisatie is het antwoord, ongeacht de vraag. Op decentraal niveau is de variatie in prioriteit voor wonen groot en wordt steun van het Rijk in bijvoorbeeld de vorm van huurprijsregulering in het middensegment gemist.

Les 3: Het ontbreekt aan politieke prioriteit en organisatiekracht om het woonprobleem op te lossen. Politieke partijen van rechts tot links willen een inclusieve en duurzame samenleving. Er is echter wel discussie over de invulling hiervan. Het gaat vaak om óf betaalbaar óf duurzaam. Hier spelen conflicterende waarden. Een waardevolle woningmarkt draagt bij aan een waardevolle samenleving. De woningmarkt voorziet in een basisbehoefte en is drager van de sociale infrastructuur van Nederland.

Hier moeten we aan wennen:
• Niet langer ‘steeds groter wonen dankzij subsidies’ (van 8 vierkante meter per persoon in 1900 naar 65 vierkante meter in 2018)
• Wonen is duurder geworden. Dat betekent: andere financiële bronnen voor starters of genoegen nemen met minder kwaliteit.
• De uitdaging is niet óf betaalbaar óf duurzaam, maar en-en.
• Zorgen voor elkaar hoort bij de participatiesamenleving, dat geldt ook voor wonen.
• De uitdaging is fysiek, financieel en sociaal. Dit vergt samenwerken.
• Wonen is nog steeds een basisbehoefte en de zorg daarvoor is verankerd in de Grondwet.

Financiële arrangementen kunnen helpen

Wat zijn de dilemma’s en oplossingsrichtingen? We moeten kiezen tussen verdichten óf uitbreiden óf beide. We moeten bedenken hoe te besparen door innovatie en ketensamenwerking in modulaire, circulaire en betaalbare bouw. Financiële arrangementen kunnen helpen, tussen kopen en huren, tussen generaties, en flexibel in de tijd. Dat geldt ook voor zorgarrangementen, aan huis of vanuit een huis. De burger moet daarbij centraal staan.

Woonoplossingen moeten aansluiten bij de behoefte. Corporaties waren bepalend in het verleden en kunnen dat ook zijn in de toekomst. Commerciële investeerders met perspectief voor de lange termijn zijn cruciaal. De overheid is onmisbaar voor een langetermijnvisie op een inclusief en duurzaam Nederland. Ieder heeft belang bij een waardevol Nederland voor de volgende generaties als rendabele investeringsomgeving. Dit betekent samenwerken en in het oog houden dat het eindelijk gaat om fatsoenlijke woonruimte voor iedereen. 

De TU Delft wil een bijdrage leveren met haar 1M Homes initiatief en bereidt een nationale wetenschapsagenda-voorstel voor.

Lees ook:

Asscher en Nijboer: Laat wonen niet aan de markt over

Er is een huisvestingcrisis, constateren Lodewijk Asscher en Henk Nijboer. Dan maar de normen voor wonen verlagen? Nee, zeggen de PvdA’ers.

Weg met de verhuurderheffing

Er dreigt een woonramp, zeggen Dirk Jan van der Zeep en Sander Heinsman, leden van de raad van bestuur van ­woningcorporatie Portaal.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden