null Beeld
Beeld

CommentaarWoningnood

De woningmarkt is te belangrijk om aan de vrije markt over te laten

De woningmarkt is nog niet af, er is nog veel te doen, zegt minister Kasja Ollongren van binnenlandse zaken aan het einde van de regeerperiode. Deze uitspraak is een understatement. Niemand ontkent nog dat er in Nederland sprake is van woningnood. En een snelle oplossing is er niet. Toch valt te prijzen dat deze D66-minister dat ruiterlijk erkent en dat ze hoopt dat een volgend kabinet de problemen structureler gaat aanpakken.

Zo’n visie op de woningmarkt lag er immers niet toen Ollongren de portefeuille 3,5 jaar geleden kreeg. Haar voorganger, VVD’er Stef Blok, was er juist supertrots op dat hij een heel ministerie (Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu) had weten op te heffen. “De woningmarkt was gefixt”, verklaarde Blok in 2017 en de markt zou voortaan zorgen voor voldoende aanbod aan woningen.

Niets bleek minder waar. Er is inmiddels een tekort van 330.000 woningen. Sinds de financiële crisis in 2008 blijkt er jaarlijks structureel te weinig gebouwd. Grondprijzen werden te hoog, de regelgeving te ingewikkeld en particuliere beleggers bouwden vooral voor hoge inkomens. Corporaties klaagden de afgelopen jaren dat ze niet genoeg geld meer hebben om te bouwen, omdat ze twee miljard euro per jaar aan verhuurdersheffing moeten betalen. Daarnaast zijn de huurprijzen in de vrije sector exorbitant gestegen, omdat deze woningen interessante beleggingsobjecten bleken te zijn. En ten slotte zette de stikstofuitspraak van de Hoge Raad in 2019 de hele bouwsector op slot. Er kon niet meer worden gebouwd, zolang de overheid de stikstofuitstoot niet reduceerde.

Minister Ollongren nam het initiatief voor een Nationale Woonagenda. Vanuit die visie heeft ze uiteindelijk met de sector afspraken gemaakt over zowel de bouw van 75.000 woningen per jaar, als over verduurzaming van woningen. Wat vooral opvalt, is de regierol die de bewindsvrouw hier pakte, om alle partijen weer achter een gezamenlijke bouwopgave te krijgen.

Er is daarmee een begin gemaakt met het herstellen van de woningnood. Duidelijk is dat er nog veel meer nodig is om de opgelopen achterstand in te halen. In dit tempo duurt het nog zeker tien jaar voordat veel starters op de woonmarkt een eigen woning kunnen betrekken. En zelfs dan is het probleem niet opgelost voor Nederlanders met een modaal inkomen. Zij kunnen geen huurprijzen van boven de 1000 euro of koophuizen van 350.000 euro of meer betalen. 

Het nieuwe kabinet moet met een bredere visie komen op wonen in relatie tot inkomensbeleid en ruimtelijke ordening. En de rijksoverheid moet hier weer de regie pakken om de problemen ook echt op te lossen. De woningmarkt is te belangrijk om aan de vrije markt over te laten.

Het commentaar is de mening van Trouw, verwoord door leden van de hoofdredactie en senior redacteuren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden